web analytics

1400 moorden op een jaar tijd

45
banner

Een gelijkaardige perversiteit heeft zich ook al verspreid bij het gemeen. De voedingswaren zijn relatief goedkoop, de gemene burgers en de werklieden leven boven hun stand want ze verdienen veel geld. Door die grote overvloed steken veel kleinmenselijke toestanden de kop op, zo typisch aan een ontaarde maatschappij. Ondeugden en boosheden, twisten en ruzies, vijandelijkheden, dronkenschap, ontucht en moord worden de regel. Het bloed van de burgers stroomt niet langer bij oorlogen en opstanden maar bij onderlinge confrontaties. Op één jaar tijd noteren ze in Gent maar liefst 1400 ‘publieke’ moorden begaan in herbergen, bierhuizen of in openbare plaatsen van vermaak of ontucht. De kroniekschrijvers geven nu al duidelijk aan dat de straf van God niet zal uitblijven.

Die ongehoorde luxe van de beau monde is natuurlijk een doorn in het oog voor wie al die lusten moet helpen meebetalen. Dat komt tot uiting in Gent waar de graaf opduikt om deel te nemen aan een tornooi. De voornaamste ridders uit Brabant, Holland, Henegouwen, Picardië en Artesië zijn van de partij, dus kan en mag Lodewijk niet ontbreken. En terwijl hij dan toch in Gent is kan hij dan net zo goed een nieuwe belasting aankondigen. Hij krijgt tot zijn niet geringe verbazing forse tegenwind van de Gentse poorter Gozewyn Mulaert die zich verzet tegen deze volgens hem onwettelijke afpersing die alleen maar dient om zijn dwaasheden met al zijn kluchtspelers en poetsenmakers te betalen.

De Gentse gemeente volgt Mulaert in zijn protest en weigert deze keer af te dokken voor de tierelantijntjes van hun graaf. Een kwade Lodewijk keert dan maar terug naar Brugge met een identieke vraag om hulpgeld van de Bruggelingen. Hij voegt er aan toe dat de poorters hem mogen vragen wat ze willen… zolang ze maar betalen. De stedelingen hebben hun graaf natuurlijk waar ze willen en zoeken naar verdere commerciële voordelen om de tweestrijd met die van Gent in hun voordeel te laten uitdraaien. Een ambitie die natuurlijk voor een steeds grotere verdeeldheid zorgt tussen Brugge en Gent. De grafelijke toelating aan Brugge om de loop van de Leie af te leiden tot aan de Brugse reien moet natuurlijk een klap in het gezicht zijn van de Gentenaars. Als dat gebeurt zal de eeuwenlang bestaande Artesische graanstapel uit Gent weggehaald worden en naar Brugge verhuizen.

De Brugse delvers werken dag en nacht
1379. Gent reageert furieus als de Brugse plannen met de Leie uitlekken. De verontruste inwoners verdringen elkaar op de openbare plaatsen om hun vrees en verontwaardiging te ventileren. Een haveloze vrouwelijke pelgrim die net terug is van een bedevaart naar Boulogne beweert dat ze met eigen ogen gezien heeft dat 500 Brugse delvers dag en nacht werken om het nieuw kanaal te graven. Het Gents protest zet een beweging op gang die een beetje vergelijkbaar is met die van Jacob van Artevelde in zijn beginperiode. De Artevelde van dienst is dit keer een van zijn vroegere wapenbroeders. Jan Hyoens van de lokale schippersgilde heeft ooit nog aan diens zijde meegevochten tijdens de krijgstocht tegen Biervliet.

Dat was in 1338 en ondertussen is er al heel wat water door de Leie gestroomd. Aan die Hyoens is trouwens een hele voorgeschiedenis gekoppeld. Een historie die ons leidt naar een oorlog tussen twee prominenten in de vroegere haven van Damme en naar de periode van de moord op Karel de Goede aan het begin van de 12de eeuw. Twee rijke mannen, Jehan Piet en Jehan Bar en hun afstammelingen (de clans Hyoens en Mahieu) die elkaar naar het leven staan en stonden. Rond 1330 behoort Pieter Mahieu tot de rijkste poorters van Brugge en hij stuurt zijn zonen naar Gent waar Jan Hyoens het dan al geschopt heeft tot schepen. Hier vinden de heerschappen hun oude vetes terug.

Gilbert Mahieu, een van de twee broers is de slimste van het nest en bovendien een geslepen figuur. Zo maakt hij Lodewijk van Male wijs dat het deze Jan Hyoens is die een nieuwe taks op de koophandel op de Schelde en de Leie blokkeert. Lodewijk van Male loopt met open ogen in de gratuite bewering en vervangt Jan Hyoens als schepen door zijn vijand Gilbert Mahieu. De genegenheid van het volk voor Jan Hyoens wordt er alleen maar groter op. Wanneer de Gentenaars op de hoogte gebracht worden van het dreigend gevaar voor hun handel en nijverheid, verzamelen ze zich rond deze ‘officiële’ vijand van de graaf. Die reageert met het herinvoeren van het oude symbool van in de tijd van Artevelde. De ‘Witte Kaproenen’ zien opnieuw het daglicht. De geest van de revolutie is uit de fles.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *