web analytics

Anno 1468. De bruid arriveert in de haven van Sluis

60
banner

25 juni 1468. Om 18u meert de Engelse vloot aan in de haven van Sluis. Simon de Lalaing, ridder van het Gulden Vlies en de in het rood geklede wethouders gaan Margareta van York tegemoet tot aan de haven. Ze leiden hun toekomstige bazin naar de woning van Guido De Baenst waar ze met verscheidene heren en vrouwen van het Engelse hof zal logeren. Ze krijgt er al de volgende dag het hoog bezoek van haar toekomstige schoonmoeder.

Dat is natuurlijk Isabella van Portugal, weduwe van Filips de Goede en moeder van Karel de Stoute. Hoe die eerste ontmoeting verloopt moet ik jullie schuldig blijven, schoonmama keert in elk geval nog dezelfde dag terug naar Brugge. De daaropvolgende maandag gaat de hertog dan persoonlijk zijn bruid verwelkomen in Sluis. Op woensdag staat daar een vergadering met de vier Leden van Vlaanderen en de bisschop van Doornik op het programma, ‘s anderendaags gevolgd door een nieuw bezoek van Karel. Nog diezelfde dag doet het koppel zijn ondertrouw. Tijd voor de hertog om terug te keren naar Brugge.

2 juli 1468. Prinses Margareta van York gaat scheep richting Damme. Karel zal haar daar morgen om 7u komen afhalen om met haar te trouwen. De bisschop van Salisbury verbindt beiden in de echt in de woning van Eustachius Wyts, de baljuw van Damme. Het is een vrij intieme plechtigheid, in de aanwezigheid van het neusje van de zalm, in casu de clerus en de adel uit de Bourgondische landen landen. Pas na de huwelijksplechtigheid komt de grote chiqué naar boven. De vorstelijke bruid verplaatst zich nu naar Brugge. Zittend in een met exclusief rood-gouden laken behangen rosbaar, een tussen twee zwarte paarden gemonteerde draagstoel. Zes Engelse ridders stappen te voet mee als begeleiders van de bruid.

Bij hun aankomst aan de Brugse muren zijn het de heren van het Gulden Vlies die hen aflossen. Samen met Margareta zien de Bruggelingen haar groot gevolg van bisschoppen verschijnen, samen met een groot aantal ruiters die haar lijfwacht uitmaken. De wethouders van Brugge, allemaal strak in het zwart gekleed gaan hun nieuwe gravin tot buiten de Kruispoort tegemoet en verwelkomen haar via hun woordvoerder, griffier Jan van Heurne. 3 juli 1468 ontpopt zich tot een topdag voor Brugge. De begijnen van den Wijngaarde bieden de bruid een prachtige rozenhoed aan die ze met dankbaarheid aanvaardt en die boven haar kroon op het hoofd aanbrengt.

In de lucht weerklinkt het vooizend geschal van de zilveren trompetten en klaroenen die zich laten horen van boven de beide torens van de Kruispoort. De kroniekschrijvers hebben de smaak te pakken. De tabloids van de oude tijden bestaan dan nog in een andere gedaante. Smullen van decadentie en het sterrendom zal wel van alle tijden zijn. De luister die het huis van Bourgondië hier weer tentoonspreidt is dan ook wel een uitgebreid verslag waard. Het hele gebeuren start aan de Kruispoort waar de stoet zich vormt. Met vooraan biddende geestelijken van alle stedelijke kloosterorden die hun relikwieën met zich meezeulen.

Daarna komen de hoogbaljuw, de schout en de wethouders van Brugge aan de beurt vergezeld van al de edelen die niet tot de hof van de prins behoren. 12 boogschutters en hun kapitein gaan de adellijke entourage van Karel de Stoute vooraf. Een indrukwekkende bende met al die kostbaar geklede edelen met bij zich hun schildknapen die voor de gelegenheid uitgedost zijn in zwarte damasten mantels boven hun rood karmozijnen kleren. De hoofdofficieren dragen gelijkaardige jassen. Wambuizen van zwart satijn. De raadsheren laten zich herkennen door hun roodfluwelen kleding en hun mantels van zwart ribfluweel.

Wanneer zullen ze hun nieuwe gravin zien?
Pas nu komen de prinsen van ‘den bloede’ aan, vergezeld van 24 wapenhelden. Ze gaan 6 Engelse boogschutters vooraf die een gouden kroon dragen. De Bruggelingen komen vermoedelijk ogen tekort om al dat schoons te begluren en te bewonderen. En wanneer zullen ze eindelijk hun nieuwe gravin zien? Ze komt er nu aan, nog altijd zittend in haar rosbaar, omringd door de boogschutters van haar lijfwacht, de ridders van het Gulden Vlies en meer dan 80 prinsen, graven en edellieden die meegekomen zijn uit Engeland. Na de paarden van Margareta van York stappen de hofdames of andere jonkvrouwen voorbij. Sommigen te paard of zittend in schoon versierde wagens.

Een meute bisschoppen, prelaten en gezanten van allerhande vreemde mogendheden die hier in groten getale aanwezig zijn, volgen de gravin. Uiteindelijk sluit de stoet met de kooplieden van de vreemde naties die hier in Brugge hun woning aanhouden. Eerst de Venetianen met hun dienstknechten te paard, de meesters gekleed met karmozijnfluweel, de knechten voorzien van kleren uit rood laken. De Venetiaanse delegatie laat zich voorafgaan door 50 mannen die eveneens in het rood gekleed zijn en brandende toortsen met zich meedragen. Nu is het de beurt aan de mannen van Florence of Firenze.

De 60 voetgangers van de Florentijnen dragen blauwe kleren, net zoals de 4 lijfjonkers. Hun paarden zijn behangen met wit satijn afgeboord met blauw fluweel. De 34 Spaanse kooplieden laten zich voorafgaan door 60 mannen met brandende fakkels, allen gekleed in violet damast. Met elk een lijfjonker bij zich. Ook Genua laat zich opmerken met maar liefst 108 Genuese kooplieden. De gigantische stoet eindigt met de doortocht van zeker ook al 100 oosterlingen die met hun violette kledij zeker genoeg opvallen. Ze torsen 60 flambeeuwen en sluiten daarmee de vorstelijke stoet af.

Aan de hoek van de Kersenboomstraat
De sensatieschrijvers van de 15de eeuw brengen nu hun verslag uit over het traject van de parade. Heel Brugge is natuurlijk prachtig versierd, ze kennen er hier iets van. Op de Kruispoort staan er 2 roerende leeuwen met in hun klauwen de wapens van Vlaanderen en van Brugge. Van aan die poort tot aan het hof van de hertog zijn al de woningen behangen met tapijten en kostbare sieraden. Op veel plaatsen staan er praalpoorten met zinnebeelden die het feest moeten voorstellen. Aan de hoek van de Kersenboomstraat prijkt er een poort met daarboven een toren, het geval stelt het aards paradijs voor waar God het huwelijk tussen Adam en Eva arrangeert.

Poort en toren zijn het resultaat van de samenwerking van 4 Brugse neringen. Aan het klooster van de predikheren hebben de beenhouwers hun ding gedaan. Een poort met een toren met daarbij de vertoning van het huwelijk van Alexander en Cleopatra. Bij het naderen van de prinses laten ze een menigte van witte duiven vliegen met op hun borst allemaal de wapens van het pas getrouwde koppel. De kroniekschrijvers missen duidelijk geen enkel detail.

Aan de westkant van de Molenbrug staat de poort van de visverkopers, versierd met schone afbeeldingen en met een spuitende fontein centraal. Op het kruispunt van de Ridderstraat met de Hoogstraat zijn 7 neringen bijzonder creatief geweest met hun praalboog, versierd met hun versie van de bruiloft van Kana in Galilea. Aan de Oostpoort zorgden de smeden dan voor een prachtige ereboog waar de ‘bruid der gezangen’ afgebeeld staat. Wie dat ook mag wezen. Achter hen duiken de kanunniken van Sint-Donaas op die de hertogin gewijd water en wierook aanbieden.

De Burg moet niet onderdoen qua versiering. Aan de Westpoort staat de praalboog van de kleermakers. Op het einde van de Breydelstraat, bij de halle hebben de poorters gezwoegd aan hun park met daarbij de vertoning van een zwarte leeuw met de standaard van Vlaanderen in zijn klauwen, geflankeerd door een luipaard met de standaard van Engeland. Ze lijken op hun schoot wel een kostelijk versierde maagd te strelen. Achter leeuw en luipaard staan nog meer afbeeldingen van wilde dieren. De gouden leeuw van Brabant, de rode van Luxemburg en de gouden leeuwen van Aquitanië en Normandië. Aan de zuidzijde en de noordzijde van dit park prijken twee maagden met de wapens van Vlaanderen en Brugge met in hun handen een gouden hart en een kroon die ze aan de prinselijke bruid aanbieden bij haar doortocht.

Een gouden drinkbeker met gouden kronen
De lakensnijders hebben de halle met lakens aangekleed. Helemaal in het wit, rood en blauw maakt het gebouw grote indruk. Op de markt staat de ereboog, een kunststuk van de kleine neringen met de voorstelling van het huwelijk van koning Assueris en zijn Esther, waar halen ze het allemaal uit? Aan de hoek van de Geerwijnstraat prijkt de poort van de makelaars met daarin een theaterstuk over het huwelijk van de jonge Tobias. Al de poorten in de stad zijn voorzien van geschriften uit de bijbel die de taferelen omstandig uitleggen.

Boven de poort van het prinsenhof hebben de Bruggelingen twee vergulde leeuwen gemonteerd, samen met een tafereel voorzien van de wapens van de hertog met aan weerszijden 2 boogschutters die onophoudelijk Rijnwijn in 2 grote stenen vaten laten vloeien waar iedereen mag van drinken. Westelijk van de ingang staat een vergulde doornboom met een vogelnest waar een pelikaan zijn jongen speent en die ondertussen de hele dag kaneelwijn spuit, tot ieders gerief.

Bij haar aankomst aan het prinsenhof begroeten de vier Leden van Vlaanderen nog maar een keer hun nieuwe gravin en staan ze in de rij om hun kostbare geschenken aan te bieden. De wethouders komen af met een 8 kilo zwaar zilveren verguld beeld van de heilige Margareta. Die van Gent bieden haar een gouden drinkbeker aan gevuld met gouden kronen. Die van Ieper en van het Vrije zijn wat gieriger geweest met hun geschenken.

Karel heeft niet op een frank gekeken
Van hertog Karel is tot nog toe geen sprake geweest. Toch heeft hij ook al niet op een frank gekeken. En dat is wel een serieus understatement van mijn kant. Naast al het zilverwerk dat hij geërfd heeft van zijn vader heeft hij op zijn beurt nog eens 400 kilo zilver laten verwerken tot bestekken. Met daarbij nog eens 12.000 kilo tin. Aan zijn hof heeft hij een nieuwe zaal van 750 m² laten bijbouwen die nu helemaal opgetut is met gouden laken en kostbare tapijten. In het midden glundert een imposant driehoekig buffet rijkelijk voorzien van allerhande zilveren en gouden vaatwerk. Omringd door een warande, een soort mini-jachtterrein waarin alle soort van opgezette wilde dieren te zien zijn. In de bomen lijken de vele vogels wel echt te leven.

Margareta van York kijkt haar ogen uit en kan haast niet geloven wat ze hier in Brugge allemaal voorgeschoteld krijgt. Na het ontbijt met haar bruidegom begeeft het koppel zich nu naar de markt om er een ridderspel bij te wonen. Het steekspel van de ‘Gulden Boom’ georganiseerd door Anton van Bourgondië om de huwelijksfeesten van zijn halfbroer Karel nog meer cachet te geven.

De nieuwe zaal zal pas goed gebruikt worden voor het avondmaal. Zoals te verwachten is dat een zeer exclusief diner. 30 schotels met de meest exquise spijzen, opgediend in zoveel vergulde schepen die elk op zich perfecte kopies zijn van echte zeeschepen. Naast elk schip paraderen vier schuitjes voorzien van de vereiste sausen. Andries De Smet, de schrijver van de ‘Excellente Cronycke’ verklapt ons dat hij nog een van die miniatuurschepen zag hangen in de Sint-Salvatorskerk. De koks brengen dan 30 pasteien binnen allemaal voorzien van een gouden toren op de top, versierd met de wapens van de landen en de steden van de hertog van Bourgondië.

Tijdens de maaltijd krijgt het gezelschap onder andere het bezoek van een actrice, een vrouw die de heilige Margareta uitbeeldt en die aan een gouden ketting een eenhoorn van tafel tot tafel leidt, een beest dat op zijn beurt een verguld luipaard meezeult welke de standaard van Engeland draagt. De Brugse feesten zullen uiteindelijk 9 dagen duren, de ene nieuwigheid volgt daarbij de andere, iedereen krijgt ruimschoots de kans om de uitmuntende pracht van het huis van Bourgondië te bewonderen. In de meeste Brugse huishoudens zal wel de nodige verontwaardiging heersen over de nutteloze verkwisting van al dat schoon geld.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *