web analytics

Anno 1349. De Brugse Flagellanten

50
banner

In juni 1349 arriveert een groep Duitse geselaars in Gent. Tegen die tijd zijn er al Brugse Flagellanten actief in Doornik waar ze op de grote markt hun lijven tuchtigen met stalen naalden en zich uitleven aan boetedoening. Ze scharen zich in kringen rond enkele monniken van de aanwezige bedelorden, werpen hun gezichten ten gronde en strekken hun armen kruisgewijze voor zich uit, daarna richten ze zich op om zichzelf nog maar eens te geselen. Tot drie keer toe. Na de Brugse geselaars verschijnen er weldra ook in Gent, Sluis, Damme, Nieuwpoort, Eeklo, Cassel, Deinze, Diksmuide, Oudenaarde, Rijsel en Belle. De groepjes komen een voor een naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Doornik om er te bidden en zichzelf als eersteklas masochisten te pijnigen.

De zelfkastijders blijven heel erg actief zolang de pest furieus om zich heen slaat. Ze onderhouden hun harde en strenge leven gevuld met boetedoening. De pest is de schuld van de mensen en daarom doen ze boete om God te vermurwen om toch maar de mensheid van deze straf te verlossen. Naarmate de kwaal gaat afnemen verslapt ook hun ijver. En ook de menselijke ‘ongebondenheden’ uit het vroeger leven van de mensen komen achteraf terug alsof er niets gebeurd is.

15 april 1350. Gravin Margareta van Brabant bevalt van een dochtertje; Margareta van Male wordt nog diezelfde dag gedoopt door Johannes Pattin, de abt van Sint-Pieters te Gent. Tijdens 1350 sterft Filips van Valois en wordt zijn zoon Jan II van Normandië de nieuwe Franse koning. De kroning gaat zoals gebruikelijk door in de kathedraal van Reims, tijdens de oktobermaand van 1350. In principe zou Lodewijk van Male nu manschap moeten afleggen aan zijn nieuwe koning, maar hij vertikt het. Jan weigert om hem zijn drie Vlaamse steden Rijsel, Douai en Orchies terug te geven. De chroniqueurs geven diverse redenen aan waarom de graaf van Vlaanderen zich bedenkt om alsnog naar Parijs af te reizen.

Als voornaamste reden zien ze dat het gevaar van de Vlaamse neutraliteit in het gedrang kan komen indien hij weigert manschap af te leggen aan de Fransman en dat de Vlaamse steden dat liever niet zien gebeuren. Alsof het niet in de sterren geschreven stond dat die zogezegde teruggave van de Vlaamse steden nooit een serieuze optie geweest is en alleen maar als smeermiddel gebruikt werd om de graaf om Vlaanderen aan zijn zijde te krijgen. De hele vaudeville verdient hoe dan ook een waarheidsgetrouwe reconstructie. Het in Duinkerke afgesloten verbond met de koning van Engeland was een en al doorstoken kaart en helemaal niet rechtzinnig.

De afspraken konden onmogelijk duurzaam zijn. Met het aantreden van Jan II komen zijn gezanten naar Vlaanderen met het verzoek of Lodewijk zich niet op een officiële manier zou willen outen ten gunste van de koning van Frankrijk. Op 24 juli 1351 sluiten ze in Fontainebleau een deal (bedoeld om geheim te blijven) dat koning Jan jaarlijks 10.000 gulden zal toesteken aan de graaf van Vlaanderen. De Fransman zet alle registers open. Een militaire ondersteuning om de grenzen van Vlaanderen te bewaken tegen de koning van Engeland. Een regiment van 200 gewapende mannen om Grevelingen te bewaken en voldoende middelen om een eigen leger van 1.000 man op de been te brengen.

Koning Jan laat verstaan dat de opbrengsten van confiscaties bij zijn optredens tegen muiterij en misdrijven tegen weerbarstige steden voortaan in zijn eigen grafelijke zakken mogen verdwijnen. Voor de schone schijn mag Lodewijk zijn eis voor de teruggave van Rijsel, Douai en Bethune handhaven, hij zou er zich niet tegen verzetten. Hoewel geen haar op zijn hoofd er aan denkt om deze teruggave effectief ten uitvoer te brengen.

 

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *