web analytics

Anno 1389. De Clementinen en de Urbanisten

60
banner

1389. Frankrijk en Engeland sluiten een wapenstilstand van drie jaar die naderhand nog zal verlengd worden. Goed nieuws voor Vlaanderen dus. Het is een signaal voor verscheidene Catalaanse kooplieden om zich in Brugge te komen vestigen. Een aantal Engelse commerçanten volgt hun voorbeeld. De dood van de paus van Rome (Urbanus VI) op 18 oktober 1389 lijkt een geschikt moment om een einde te maken aan de dubbele heerschappij in de kerk. Maar de kardinalen in Rome willen niets weten van hun collega’s in Avignon en zeker al niet van de in hun ogen valse paus Clemens VII. Ze verkiezen op 9 november Bonifacius IX als opvolger van Urbanus VI.

In Frankrijk willen ze geen andere paus erkennen dan Clemens van Avignon. De belangen van Filips de Stoute zijn natuurlijk nauw verstrengeld met het hof van Parijs en de graaf van Vlaanderen zit zo ongewild in het kamp van de Franse paus. En daarmee zadelt hij zichzelf op met een probleem. De Vlamingen willen in geen geval voorschriften uit Avignon ontvangen en luisteren enkel naar hun legitieme paus van Rome. Een verschil van mening dat leidt tot grote verdeeldheid tussen de graaf en zijn onderdanen.

Clemens die in een vorig leven ooit nog bisschop van Kamerijk was, vindt in Vlaanderen niet bijster veel steun. De Vlaamse (en aan Frankrijk verknochte) adel in Brugge staat wel achter de paus van Avignon, terwijl de meerderheid van de bevolking trouw blijft aan de paus van Rome. Filips onderneemt herhaalde pogingen om zijn onderdanen te bekeren, maar die mislukken keer op keer. Om gerust gelaten te worden paaien ze de hertog met een som van 60.000 gulden. Ze maken van de gelegenheid gebruik om hun frustraties rond die Franse bezetting van Sluis te ventileren. Koning Karel VI gaat in op hun grieven en laat voortaan het Noord-Franse bastion over aan de zorg van de Vlamingen zelf. Alles kadert in diezelfde bezorgdheid om ons los te weken van de paus van Rome.

De pausenkwestie escaleert
1391. Er volgen nieuwe pogingen van hertog Filips om de Vlamingen over de schreef te trekken. Hier en daar gaan sommigen overstag en die wetenschap op zich zorgt nog voor een groter wordende verdeeldheid onder de inwoners. De twee partijen komen gaandeweg frontaal tegenover elkaar te staan. De Clementinen tegen de Urbanisten. Op verscheidene plaatsen worden de misvieringen opgeschort omdat al de Clementinen in de ban van de kerk geslagen zijn. Dat verkondigen althans Joannes van Waes, de pastoor van de Sint-Walburgakerk en priester Jacob van Oostburg tijdens hun sermoenen. Beiden moeten korte tijd later wegvluchten van Brugge om de vervolgingen van Filips de Stoute te vermijden.

Veel roomsgezinde priesters, kloosterlingen en zelfs burgers volgen hun voorbeeld en zoeken soelaas in de regio’s van Luik en Keulen waar ze paus Urbanus als hun enig zaligmakende kerkleider beschouwen. Zowat alle Bruggelingen zijn in hun hart voorstanders van de paus van Rome maar durven daar niet langer voor uitkomen. Het is dan al duidelijk geworden dat Filips de Stoute, meestal betiteld als ‘mijne geduchte here’ niet met zich laat sollen. Dat de Vlamingen van die tijd niet meer naar de mis durven te gaan uit vrees om de wreedheid van hun graaf te moeten ondergaan, spreekt boekdelen. Dat ondervindt Pieter van Roeselare, een treffelijke burger van de stad die wat te veel zijn nek uitsteekt voor paus Urbanus. Hertog Filips laat de Bruggeling doodleuk oppakken, naar Rijsel voeren en onthoofden. Ridder Jan Van Heyle, een man die al grote diensten bewezen heeft aan het land, sterft om dezelfde reden in de gevangenis.

1392. De pausenkwestie escaleert maar verder. Met Pasen ontstaat er haast een volksverhuizing van Brugse poorters om hun feestdag te houden in een of andere Gentse kerk, conform de geboden van de heilige Kerk van Rome. Iets wat in eigen stad niet meer mogelijk is. Ze zullen dat trouwens de twee volgende jaren herhalen. De Gentenaars tonen zich veel formeler en strikter tegenover de hertog. Ze zullen zich nooit onderwerpen aan die Clemens. ‘De Clementinen en de Fransen zijn dwaze dolende geesten’. Het is duidelijk dat de Vlamingen niet te overhalen zijn. De volgende jaren zal Filips de Stoute met zijn hardnekkige pogingen ten gunste van de Franse paus alleen maar vijanden maken.

Toch mag er best een kanttekening gemaakt worden over deze periode. De kerkelijke twisten die onrust veroorzaken in de huisgezinnen kunnen niet verhinderen dat de welvaart in Vlaanderen gestaag stijgt. Veel Duitse kooplieden van de Hanze die Brugge in 1382 omwille van al die oorlogen en beroerten achterlieten keren terug naar de stad. Met dank aan een schadevergoeding van 11.000 pond. Ze vinden er het gezelschap van hun Catalaanse en Engelse collega’s en mogen rekenen op enkele nieuwe voorrechten van Filips de Stoute.

Dolende geesten
1392. De Gentse bewering van die ‘Franse dolende geesten’ slaat zeker op hun koning Karel VI. Die is nog maar 24 jaar wanneer hij ‘met een hoofdziekte bevangen wordt die hem krankzinnig maakt’. Zijn naam belandt daardoor in de geschiedenisboeken als ‘Charles le Fou’, de Bruggelingen zullen het ongetwijfeld hebben over ‘Karel de Zot’. Officieel zal dat in Vlaanderen ‘Karel de Dwaze’ blijven. Dat de grote baas knettergek aan het worden is heeft natuurlijk zo zijn belang voor ons land. Het regentschap over Frankrijk komt in handen van een duo: de broers; hertog Filips van Bourgondië (onze Filips de Stoute dus) en hertog Jan van Berry.

Ze houden de troon warm voor het geval de koning zou herstellen en zorgen er tegelijk voor dat zijn jongere broer Lodewijk I van Orléans (20 jaar in 1392) niet aan de macht kan komen. Die laatste vecht natuurlijk voor zijn rechten. Het geschil zal uitgroeien tot een jarenlange ruzie tussen de huizen van Bourgondië en Orléans en zal op een haar na niet de Franse monarchie vernietigen. Het is dus best speciaal dat de grote baas van Vlaanderen heel wat in de pap te brokken heeft in het machtige Frankrijk.

1393. Lodewijk van Trimouylgie, de Clementijnse bisschop van Doornik komt in het gezelschap van onze hertog naar Brugge. Op Sinksen zal hij enkele priesters wijden in de Sint-Salvatorskerk. Bij aankomst blijken de Bruggelingen hun kat gestuurd te hebben. Ze vertrekken dan maar noodgedwongen naar Sluis, maar ook daar loopt de ceremonie verkeerd af wanneer de kerk geraakt wordt door ‘het hemels vuur’ en in brand vliegt Dergelijk onweer, op dit moment en in deze context, meer zal de bevolking niet nodig hebben om er de toorn van God in te zien. De beroering bij de Sluizenaars en de Bruggelingen is duidelijk: ze wensen hun hertog de pest in zijn hart toe.

De onderstroom in Vlaanderen evolueert duidelijk naar een vijandige atmosfeer tegen de hertog. Door hem en zijn Clementijnse sekte zijn ze nu hun kerk kwijtgespeeld omdat ze God ‘geplaagd’ hebben. Ze nemen het de graaf bijzonder kwalijk. Als hij vrede wil met de Vlamingen moet hij ophouden met deze pauselijke nonsens. Anders zal het gedaan zijn met de vrede. Ieper en het Westkwartier behoren duidelijk tot die strekking. Brugge blijft liever op de vlakte en de houding van de Gentenaars is al langer bekend, die staan alweer het dichtst bij een revolutie. Gelukkig loopt er in Gent een zekere Jan de Wilde rond die er in slaagt om de gemoederen tot bedaren te brengen.

De hele tijd door is er hoe dan ook sprake van een ware exodus van goede en vreedzame lieden, zowel geestelijken als burgers die andere oorden opzoeken. Utrecht, Luik en Brabant blijken de favoriete bestemmingen. Toch blijft alles bij gewoon protest. De graaf laat niet met zich sollen. Hij duldt niet dat men aan zijn gezag tornt. Wanneer de baljuw van Ieper in 1393 een Vrijlaat oppakt tonen de bestuurders van het Vrije zich daar bijzonder misnoegd over. Hun rechten zijn geschonden, een medeburger werd opgesloten in het Gravensteen te Gent en niemand heeft de moeite gedaan om hen hierover te informeren. Uit wrevel hiervoor leggen ze hun ambt neer. En zelfs dat is al veel te veel voor Filips de Stoute. Hij veroordeelt de stakende magistraten en bedenkt hen met een zware geldboete. De Vrijlaten moeten zelfs niet denken van in beroep te gaan tegen deze bestraffing.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *