web analytics

De twee herbergen van Brugstock

52
banner

Ik blik ook nog eens terug op de ontstaansgeschiedenis van Brugge. Die vangt aan ter hoogte van een primitieve brug waar later de kapel van het Heilig Bloed zal verrijzen. Een oversteek over de waterloop waar ooit de eerste vesting van Brugge zal verschijnen. Deze waterloop leidt in de richting van de Oudenburgse aardeweg buiten de Smedenpoort, langs waar de kooplieden die van Rodenburg (Aardenburg) komen om zich naar Oudenburg te begeven. Rodenburg en Oudenburg zijn zoals hun namen laten vermoeden twee versterkte steden en al vroeg in de geschiedenis bekend om hun bloeiende koophandel.

Naast de ‘Brugstock’ staan er twee herbergen gebouwd, samen met een vesting of een soort kasteel dat toen de naam ‘Bruche’ draagt. Hier begint de stad Brugge aan zijn rijke geschiedenis. Het begint met kooplieden die het interessant vinden om zich te hier te vestigen op deze centrale plaats tussen Rodenburg en Oudenburg. Hun woningen worden door een vesting beschermd om zich toch enigszins te verdedigen tegen vreemde indringers. Dat primitieve dorp zal al in de vijfde eeuw uitgroeien tot een eerste versterkte stad. De puberjaren van Brugge worden beschreven door een aantal notoire chroniqueurs.

Op het einde van de jaren 200 schrijven Montanus en Canisius in hun ‘Acta Sanctorum’ dat de toenmalige paus Marcellinus de heilige Chrysolus naar Brugge zond om er het heilig Evangelie te verkondigen. Volgens Johannes Vredius is Brugge in 366 al een vesting of een kasteel met de naam ‘Bruche’ die al in de tijd van Pharamond zou gebouwd zijn. Die eerste koning van de Franken leefde tussen 370 en 427, dus lijkt het mij de bouw van de vesting eerder te bevestigen rond het jaar 400. Vredius baseert zich hoe dan ook op de tekst uit een oud perkamenten boek: ‘Sainte Donaes waert Bisschop van Rhiemen, ende was de zevende bisschop in ‘t jaer 366, en zoo was Brugge els niet dan een casteel’.

De draad van Chrysolus
De forestier vraagt aan de heilige Eligius, de bisschop van Noyon en Doornik of hij niet bereid zou zijn om hier te lande het christelijke geloof te verkondigen. Zijn sermoenen hebben hier en daar tot gevolg dat de inwoners zich bereid tonen om de tempel die opgetrokken was ter ere van de afgod Mercurius af te breken en te vervangen door een kapel voor Maria. De schrijver zegt het niet met zoveel woorden maar ik begrijp dat deze tempel zich op het grondgebied van Brugge moet bevinden. In Kortrijk gaat het Eligius veel minder voor de wind. De inwoners zijn nog beginnelingen wat betreft het katholiek geloof en zijn allerminst enthousiast over de zedenpreken van de bisschop.

De man ondervindt hier de grootste moeilijkheden en moet veel vervolgingen doorstaan. Het jaar 650. Forestier Liederik doet in elk geval de nodige inspanningen om tweehonderd jaar na datum de draad van Chrysolus weer op te pikken en wat te doen aan de barbaarsheid van de bevolking. De geloofsprediker Trudo duikt op in Brugge en daar zal Liederik wel iets mee te maken hebben. Mijn kroniekschrijver heeft het graag over heiligen en sinten en spreekt de man aan met de ‘heilige Trudo’.

Ikzelf ben nu niet bepaald gek op de mirakeltoestanden waar de katholieke kerk de goegemeente zelfs op de dag van vandaag maar blijft belazeren. Niet dat ik geen respect heb voor die predikers maar je moet ze nu niet speciaal ophemelen alsof ze geen doodgewone pioniers van vlees en bloed, goede bedoelingen en menselijke zwakheden zouden zijn. De zogezegd ‘heilige’ Trudo noem ik net zoals al zijn collega’s bij hun voornaam. Trudo bezit een uitgestrekt bos in de omgeving van Brugge.

Op de plaats van deze bossen zullen later de abdij van den Eekhoute, Sint-Trudo, de kloosters van de Jacobinessen, de Arme Klaren, het hospitaal, de Bogaerde-school en de cellenbroeders hun thuis vinden. Het woud strekt zich uit tot voorbij de Steenbrug langs de kasseiweg van Oostkamp. Centraal in dat bos van Trudo staat een standbeeld van Jupiter die precies zoals bij de Grieken en de Romeinen als de opperste van al de goden beschouwd wordt.

Trudo steekt zijn nek uit en laat dat heidens geval afbreken en op diezelfde plek sticht hij een klooster. Later zal dit klooster doorgroeien tot een heuse abdij. En omdat het gebouw omringd wordt door eiken krijgt het de naam Eeckhoute. Trudo zorgt voor de middelen en na enkele jaren is daar een levendige kloostergemeenschap van zeker tachtig monniken actief. De broeders leven en werken er conform de principes van Augustinus. Die Trudo zal zijn truc tien jaar later nog eens herhalen en daarmee zorgen voor de geboorte van de stad Sint-Truiden.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *