web analytics

Anno 1426. De boekschrijvers en de verlichters

55
banner

14 augustus 1426. In Brugge leggen de boekschrijvers en de verlichters van Sint-Donaas hun geschil bij. Die laatsten zijn de mensen die de kaarsen en lantaarns aansteken. Ze maakten ruzie over hun wederzijdse verdiensten sinds de boekschrijvers hun handschriften te koop aanbieden in de dichte omgeving van de Sint-Donaaskerk, precies op de plek waar de verlichters ook al hun kramen openhouden waar ze sieraden en miniaturen proberen aan de man te brengen. Ze krijgen daar trouwens het gezelschap van de zussen van Jan van Eyck die daar met een kraam staan om hun eigen schilderwerkjes te verpatsen.

1427. De dood van Jan IV van Brabant inspireert Jacoba om weer in het offensief te gaan. Ze slaagt er opnieuw in om enkele steden en sterkten te veroveren. Lang blijft ze wel niet aan zet. Filips de Goede arriveert in Sluis en verjaagt ze waar nodig. In september 1427 verslaat hij haar zeemacht ter hoogte van Wieringen. Deze vloot stond onder het bevel van Willem van Brederode. Met deze overwinning brengt de graaf van Vlaanderen heel Holland onder zijn gezag. Met uitzondering van Schoonhoven, Oudewater en Gouda. In die laatste stad brengt Jacoba de winter 1427-1428 door. Terwijl Filips de Goede nog maar een keer in Vlaanderen op zoek gaat naar nieuw krijgsvolk om haar volgend jaar de definitieve doodsteek toe te dienen.

9 januari 1428. De paus velt zijn vonnis over de geldigheid van dat huwelijk van Jacoba en Jan IV. Eigenlijk mag ze zich nu weduwe noemen want haar huwelijk was wel degelijk wettig. Daardoor is haar huwelijk met Humphrey van Gloucester van nul en generlei waarde. Ze onderneemt nog een poging om alsnog met haar Engelse ‘echtgenoot’ in het huwelijk te treden maar ze stuit weer op verzet van de kerk. Onze Humphrey heeft er trouwens zelf geen zin meer in, vrij als een vogel kan hij nu trouwen met zijn nieuwe vlam. De Engelse juffrouw Eleonora van Cobham. Wat een opdoffer voor Jacoba die nu nog tot overmaat van ramp belegerd wordt in haar verblijfplaats te Gouda.

Op aandringen van de Goudanaars sluit ze op 3 juli 1428 een vernederend verdrag met haar neef Filips van Bourgondië. Ze erkent hem als ruwaard en erfgenaam van de graafschappen van Henegouwen, Holland, Zeeland en de heerlijkheid van Friesland, waarvan ze enkel de titels behoudt. Ze krijgt een vaste jaarwedde, krijgt strikte restricties voor wat betreft een mogelijk nieuw huwelijk en moet zich vooral koest houden. Jacoba gaat wonen in Zeeland en zal zich daar een jaar of vier gedeisd houden. Filips de Goede kiest de Zeeuwse edelman Francis van Borsele uit om Holland, Zeeland en Friesland in zijn naam te besturen. Van Borsele krijgt de titel van stadhouder. De graaf kan eindelijk met zijn troepen terugkeren naar Vlaanderen.

De Engelsen mogen hun eigen boontjes doppen
Terwijl hertog Filips zijn oorlogen aan het voeren was tegen die dekselse Jacoba blijft de staat van intense vijandschap tussen hem en koning Karel VII voortduren. De hertog van Bedford doet er in Parijs alles aan om de last die zijn broer Humphrey van Gloucester aan Filips de Goede aandoet te vergoelijken en te compenseren. Toch is er duidelijk sprake van een afkoeling van de relatie tussen de Bourgondiërs en die van Engeland. Filips moet daarbij ook rekening houden met zijn eigen achterban die meer en maar aandringt op een verzoening met het huis van Valois. Een kwestie die ook benadrukt wordt door paus Martinus die Karel VII een beetje wil verontschuldigen voor de moord op zijn vader Jan zonder Vrees.

In die tijd was de kroonprins nog een onervaren en impulsieve puber en zich nog niet ten volle bewust van zijn daad. Dat zal ook wel de reden zijn waarom Filips niet meer zo heftig gebrand is op die oorlog in Frankrijk. De Engelsen mogen best wel hun eigen boontjes doppen. Vooral omdat hij jaren energie heeft moeten stoppen in die lichtzinnige houding van Humphrey van Gloucester. Tijdens de oktobermaand van 1428 is er sprake van een aanval van de graaf van Salisbury op de stad Orléans. Verse Engelse hulptroepen willen die stad veroveren en daarmee een enclave veroveren om later toe te slaan in de zuidelijke gewesten van Frankrijk. Dat alles om de ondergang van de Franse monarchie in een definitieve plooi te leggen.

De Franse koning zit in vieze papieren
Die aanval brengt koning Karel VII in vieze papieren. Hij gebruikt alle mogelijke middelen om zich met Filips de Goede te verzoenen. Een opeenvolging van brieven en gezanten, hij is zelfs bereid om de stad Orléans aan hem af te staan. Zolang die maar niet in de klauwen van Engeland valt. De graaf van Vlaanderen blijft er vrij stoïcijns bij. Filips antwoordt niet, geen ja en geen neen. Toch lijkt het er op dat hij de vrede genegen is. Zijn relatie met Humphrey van Gloucester is ietwat verbeterd en dat is voor hem ook voldoende reden om zijn verbond met Engeland niet zomaar te verbreken. Filips begeeft zich met 600 gewapend mannen naar Parijs om er over een mogelijke regeling te onderhandelen.

Een oplossing waar de hertog van Bedford helemaal niet moet van weten. Zijn uitspraak ‘Ik heb mijn netten niet gespannen om anderen de vogels te laten vangen’ vertelt voldoende. Onze graaf keert als een gefrustreerde partner terug naar Vlaanderen. Zijn verbittering op de Engelsen wordt er niet minder om. De Engelse aanval brengt ondertussen Orléans in grote problemen. De overgave is slechts een kwestie van dagen. De belegerden zoeken nog maar een keer soelaas bij koning Karel VII die zich op dat moment te Chinon in Touraine ophoudt. Zijn hoop om deze stad en zijn kroon te redden slinkt met de dag.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *