web analytics

Anno 865. Baldewinus ab Iseram

41
banner

Odoaker sterft in 865. Maar dat betekent niet dat Boudewijn het pas dan dan van zijn vader overneemt. Hij speelt al op jonge leeftijd een grote rol in het bestuur van het land. In een brief van bisschop Hincmar aan Boudewijn spreekt die hem aan als ‘markies’. Een aanspreektitel die laat veronderstellen dat hij dan al een belangrijke functie bekleedt. Boudewijn verzeilt in de geschiedenisboeken als ‘Boudewijn met de Ijzeren Arm’, het gevolg van een onoordeelkundige vertaling van zijn geboorteplaats aan de monding van de Ijzer, in het kasteel van het toenmalige Sandeshoved waar later Nieuwpoort zal verrijzen.

Dat weten we uit een klein handschrift dat de Nieuwpoortse burgemeester Franciscus De Brauwere uit de brand kan redden. ‘Baldewinus ab Iseram’ betekent doodgewoon ‘Boudewijn van de Ijzer’. Boudewijn heeft op zijn twintig jaar al een belangrijke taak in de verdediging van de kuststreek tegen de invallen van zijn buurman Rorik, de aanvoerder van de Noormannen. Hij oefent deze militaire opdracht uit in opdracht van Karel de Kale, de koning van Frankrijk. Tijdens een bezoek aan Senlis in 861 leert Boudewijn de dochter van deze Karel kennen. Judith Martel. Op haar zeventien is ze al voor de tweede keer weduwe na evenveel overzeese huwelijken uitgedokterd door haar vader de koning met zijn ambitie om strategische allianties aan te gaan tegen de dreigende invasies van de Noormannen.

Boudewijn leert Judith kennen tijdens een bezoek aan het klooster waar ze verblijft in afwachting van een nieuwe huwelijksdeal die Karel de Kale voor zijn dochter in petto houdt. Het komt tot een relatie tussen Boudewijn en Judith. Zeer tegen de zin van de koning. Dochterlief is in zijn ogen een gekroonde koningin en verdient beter dan deze eenvoudige gouwgraaf uit Vlaanderen. De liefde laat zich zoals zo vaak ook hier niet temmen. Eind december 861 vlucht het koppel naar het centrum van Frankrijk waar koning Lotharius de plak zwaait. Boudewijn krijgt daarbij de hulp van Judiths broer Lodewijk met wie hij goed bevriend is. Koning Lotharius regelt het zelfs dat zijn geestelijken het huwelijk tussen de geliefden inzegenen.

Een confrontatie op de Sint-Elooisberg
De reactie van Karel de Kale is er een met veel machtsvertoon. Hij mobiliseert een leger van 100.000 man om Vlaanderen een les te leren en helemaal te verwoesten. Boudewijn, ondertussen teruggekeerd in Harelbeke, slaagt er in om een leger van 24.000 mannen daartegenover te stellen. De Vlamingen vermijden de open vlakte en verschansen zich in de bossen in de buurt van Arras, meer bepaald op de Sint-Elooisberg. Karel de Kale trekt er dan maar met heel zijn leger naartoe en dat is beslist geen verstandige zet. Het komt tot een confrontatie op die Sint-Elooisberg van Arras, toen nog Atrecht. De Fransen krijgen er zoveel klop als ze willen.

Wie niet tijdig op de vlucht kan slaan wordt krijgsgevangen genomen. Boudewijns schoonvader raakt gewond maar kan zich redden door te vluchten. Laat me toe om even te twijfelen aan het waarheidsgehalte van deze veldslag. De Fransman geeft zichzelf amper de tijd om te herstellen van deze opdoffer en onderneemt al direct een nieuwe aanval. Dit keer niet met de wapens maar met het geloof. Karel de Kale wendt zich tot paus Nicolaas met de klacht dat zijn dochter door Boudewijn geschaakt werd. De paus slaat de Vlaming prompt in de ban van de kerk.

Een volgende veldslag met opnieuw een sterk Frans leger eindigt bij Rijsel opnieuw in een optater voor de Fransman. Het begint er nu toch op te lijken dat hij beter zijn schoonzoon te vriend kan houden. Karel en Boudewijn moeten dringend praten over een mogelijke wapenstilstand. Zoveel is zeker. Boudewijn vertrekt met zijn Judith naar Rome om die gehate banvloek ongedaan te maken en komt daar af met de specifieke vraag of de paus niet persoonlijk zou willen bemiddelen om hen weer ‘on speaking terms’ te krijgen met zijn schoonvader. Die laatste zou eigenlijk niets liever willen. Een sterke alliantie met de Vlamingen is meer dan nodig om de druk van de Noormannen van Rorik uit Frankrijk weg te houden. Het dreigement van Boudewijn om samen te werken met deze Rorik zal wel de ommezwaai in de geest van de Franse koning verklaren.

Boudewijn van de Ijzer, graaf van Vlaanderen
Anno 862. Boudewijn en Judith zijn nog maar amper teruggekeerd in Brugge als er zich hier gezanten van zijn schoonvader aanbieden met de vraag om vrede te sluiten. Het koppel reist onmiddellijk naar Frankrijk. De spons kan geveegd worden over de ontvoeringszaak op voorwaarde dat Boudewijn bereid is om trouw te zweren aan de Franse kroon. Die belofte geldt ook voor zijn opvolgers. Dat heeft voor wat betreft Vlaanderen drie grote gevolgen: Vlaanderen breidt zich nu uit tot aan de Schelde en de Somme maar wordt nu een officieel leengoed van Frankrijk. De naam van forestier wordt vervangen door die van ‘graaf van Vlaanderen’, een titel die Boudewijn van de Ijzer en al zijn nazaten mogen voeren. Daarnaast wordt de nieuwe graaf begiftigd met de relieken van de heilige Donaas van Reims die hij naar Vlaanderen laat overbrengen en voorlopig bewaart in de kerk van Torhout. Die Donaas was een paus die ooit geleefd heeft in de 4de eeuw.

Al in 864 krijgt graaf Boudewijn de kans om te bewijzen dat hij een terechte schoonzoon is van de koning. De Noormannen arriveren met een talrijke vloot van schepen in de verwachting om dit zachtgekookt eitje te beroven. Namelijk weerloze landlieden die hun havens zomaar uit schrik afstaan en best gelukkig zijn dat ze hun vege lijf kunnen redden. Het draait helemaal anders uit. Met hun graaf aan het hoofd van de Vlamingen rukken ze uit tegen de vijand waardoor die met veel verlies van manschappen en schepen op de vlucht moet slaan en zich nu voorlopig niet meer zal laat zien hier in de lage landen bij de Noordzee. Dat blijkt toch uit de oude geschriften.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *