web analytics

Anno 1356. Bij de poorten van Brussel

59
banner

1354. De Bourgondische plannen met dochtertje Margareta van Male krijgen vaste vorm. Op vraag van de Franse koning geeft graaf Lodewijk het vierjarig meisje ten huwelijk aan Filips van Rouvre, de hertog van Bourgondië en graaf van Artesië, een manneke van zeven jaar. Het huwelijkscontract verankert Vlaanderen nu nog steviger aan Frankrijk. Ondertussen zit het er bovenarms op tussen Lodewijk van Male en zijn schoonvader Jan III van Brabant.

De geschiedschrijvers hebben het over discussies over het eigendomsrecht van Mechelen. De volksgeruchten verklaren de uitgebroken oorlog door te wijzen naar de kerker in het kasteel van Male waar de trouweloze graaf zijn wraakzuchtige echtgenote Margareta van Brabant gevangen houdt. Daar zal hertog Jan inderdaad niet mee kunnen lachen. Toch zal het wel de kwestie Mechelen zijn die aan de basis van het conflict ligt.

Op 5 december 1355 overlijdt de hertog van Brabant. Zijn schoonzoon Wencelaus van Luxemburg (getrouwd met dochter Johanna) neemt het bestuur over. Bij de erfenis blijkt Mechelen een heikel punt te zijn. Lodewijk van Nevers had in 1346 de heerlijkheid van Mechelen inderdaad verkocht aan hertog Jan, maar de koopsom van 87.500 gulden blijkt nooit betaald te zijn. En waar blijft trouwens de bruidsschat voor Lodewijks echtgenote Margareta? Wencelaus weigert om in te gaan op beide claims en stort Brabant daarbij in een oorlog tegen de Vlamingen.

De Vlamingen zelf zijn de Brabanders allerminst genegen. Ze zijn de hand- en spandiensten die Jan III in 1347 aan Lodewijk verleende beslist niet vergeten. Het waren toen Brabantse ridders die de burgerij van Ieper en Gent kwamen belegeren en voor hongersnood en ellende zorgden. De Vlamingen laten zich dus ook gemakkelijk pramen om hen deze keer een lesje te leren. Geschiedschrijver Mathias Vilani vertelt dat Lodewijk van Male maar liefst 150.000 landgenoten op de been brengt. Mechelen zwicht, de Vlamingen rukken op tot bij Scheut (Anderlecht) bij de poorten van Brussel. Pas hier barst de tweestrijd echt los. De Brabanders zijn geen partij voor de Vlamingen.

Als de heer van Asse, een van de belangrijkste aanvoerders van de vijand, op de vlucht slaat liggen Brussel en Leuven er als verloren bij voor Lodewijk van Male. Brussel valt op 17 augustus 1356. Lodewijk laat er zijn standaard planten op het stadhuis. Nog diezelfde dag vallen Leuven, Nijvel en Tienen. De graaf blijft echter niet plakken in Brabant, hij laat een deel manschappen achter en keert zelf terug naar Vlaanderen.

Een vreemdsoortige mix
Een slordigheid van het Vlaamse garnizoen te Brussel (ze hielden de wacht niet) zorgt ervoor dat de Brabantse ridder Everard ‘T Serclaes met 50 medestanders tijdens de nacht van 24 oktober 1356 de Vlamingen er weer buitengooit. Met de hulp van de burgers. Terwijl de oorlog verder gaat bemiddelt graaf Willem van Henegouwen met Johanna van Brabant en met haar schoonbroer Lodewijk van Male. Op 4 juni 1357 sluiten ze in Ath een vredesverbond dat eerder negatief afloopt voor Brabant. Mechelen en Antwerpen worden afgestaan aan Vlaanderen. Mechelen dient om de onkosten van de oorlog te vergoeden, Antwerpen als achterstallige bruidsschat voor Margareta van Brabant. Lodewijk van Male zal tijdens zijn leven de titel van ‘hertog van Brabant’ mogen dragen.

Op 2 juli 1357 doen Lodewijk van Male en Margareta van Brabant hun ‘blijde’ intrede in Antwerpen. Het wordt nu stilaan duidelijk dat de opsluiting van de gravin naar het rijk der fabelen mag verwezen worden. De graaf/hertog bevestigt de vrijheden en de rechten van de Antwerpenaars. Maar krijgt al direct te maken met hun ergernis dat ze hier de stapel van vis, zout en haver kwijtgespeeld zijn aan die van Mechelen, iets wat haaks staat op hun voorrechten. Lodewijk moet een vreemdsoortige mix van overleg en dwang gebruiken om die van Antwerpen enigszins te kalmeren maar de wrok hierover zal toch wel blijven knagen.

De voorbije jaren van oorlog in Brabant hebben veel goed gedaan aan Brugge. De rust is nu al enkele jaren teruggekeerd in Vlaanderen en dat laat zich in positieve zin voelen. De vreemde kooplieden die eerder vertrokken waren naar Dordrecht keren op hun stappen terug en vestigen zich opnieuw in het bloeiende Brugge dat nu geldt als de bijzonderste stapelplaats van Vlaanderen. De koophandel groeit zodanig dat de wethouders het volume aan akten, processen en betwistingen niet langer kunnen bolwerken.

De graaf ziet zich daarom in februari van 1358 verplicht om het aantal wetsheren te verdubbelen. Er komen nu 4 burgemeesters, 24 schepenen, 24 raadsheren en 4 tresoriers met nog een extra raadkamer om de geschillen voor wat betreft de koophandel bij te benen. Brugge is zodanig rijk geworden dat het bij graaf Lodewijk de bewering uitlokt dat hij deze stad op twee gouden pilaren heeft gebouwd: de inlandse nering en de buitenlandse koophandel en dat Brugge nu uitgegroeid is tot een van de drie meest vermaarde koophandelssteden van Europa.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *