web analytics

Anno 1225. De dubbelganger van Valenciennes

43
banner

1225. Werkelijk niets blijft Johanna gespaard. In Vlaanderen ontstaat een inlandse oorlog wanneer een of andere gelukszoeker uit het niets opduikt en van zichzelf beweert dat hij Boudewijn van Constantinopel is, de vader van de gravin die nu al 19 jaar verdwenen is na de slag voor Andrinopel. Het gaat over een kluizenaar die als twee druppels water lijkt op Boudewijn. De lookalike woont in een bos in de omgeving van Valenciennes. Van de voorbijgangers hoort hij nu al jaren de verzuchting dat niets meer hetzelfde is als in de tijd van deze graaf, heel die historie met Ferrand en nu dat bestuur van zijn echtgenote is maar een flauw afkooksel van wat Boudewijn van Constantinopel ooit zelf presteerde.

Het is een edele verzuchting die zich zo gaandeweg met de realiteit gaat vermengen. Ik bedoel maar dat er meer en meer mensen die dubbelganger willen ontmoeten. De hele historie evolueert zo tot een hype, die gelijkenis van ‘horen zeggen’ verandert zo stelselmatig in een vaste overtuiging van de mensen dat die man werkelijk Boudewijn moet zijn. De kluizenaar doet niets om dat verhaal te ontkrachten. Integendeel: hij heeft het over een complot van zijn dochter Johanna die hem om het leven wil brengen.

Ik moet onmiddellijk denken aan die bewering van de liquidatie in Marquette die te lezen staat in de Ieperse handschriften. De hele toestand bereikt ongelooflijke proporties als ook de edelen gaan geloven dat deze man effectief hun verdwenen graaf is. Het afscheren van zijn baard en het vervangen van zijn lompen door een prachtig gewaad versterken die overtuiging alleen maar. De kluizenaar voelt dat er meer inzit en dat hij zelf baas kan worden van de graafschappen van Vlaanderen en Henegouwen. Tijdens zijn doortochten in Vlaanderen groeit het aantal van zijn hovelingen. De Rijselnaars begroeten hem vreugdevol en zijn al bereid om hem giften te overhandigen. En de man blijft maar beloven en zwansen, voor elk de hemel als hij eenmaal op zijn troon zal zitten. Ook de Kortrijkzanen ontvangen hem in diezelfde overtuiging.

Voor Johanna moet de hele kwestie een heuse nachtmerrie zijn. Ze loopt nu zelf het risico om in zijn handen te vallen zodat haar leven in gevaar komt. Tijdens haar vlucht naar de abdij van Eeckhoutte kan ze hem maar maar op het nippertje ontlopen. Moet ze nu werkelijk die vreemdeling als haar vader erkennen? Een valse papa die haar heerschappij zal overnemen? Uiteindelijk beslist ze om naar Frankrijk te reizen en de kwestie voor te leggen aan koning Lodewijk VIII. Tijdens haar onderhoud met hem voert ze een aantal getuigen op die er zeker van zijn dat haar vader effectief gedood werd in de stad Ternova, door toedoen van de koning van de Bulgaren.

Lodewijk laat daarop de valse Boudewijn oproepen om voor hem te verschijnen. De kluizenaar beleeft de dag van zijn leven. Gekleed met de kostelijkste gewaden, gezeten in een zetel naar het paleis van Compiègne gedragen worden om er een exquise maaltijd te verorberen in het gezelschap van de koning en de bisschoppen. Zijn gezellige dag zal snel naar de knoppen zijn wanneer de bisschop van Beauvais hem drie vragen stelt.

Wanneer heeft hij manschap afgelegd aan de koning? Op welke dag werd hij ridder? En of hij nog zijn trouwdatum kent? Op die vragen kan de man natuurlijk niet direct antwoorden en daarom vraagt hij een bedenktijd van drie dagen. Die krijgt hij niet. ‘Zo vergeetachtig kan eens mens nooit zijn’, briest de koning. Als hij hier nu niet direct zijn echte naam bekendmaakt wacht de doodstraf. Pas dan valt de kluizenaar door de mand. Hij kan zijn bedrog niet langer volhouden. Nee, hij is Boudewijn niet maar Bertrand Reyns, geboren in de Champagne. Hij vertelt er maar meteen bij dat hij altijd al afgunstig geweest is van het rijkeluisleventje van de graven.

Een vreselijk affront voor de Vlaamse edelen
De koning moet in een milde bui zijn, ofwel schuift hij het probleem handig door naar de Vlamingen. Reyns krijgt exact drie dagen om definitief op te hoepelen uit Vlaanderen, Henegouwen en Frankrijk. Daarna wacht de galg. Zijn kleren mag hij afspelen en hij zal nu wel op eigen benen moeten terugkeren. Hij haast zich als verrot naar Bourgondië. De edelen die Bertrand Reyns hadden geëscorteerd hebben zich uiteraard belachelijk gemaakt. Ze vertrekken haastig vanuit Compiègne, overal waar ze komen krijgen ze hoon en spot over zich.

Sommigen vertrekken zelfs naar vreemde landen om het vreselijk affront te ontlopen. Johanna van Constantinopel zit bijzonder verveeld met het feit dat die Reyns zomaar aan zijn straf kon ontsnappen. Die man moet en zal gestraft worden. Ze slaagt erin om hem op te sporen. De frauduleuze dubbelganger verdwijnt in een kerker te Rijsel. Hij smeekt om genade en raakt ongetwijfeld een gevoelige snaar bij de gravin. Uiteindelijk beslist ze om zich zelf niet uit te spreken over zijn lot. De vierschaar van Rijsel zal dat wel doen in haar plaats.

Dat vonnis is duidelijk: deze mooiprater zal vastgebonden op de rug van een paard door al de steden van Vlaanderen geleid worden waar hij eerder beweerd had van de echte graaf te zijn. Hij moet in het publiek verklaren dat hij gelogen heeft. Na zijn rondgang zal hij opgeknoopt worden aan een galg buiten de stad Rijsel. Zo eindigt ook zijn leven. Maar… ondanks al haar voorzorgen om het hem zelf te laten vertellen blijven er veel Vlamingen van overtuigd dat deze man wel degelijk de graaf was en dat de gravin haar eigen vader heeft laten ophangen. Laster die ik nu inderdaad kan terugvinden in de Ieperse kronieken. Met de variatie dat hier wel degelijk Ferrand als schuldige geviseerd werd.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *