web analytics

Anno 1437. Barbaarse toestanden

50
banner

15 april 1437. Terwijl de situatie wat onduidelijk is in Brugge breekt nu oproer uit in Gent. De Gentenaars die het beleg van Calais hebben getorpedeerd zijn nog altijd kop van jut bij hun stadsbestuur. De rebellie focust zich op twee spilfiguren die indertijd blijkbaar enkele valse argumenten gebruikt hebben om het beleg te verlaten. Jacob De Zaghere en Ghijsbrecht Pateel bekopen dat nu met hun leven. De agitatie in Gent krijgt navolging in Brugge. We beleven verschrikkelijke en barbaarse toestanden. De Brugse smeden lopen naar de markt en hitsen de andere ambachtslieden op om hen te volgen. Kop van jut is hun burgemeester (van de schepenen) Maurits van Varsenare.

Ze eisen dat hij naar de markt komt om op enkele vragen te antwoorden. Waarom hij zomaar zonder medeweten van de wet of de gemeente herhaaldelijk naar Rijsel en Atrecht gereisd heeft om te overleggen met de graaf? Daar heeft hij zijn stad en de ambachtslieden ongetwijfeld in een slecht daglicht geplaatst zodat er hier nu nog meer terechtstellingen zullen volgen. Zijn broer Jacob van Varsenare neemt het woord om de burgemeester van elke schuld vrij te pleiten maar hij wordt prompt door een ziedende mensenzee gedood. Maurits zelf slaat op de vlucht naar het huis van Groenvoorde, maar wordt er met geweld weer uitgehaald en wat later naast het lijk van zijn broer vermoord.

Volgens geschiedschrijver Meyerus zit de echtgenote van Lodewijk Van De Walle (de burgemeester van het gemeen) achter het opstoken van de ambachtslieden. Het gaat over Gertrude De Scheutelaere, zuster van Vincent. De feeks koesterde al een hele tijd haatgevoelens tegenover de gedode Maurits van Varsenare. De reactie van Filips de Goede op het nieuws van de moordpartijen in Brugge was te verwachten. Het is nu helemaal pantomime. De toevoer tussen Sluis en Brugge gaat weer dicht. Wie zijn gat verbrandt moet op de blaren zitten. Brugge kijkt om hulp in de richting van Gent maar vangt deze keer bot. Er lopen ondertussen heel wat mistevreden buitenlandse handelaars rond in Brugge.

Deze langdurige malaise is uiteraard heel erg schadelijk voor de zaken. Ze tonen zich bereid om een eigen gezantschap naar Rijsel te sturen om er over vrede te onderhandelen. Filips ziet ze natuurlijk van ver komen. Nog maar eens op hun knieën rijden om vrede om die dan bij de eerste gelegenheid opnieuw te breken. Hij krijgt het schijt van de Bruggelingen. Hij beperkt zijn antwoord tot de mededeling dat hij binnenkort naar Holland reist en dat via Brugge zal gebeuren. Meer hoeven ze voorlopig niet te weten.

De hertog arriveert in Roeselare
21 mei 1437. De hertog is onderweg en arriveert vandaag in Roeselare. Het ziet er niet uit dat zijn komst naar Brugge een beleefdheidsbezoek zal worden. De Roeselarenaars kijken direct in de ogen van 3.000 uitgelezen krijgslieden die Filips de Goede vergezellen. Filips stuurt al onmiddellijk een delegatie naar Brugge om er zijn aankomst van morgen voor te bereiden. Op 22 mei om 15u arriveert zijn leger bij de Boeveriepoort. Tijdens een briefing aan zijn edellieden maakt hij zijn intenties duidelijk. Hij vertelt hen dat ze zich moeten klaarmaken om deze oproerige Bruggelingen te bevechten. De lamp brandt hier en helemaal niet in Holland.

De maarschalk van Lille-Adam ziet dat niet graag gebeuren en waarschuwt voor de risico’s maar de hertog houdt voet bij stuk. Vreemd genoeg is Brugge helemaal niet ongerust. Burgemeester Lodewijk Van De Walle verzekert de burgerij dat de hertog Brugge met een klein gevolg zal binnentreden en dat de rest van zijn leger via Male en Sluis op weg is naar Holland. Het kapittel van Sint-Donaas, de wethouders en de dekens van de ambachten en de neringen gaan dan ook nietsvermoedend hun vorst tegemoet tot aan de Boeveriepoort. Pas dan zien ze met welk een bende krijgsvolk en edelen ze te maken krijgen. Met daarbij de zeer onaangename verrassing van Brugges vijanden Roeland van Uutkerke en Colaert van der Clyte terug te zien.

Hier moet verraad in het spel zitten! Welke foefjes heeft Van De Walle hen wijsgemaakt? Ze smeken de hertog om maar met enkele edellieden en weinig krijgsvolk binnen te komen in Brugge. De rest zou beter naar Male gaan waar voor hen spijs en drank voorzien is. Filips de Goede wil daar niet van weten. De onderhandelingen aan de Boeveriepoort slepen meer dan twee uur aan waardoor de inwoners en de burgerij van langs om meer verontrust worden. Uiteindelijk geeft de hertog opdracht aan zijn volk om Brugge binnen te trekken. Hijzelf blijft nog even wachten aan de poort uit vrees om zelf afgesneden te worden van zijn eigen mensen. Tot hij beslist om alsnog naar de Vrijdagmarkt te rijden om zich aan het hoofd van zijn manschappen te stellen.

Filips laat zich toch nog verrassen: achter zijn rug sluit de burgerij de ophaalbrug aan de Boeveriepoort en moet een deel van zijn leger buiten de stad blijven. Er is sprake van 2.000 man. Filips rijdt ondertussen nietsvermoedend naar de Vrijdagmarkt, ervan overtuigd dat hij gevolgd wordt door zijn voltallig leger. Eenmaal ter plekke verwelkomen twee oudere burgers, met name bakker Raso Yweyns en kuiper Maarten Van Der Smissen hun vorst. Als antwoord doorsteekt hij beiden met zijn degen. Vanuit zijn bende krijgslieden stijgt de slogan ‘de stad is aan ons, sla ze allemaal dood’ op. De mannen schieten direct in actie. Ze schieten naar de mensen die door hun ramen naar de hertog staan te koekeloeren zodat er op een tijdspanne van enkele minuten tijd zeker tien doden vallen en nog veel meer gekwetsten.

Het duurt allesbehalve lang vooraleer de tegenreactie op gang komt. Van alle kanten komen de gewapende burgers nu toestormen om deze onverwachte charge te weerstaan. Aan de Vrijdagmarkt wordt er zo stevig gevochten dat de graaf zich gedwongen ziet zich weer terug te trekken richting Boeveriepoort. Maar die vindt hij gesloten. Daar aan deze stadspoort verhevigen de gevechten nog. Filips verliest zeker 100 medestanders, onder hen één van zijn beste vrienden; Jan van Villers, de maarschalk van Lille-Adam. Hijzelf bevindt zich in acuut gevaar om gedood of gevangengenomen te worden.

De smid bekoopt zijn verzet met de dood
Gelukkig voor de hertog heeft hij ook nog medestanders onder de burgers. Jacob van Hardoye is er zo een. Jacob is de deken van de schadebeletters, zeg maar van de stedelijke ordehandhavers. Hij haast zich naar een nabijgelegen smisse en snelt ter plekke met een smid die de poort met hamer en beitel openbreekt. Filips de Goede mag zich best gelukkig prijzen dat hij uit dit kolkende Brugge kan ontkomen. In zijn zog volgen Roeland van Uutkerke, Colaert van der Clyte en nog enkele andere edellieden. Terwijl de poort weer dicht gaat valt de rest van zijn achterban nu in de handen van de Brugse poorters. Er is sprake van 30 edelen en nog andere hovelingen.

Gelukkig zijn de Bruggelingen zo verstandig om hen achteraf op vrije voeten te stellen. Iets wat niet het geval is met de krijgslieden van de hertog die nu halsoverkop op de vlucht slaan. Sommigen onder hen duiken in de vesten waar ze verdrinken. Anderen worden in de huizen vermoord en lelijk toegetakeld. Een slachtpartij die in totaal 200 dodelijke slachtoffers eist. 170 soldaten worden gevangengenomen waarvan er ‘s anderendaags 22 onthoofd worden voor de halle. Gelukkig komen de geestelijken en de vreemde kooplieden in de stad ertussen, zoniet zouden ze allemaal gelyncht worden. Tijdens deze verschrikkelijke gevechten blijken er achteraf niet meer dan 12 Bruggelingen gesneuveld. De smid die het slot van de poort in stukken sloeg, ondergaat cru gezegd nu een identiek lot. De wet veroordeelt de arme man maar heel povertjes voor zijn menselijke daad. Als verrader krijgt hij de doodstraf en trekken de beulen zijn lichaam in vier stukken.

 

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *