web analytics

Anno 1213. Aanval op Damme

56
banner

Koning Jan lijkt ook tot diezelfde slotsom te komen en beslist om de vloot die klaarstond om uit te varen tegen de Fransen nu naar Vlaanderen te sturen. Hier bij ons is het ondertussen alle hens aan dek. Na de verovering van Ieper rukken de Fransen nu op naar Brugge. De edelen Jan van Neslé en Zeger van Gent beslisten daarbij om over te lopen naar het kamp van Philippe-Augustus. Na een korte belegering geven Bruggelingen zich over. Ze vragen om genade en met het aanbod van enkele gijzelaars gaat de vijand akkoord.

De volgende aan de beurt is Gent. Ook Hendrik, de hertog van Brabant heeft bloed geroken en sluit zich aan bij de Fransen. De hele campagne op Vlaamse bodem is amper een week bezig als Gent al in de tang zit. De donderdag voor Pinksteren komen de Engelse schepen plots aan voor Sluis. Samen met de Vlaamse krijgsmacht vallen ze nu de Franse vloot aan. Sluis valt. In Damme veroveren of vernietigen de coalitiepartners vierhonderd Franse oorlogsschepen en sluiten ze de rest van hun marine netjes op in de haven.

Pas nu treedt de Engelse landmacht in actie. Daags voor Pinksteren 1213 vallen ze Damme aan met de bedoeling om de stad in te nemen en de rest van de vijandelijke vloot te vernietigen. Philippe-Augustus anticipeert. Hij heeft al meteen zijn Gents beleg opgeschort en valt op zaterdag helemaal onverwacht en met groot geweld de Engelsen en de Vlamingen aan. Opnieuw ondersteund door Brabantse hulptroepen. Hun overmacht is zo groot dat Ferrand en zijn partners wel moeten op de vlucht slaan. Anders zullen ze hun vloot en al hun buit kwijtspelen. Hun terugtrekking geschiedt echter maar nadat ze zeker 2.000 doden op het slagveld moesten achterlaten, zonder daarbij nog de gekwetsten en de gevangenen bij te rekenen. Ferrand brengt zich in veiligheid in Walcheren. Andere edelen vluchten naar hun thuissteden.

Tweeëntwintig van hen eindigen als krijgsgevangenen. Onder hen Wouter en Jan van Voormezele, Anselmus van Roeselare, Lambert van Rozebeke, Willem van Ieper en Wouter van Amiens. Het enige lichtpunt is de wetenschap dat de Engelsen nog altijd een deel van de Franse vloot opgesloten houden. De overwinning is voor de Fransen. Om te vermijden dat hij alsnog Damme en zijn vloot zou verliezen laat hij het geheel in brand steken. Die bewuste haven van Damme is op dat moment de gedolven vaart die met hoog water bevaarbaar is voor zeeschepen. Philippe-Augustus laat op zijn terugweg naar kwalijke gewoonte weer een spoor van destructie en menselijke wanhoop achter. Ondertussen heeft ook Gent zich via een verdrag overgegeven. Vlaanderen mag nu serieus afdokken om zijn gijzelaars weer op vrije voeten te krijgen.

Het potsierlijk idee van graaf Ferrand
Pas na het vertrek van de koning laat Ferrand zich opnieuw zien. Hij en Willem van Holland en hun hulptroepen bieden zich aan te Brugge en willen er binnen. De Bruggelingen weten het nog niet zo zeker want ze moeten rekening houden met het leven van hun gijzelaars. Wat later begroeten ze het duo, ‘met de nodige blijdschap’, zoals de geschiedschrijvers het toch wel wat simplistisch neerschrijven. Ook in Gent zie ik een beetje hetzelfde scenario. De aanvankelijke aarzeling en de lange tanden. Toch slaagt de graaf erin om plaatselijke bijstand te krijgen. Een bende gewapende mannen uit Gent en Brugge zet zich op weg om de Fransen uit Kortrijk te verdrijven. Die zijn daar namelijk binnengevallen onder het bevel van kroonprins Lodewijk.

De Fransman wacht de Vlamingen niet af en neemt de Kortrijkse bevelhebbers Daniël van Merkem en Philippe van de Woestyne als gijzelaars mee op zijn terugtocht naar Ieper. Hier ontmoet hij niet de minste tegenstand van de inwoners. Lodewijk laat direct enkele cruciale infrastructuurwerken uitvoeren aan de verdediging. De stadsmuren krijgen dubbele torens, de wallen moeten verbreden. De Franse bezetters blijven hier terwijl Lodewijk naar Rijsel terugkeert tot bij zijn vader. Ferrand steekt het nu in zijn hoofd om beiden in Rijsel te gaan aanvallen. Een potsierlijk idee want zijn krijgsmacht is daar absoluut te klein voor. Nadat hij zich daar drie dagen belachelijk maakte houdt hij deze belegering voor bekeken en vertrekken de Vlamingen naar Doornik. Hun aankomst zorgt er voor vreselijke taferelen.

Onder de bevolking heerst er een grote tweedracht waardoor Ferrand het gemakkelijk krijgt en zijn soldaten hun goesting kunnen doen. Het ergste kan gelukkig voorkomen worden na de betaling van een grote som geld en de gevangenname van zestig Doornikse notabelen. Hij stuurt die laatste naar Gent en laat daar twaalf van hen het hoofd afslaan wegens hun trouweloosheid. En ondanks de betaling van de grote som geld zijn er toch enkele van zijn eigen wapenlieden die denken dat ze Doornik in brand mogen steken. Omdat dit tegen zijn wil gebeurd is zullen acht brandstichters hun daden eveneens met de dood bekopen. Pas dan komt deze stad tot rust en krijgt Doornik al zijn stedelijke voorrechten terug.

Wat een luxe voor de soldaten
Na zijn escapades in Doornik keert Ferrand terug naar Rijsel waar Philippe-Augustus en Lodewijk een garnizoen achtergelaten hebben. Dat blijkt echter onvoldoende groot om de lokale poorters onder controle te houden. De Rijselnaars verdrijven de Fransen en onthalen graaf Ferrand als ware hij een roemrijke krijgsheld. Maar onze held heeft werkelijk geen kaas gegeten van strategie. Het groot Frans leger staat nu al te trappelen om nog maar eens orde op zaken te komen stellen in Vlaanderen.

Een nieuwe golf van oorlogsgeweld laat helemaal niet lang op zich wachten. Die van Rijsel slaan op de vlucht uit angst voor de Franse wraak waardoor de koning zomaar een lege stad cadeau krijgt. Wat een grote luxe voor zijn soldaten, ze missen alleen de vrouwen om te verkrachten. De weg naar Cassel ondervindt nog maar eens de Franse revanchegevoelens aan den lijve. De vijand sloopt de poorten en de muren van Cassel-stad en laat er een groot garnizoen ter plekke. Gelukkig doet op dat moment de winter zijn intrede en beslist de koning om het hier voorlopig bij te laten. De Vlamingen moeten hoe dan ook een grote zucht van opluchting slaken!

De graaf moet aan de slag tijdens deze wintermaanden. Wat moet hij doen om straks de Franse pletwals af te stoppen? Hij stuurt alvast een keurgroep van edelen naar Engeland om het verbond te vernieuwen en de koning om bijstand te vragen. Reinoud, de graaf van Boulogne en blijkbaar ook niet van de snuggersten vindt het opportuun om zijn Vlaamse legerbenden toch aan het werk te zetten. Waarom zouden ze tijdens de wintermaanden geen aanval wagen om Cassel te bevrijden van zijn Franse bezetters? Dat heeft vooral te maken met het feit dat het Frans garnizoen zijn tijd gebruikt om de hele omgeving van de Casselberg te plunderen en plat te branden.

Reinoud start een belegering die hij dertien dagen volhoudt. De extreme koude en de overvloedige sneeuw maken er een hel van voor zijn manschappen. Deze zinloze blokkade loopt nog af op een debacle wanneer kroonprins Lodewijk ter hulp schiet en de Vlamingen op de vlucht jaagt. En terwijl hij nu toch in actie is beslist hij om de hele Westhoek nog eens aan te pakken. De Fransen vernietigen Nieuwpoort, Belle, Steenvoorde en de hele kasselrij met inbegrip van de kuststrook die in het bezit is van gravin Mathilde. Lodewijk is dermate fanatiek dat hij tijdens de brandstichting in Belle bijna zelf door zijn eigen vuur laat verslinden.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *