web analytics

Anno 918. De broers Arnulf en Adolf

53
banner

Het flatterend plaatje van de Vlaamse geschiedschrijvers kan ik dus best wel enigszins relativeren. Deze graaf-moordenaar Boudewijn II brengt zijn volwassen leven door aan de zijde van Elstrudis, de dochter van de Angelsaksische koning Alfred de Grote. Het koppel krijgt vijf kinderen. Twee zonen en drie dochters. Arnulf en Adolf, Estruda, Graciana en Judith. Kort voor zijn dood houdt de graaf nog een algemene vergadering i.v.m. het bestuur van Vlaanderen.

Hij sterft op 2 januari 918 in Gent nadat hij zijn land voor 39 jaar heeft bestuurd. Ondanks zijn verzoek om in de abdij van Sint-Bertijns in Sint-Omer begraven te worden zal zijn stoffelijk overschot eindigen in de kapel van Onze-Lieve-Vrouw binnen de Gentse abdij van Sint-Pieters. Dat gebeurt op bevel van zijn echtgenote Elstrudis die graag bij hem zou begraven worden, iets wat ze in de mannenabdij van Sint-Bertijns onmogelijk kunnen accepteren. Een vrouw, stel je voor! Anno 918. Boudewijns opvolging zorgt voor een split in zijn bezittingen. Arnulf I (29) wordt de nieuwe graaf van Vlaanderen terwijl zijn broer Adolf een ietwat ondergeschikte rol krijgt als graaf van het land van de Morinen.

Dat is de regio van Boulogne of Bonen, Saint-Pol een kilometer of tien van Atrecht, Terwaan en Guines. Adalulf zal rond 934 kinderloos sterven en daarna zal dat hele gebied weer terugkeren in de schoot van Vlaanderen. Een van de eerste beleidsdaden van graaf Arnulf is ervoor te zorgen dat zijn moeder de nodige schenkingen doet aan de Sint-Pietersabdij van Gent. Nu ze heeft aangegeven dat ze er wil begraven worden mag er best ook boter bij de vis komen. Elstrudis gaat in op zijn verzoek en schenkt veel schone gronden aan de abdij. Deze gronden liggen in het graafschap van Kent in het koninkrijk van Engeland. Ze is dan ook niet voor niks de dochter van koning Alfred de Grote.

Verteerd door het vuur en in gruzelementen
Graaf Arnulf zal met verloop van tijd de bijnaam van ‘de Oude’ krijgen. Hij raakt verwikkeld in een hevig conflict met zijn buur de hertog van Normandië, een twist die blijkbaar al meegaat van de tijd toen zijn vader nog leefde. De ruzie met Normandië draagt natuurlijk niet bij tot de interne rust van het uitgeputte Vlaanderen. Vooral de geestelijken te lande klagen steen en been dat alle energie en middelen besteed worden aan ridders en oorlogslieden. De toestand van de kerk na de rampspoed van de Noormannen blijft allerellendigst. De kloosters hebben al hun kostbaarheden zien wegvoeren. Hun gewijde vaten, gouden en zilveren heiligenschrijnen.

Hun kostbare boeken, ontelbare handschriften uit de oudheid. Manuscripten die de eerste kerkvaders zo zorgvuldig hadden bewaard zien ze nu verbrand en vernield. Er zit niet veel anders op voor de monniken om hun vernielde kloosters achter te laten. Verteerd door het vuur en in gruzelementen dienen ze nu als schuilplaats voor wilde dieren of voor landlopers en struikrovers. Hun akkers en boomgaarden waar de monniken zo veel tijd en energie hebben ingestopt zijn veranderd in braaklanden en woestijnen en begroeid met distels en doornen. Alsof ze er nooit geweest waren. Vrede, godsvrucht en welvaart zullen nog niet voor morgen zijn.

Het stikt overal van de vluchtelingen, bedelaars op zoek naar wat brood in deze beproefde streek. Ze kloppen aan bij de villae van de noblesse. Of aan de deuren van de rijkere burgerij ergens langs de straten van de omwalde steden. Hier en daar ondernemen enkelingen pogingen om de gronden van de abdijen weer vruchtbaar te krijgen en om er wat simpele huizen op te trekken. Niet gemakkelijk want de Noormannen hebben zo goed als niks intact gelaten en tot overmaat van ramp vallen veel verlaten eigendommen nu ten prooi van inhalige edellieden. De landlieden leven kortom gezegd in mensonwaardige omstandigheden zonder enige middelen van bestaan.

De wildemannen zijn daar terug
De lokale graven verdelen de gronden en de landerijen van de abdijen nu onder hun eigen leenmannen en vazallen die later weinig geneigd zullen zijn om die terug af te staan aan de rechtmatige eigenaars. Ik verwonder me er niet over dat de Vlaamse geestelijkheid gaat pruttelen bij graaf Arnulf die precies zoals zijn vader zaliger netjes heeft meegewerkt met de adel en de hand legde op nogal wat kerkpanden in het graafschap.

Graaf Arnulf zal later tot inzicht komen en de geestelijke eigendommen herstellen. Hij helpt krachtdadig bij de heropbouw van kerken en abdijen en zorgt dan toch voor een heropbloei van het land. Zo roept hij in 937, op verzoek van Transmarus de bisschop van Doornik, de monniken van Sint-Baafs terug naar Gent. Hij helpt hen met man en macht om hun ooit zo beroemde abdij uit zijn vervallen toestand te herstellen. Tot nieuwe verwikkelingen ervoor zorgen dat het klooster en de inwoners van de villae die er van af hangen plots niet meer zullen moeten rekenen op de hulp van hun graaf.

Tot overmaat van ramp spoelen er opnieuw hele benden Noormannen aan, wildemannen uit Denemarken die de Vlaamse kustlijn terroriseren. Ze moorden er op los, plunderen de steden, verbranden de kerken. De graaf krijgt de assistentie van zijn broer Adolf en probeert hen af te stoppen. Tijdens een grote bloedige slag in Valkenburg lijden de Noormannen een dermate grote nederlaag aangesmeerd en verliezen ze zo veel strijders dat hun volk wel helemaal vernietigd lijkt. De paus vindt dat de inzet van de graaf wel eens beloond mag worden. Hij vaardigt een bulle uit waarbij Arnulf in het bezit stelt van een hele reeks tienden over zowat heel het grondgebied van Vlaanderen. Welke paus dat deed en wanneer die veldslag in Valkenburg precies plaatsvond moet ik de lezer schuldig blijven.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *