web analytics

Anno 1411. De burgerlijke ongehoorzaamheid houdt niet op

70
banner

Een wapenstilstand tussen Engeland en Frankrijk
1411. Daarmee dwingen ze Jan zonder Vrees wel degelijk tot de actie. De schandelijke moord op van Croÿ en de invallen in Artesië als uitnodiging tot een grote oorlog. Onze hertog mobiliseert een leger onder het bevel van de heren van Helly, Bornoville, van Ronse en andere edellieden. Een armee die optrekt richting Bapaume om de Armagnackers te beteugelen. Halverwege het jaar slaagt Jan van Bourgondië er ondertussen in om de wapenstilstand tussen Frankrijk en Engeland voor even te verlengen. De koophandel in Vlaanderen zal er wel bij varen. Op 18 juli 1411 verklaren de drie broers van Orléans nu ook officieel de oorlog aan hun vaders moordenaar.

De graaf van Vlaanderen aanvaardt de uitdaging. Een acceptatie die zo zijn gevolgen heeft voor de inwoners van zijn grondgebied. Hertog Jan heeft om te oorlogen natuurlijk veel geld en middelen nodig en hij laat zich hierbij van zijn meest creatieve kant zien. Het principe van geven en terugkrijgen. Niets voor niets. De Gentenaars verkrijgen nu plots het voorrecht om voortaan leengoederen te mogen verhandelen. Iets wat tot op vandaag altijd het exclusief recht van de adellijke families was gebleven. Her en der in Vlaanderen krijgen de Vlamingen nieuwe voorrechten, het is een kwestie van genoeg zielen te winnen. Belangrijke ambten kunnen nu gekocht worden door geïnteresseerden en ook dat brengt geld in het grafelijk laatje. Op vrije korte tijd slaagt hertog Jan er in om een keurleger van 25.000 uitgelezen krijgslieden op de been te krijgen. De Vrijlaten en de Bruggelingen maken zelfs ruzie wie met welke steden zal mogen optrekken.

Op 17 augustus moet de hertog te Brugge de knoop in deze kwestie doorhakken. De krijgsmannen van Brugge zullen vergezeld worden door die van Sluis, Damme, Hoeke, Monnikerede, Muide, Blankenberge, Oostende en Diksmuide. De soldaten van Ijzendijke, Oostburg, Aardenburg, Oudenburg, Gistel, Torhout, Eeklo, Kaprijke en Lembeke zullen zich vervoegen bij de Vrijlaten.

Een voorhoede van Witte Kaproenen
19 augustus 1411. De Gentenaars zetten zich met die van Oudenaarde op weg naar Doornik. Hun voorhoede bestaat uit een bende Witte Kaproenen die zich aansluiten bij de Kortrijkzanen. De Vlaamse krijgskrachten komen allemaal samen te Douai. Vandaar vertrekt Jan zonder Vrees met zijn leger naar Vermandois. Hij krijgt het gezelschap van de hertog van Brabant en de graven van Henegouwen, Nevers en Savoie die hun eigen hulptroepen aanvoeren. Onderweg komt het nu tot ruzies tussen de Ieperlingen en de Vrijlaten. Over de ridicule kwestie wie nu eerst mag marcheren na de Bruggelingen. De graaf beslist dat ze elke dag van plaats moeten verwisselen en dat de Vrijlaten het eerst aan de beurt mogen komen.

Begin september 1411 bereikt het leger van de Vlamingen Ham aan de Somme, in Vermandois, op zowat 150 km ten zuiden van Kortrijk. Clugnet van Brabant en Manasses Quieret die deze stad met een garnizoen van de Armagnackers bewaken kunnen niet op tegen de hevige bestorming van een dergelijke overmacht en slaan op de vlucht. Onze Vlamingen tonen zich achteraf niet van hun beste zijde: ze doden er al de inwoners die niet op tijd kunnen vluchten. Enkel het leven van een zevental monniken sparen ze. De huizen en de kerken ondergaan een grondige plundering en worden daarna in brand gestoken. Roye en andere versterkingen vallen zonder bloedvergieten in de handen van hertog Jan.

De verovering van Mont-Didier lijkt eveneens een koud kunstje te worden. Na een beleg van tien dagen hebben de Gentenaars er plots genoeg van en ze geven er de brui aan. Vreemd. Ze breken in het holst van de nacht hun tenten op en bereiden zich voor om naar hun thuisstad terug te keren. Iets wat natuurlijk voor grote wanorde in het Vlaams leger zorgt. Een verwonderde Jan zonder Vrees krijgt te horen dat hun overeengekomen diensttijd afgelopen is en dat de Gentenaars zich niet langer meer wensen te engageren in deze Franse oorlog die de hunne niet is. Een smeekbede en de schoonste woorden helpen geen lievemoederen.

De belofte van een rijkelijke beloning al evenmin: de Gentenaars willen naar huis. Om een verdere escalatie van de gemoederen te vermijden overhandigt een bittere hertog zijn mannen alsnog een verlofbrief. Zelfs daarzonder zouden ze het sowieso afgetrapt zijn. De Bruggelingen, Vrijlaten, Ieperlingen en de andere Vlamingen volgen hun voorbeeld een keren samen terug naar Vlaanderen. Hertog Jan begeleidt zijn vertrekkende troepen nog tot in Péronne waar hij hen bedankt voor bewezen diensten. Hij verzoekt hen om de weg naar huis in rust en vrede af te leggen en onderweg geen amok te maken. Voor alle zekerheid krijgen ze tot Douai toch nog het gezelschap van zijn broer Anton, de hertog van Brabant. De vrees dat ze in Waals Vlaanderen problemen zullen veroorzaken zit er dik in.

De burgerlijke ongehoorzaamheid houdt niet op
Begin oktober 1411. De Vlaamse krijgslieden zijn terug in het land. De burgerlijke ongehoorzaamheid houdt daarmee niet op. Het was een beetje te vrezen. De Bruggelingen weigeren plots om hun eigen stad binnen te gaan waar ze in principe al hun ambachtelijke werkzaamheden zouden moeten hervatten. Daar is nu geen sprake van. Het woord ‘staking’ is nog niet uitgevonden maar daar komt hun actie wel op neer. Kop van jut is het maalrecht dat hier vier jaar geleden werd ingevoerd, neergeschreven op het kalfsvel, de ‘calliote’. Tijdens hun campagne in Frankrijk kregen ze te horen dat de hertog er niets beter op gevonden had dan de graantaks te verlengen.

Dat de burgers taksen moeten betalen op hun eigen brood kan voor hen niet door de beugel. De mannen slaan hun tenten op buiten de Smedenpoort, op een terrein tussen Sint-Baafs en Sint-Andries en blijven daar kamperen. Hun collega’s van de onderhorige steden Diksmuide, Sluis, Damme, Oostende, Torhout, Blankenberge, Oudenburg, Oostburg, Aardenburg, Monnikerede en Hoeke volgen het Brugse voorbeeld. Na twaalf dagen actie krijgen ze het stadsbestuur zo ver om hen het perkament (kalfsvel) te overhandigen. De graaf vindt het inderdaad welletjes en oordeelt dat het verstandiger is om in deze omstandigheden het maalrecht af te schaffen.

De Brugse manschappen scheuren het fameuze perkament wel in duizend stukken vaneen, want iedereen wil er blijkbaar een stukje van hebben. Met dit doel bereikt vertrekken de manschappen nu naar hun haardsteden, de Bruggelingen stappen met open vaandels binnen in Brugge-stad, in één beweging richting Korenmarkt, naar het tolhuisje op de Braamberg waar normaliter de calliote betaald werd. Ze verbrijzelen het huis van de tolwacht en gaan dan op zoek naar de Bruggelingen die het ooit aandurfden om deze graantaks aan de hertog voor te stellen. Het eindigt met hun verbanning uit Vlaanderen. Een bevel dat opnieuw van hertog Jan komt. De veldtocht naar de Somme is afgelopen en Brugge kan nu opnieuw tot rust komen.

 

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *