web analytics

De Duitse troepen moeten weg uit Vlaanderen

77
banner

Maximiliaan trekt vervolgens met zijn volk naar het Hollandse Hulst. Hij ontslaat Arnold Breydel die met zijn boze aanhangers naar Aardenburg en Middelburg gelopen was om de streek daar te beschadigen. In Hulst laten de Bruggelingen weten dat ze tegen de zin van de Gentenaars in twee Duitse graven losgelaten hebben die als gijzelaars in Brugge verbleven. Het feit dat de koning zich niet langer op Vlaamse bodem bevindt zorgt nu voor een opmerkelijke ommezwaai.

Er kan geen sprake van zijn dat hij de vrede zal onderhouden en dat de Duitse troepen zullen wegtrekken uit Vlaanderen. De déjà vu van Lodewijk XI en zijn constante woordbreuken is werkelijkheid geworden. En er is nog meer onheil op komst voor de Vlamingen. De keizer is op komst met 40.000 soldaten om hen te straffen. Maximiliaan zal zich binnenkort bij zijn vader voegen in Leuven.

27 mei 1488. Frederik en Maximiliaan doemen met hun grote krijgsmacht op te Evergem. Ze slaan er hun kamp op om Gent te gaan belegeren. De Gentenaars beseffen dat de Duitsers hun zwaarden gescherpt hebben en het heel speciaal op hen hebben gemunt. Ze mogen die Brugse vrede als waardeloos beschouwen en roepen haastig de steun van Frankrijk in. Ze kiezen Filips van Kleef-Ravenstein als hun nieuwe opperbevelhebber.

De vroegere rechterhand van Maximiliaan aanvaardt deze opdracht. Hij heeft aan diezelfde Maximiliaan gezworen dat hij de Vlamingen zou ondersteunen tegen diegenen die de vrede zouden breken. Dat dit nu nota bene de koning zelf is kan misschien wel heel schizofrene gevolgen hebben, maar voor Filips telt alleen zijn gezworen eed. Ik kijk nog maar eens op van het ongelooflijk soapgehalte van wat hier aan het gebeuren is. Filips geeft om te beginnen de opdracht om de hele omgeving van Gent zo veel mogelijk onder water te zetten en nieuwe bolwerken op te trekken. Het beleg dat op komst is zal niet van de poes zijn!

1.200 Franse krijgslieden in Gent
Nog voor het begin van de gevechten biedt een Duitse schildknaap zich aan met het bevel dat de Gentenaars de Duitse keizer zouden erkennen als hun opperleenheer van alle gebieden ten westen(!) van de Schelde en dat ze hem hier in deze hoedanigheid moeten ontvangen. En dat ze zonder uitstel de gevangen Duitse heren op vrije voeten moeten stellen. De Gentse wethouders uiten in het lang en het breed hun uiterste verontwaardiging over Frederiks claims en weigeren er resoluut op in te gaan. De keizer kan uit het hoogmoedig antwoord van Gent afleiden dat het verre van eenvoudig zal zijn om deze zelfverzekerde stad stormenderhand in te nemen.

De weerstand van de Gentenaars zou wel eens veel Duitse levens kunnen kosten. Hij laat dan ook de plannen van deze aanval varen. De keizer splitst zijn omvangrijk leger nu op in drie regimenten. Een eerste deel zal hier Gent op slot houden, een tweede deel zal beginnen aan de verwoesting van de hele buitenomgeving terwijl Maximiliaan met de rest naar Menen zal vertrekken om de Fransen tegen te houden.

1 juni 1488. De Franse veldheer Crevecoeur rijdt met 1.200 Franse krijgslieden te paard en te voet binnen in Gent. Zijn mannen staan blijkbaar te popelen om in actie te schieten. Nog diezelfde avond vertrekken ze met een bende Gentenaars om een uitval te plegen op het leger van de keizer bij Evergem. Bij deze aanval doden ze heel wat Duits volk. Onder de gesneuvelden bevindt zich Eduard van Brandenburg wiens dood heel erg pijnlijk aankomt bij keizer Frederik. Een revanche kan niet uitblijven. Christoffel van Baden trekt met 4.000 mannen om Deinze te gaan veroveren. Om 2u in de nacht steken de Duitsers de slotgracht te voet over.

Het water komt hen tot aan de hals. Na deze zeiknatte oversteek kunnen ze wel rekenen op de hulp van Joris van Schorisse, de heer van Meulebeke die hen binnenlaat. De hele stadsbevolking wordt nu uitgemoord met uitzondering van 400 mannen die ze gevangen zetten. Onder hen treffen ze een Gentse kapitein aan. De Duitsers binden de man vast op een plank, doorboren zijn hart met het zwaard en schrijven op zijn borst dat dit het lot zal zijn voor allen die de Roomse koning in de gevangenis hebben gehouden. Plank en lijk drijven ‘s anderendaags binnen te Gent. De Duitsers handelen trouwens niet beter in de omliggende dorpen en landen.

Filips is danig ontgoocheld in Maximiliaan
Deze gruweldaden kunnen niet door de beugel voor Filips van Kleef-Ravenstein die nu toch wel danig ontgoocheld moet zijn in Maximiliaans genadeloze afrekening met Vlaanderen. Op 8 juni vertrekken de wraaklustige Gentenaars met heel veel volk naar Dendermonde. Ze slagen er warempel in om 400 wagens vol levensmiddelen bestemd voor het leger van de keizer te veroveren nadat ze eerst 300 Duitse ruiters gedood hebben en nog evenveel voetsoldaten gevangen namen. Ze komen met deze grote buit binnen in Gent. De volgende dag is het de beurt aan de Bruggelingen om een uitval te wagen. Dat gebeurt onder het bevel van Antonius Van Houtte. Die van Brugge slagen er in om de kastelen van Broodshende (bij Sleidinge) en Rostune (bij Sijsele) te verwoesten.

Een poging twee dagen later van 4.000 man om het kasteel van Middelburg in te nemen mislukt evenwel. Tijdens hun terugkeer steken ze de vesting van Leeskens in brand. Daniël van Praet en Joris van Schorisse vallen met hun volk binnen in Roeselare. Ze plunderen alles wat ze er aantreffen en steken de kerk in brand, een plek waar zoveel vrouwen en kinderen helaas hun schuilplaats hebben gezocht.

14 juni 1488. Filips van Kleef-Ravenstein ontvangt een brief van Maximiliaan waarin hij er op aandringt om zich te distantiëren van de Vlamingen. Maar de sterke man in Vlaanderen antwoordt dat hij zich aan zijn eed zal houden. De koning is er niet goed van dat zijn trouwe metgezel zich helemaal tegen hem heeft gekeerd. Hij vertrekt van Menen in de richting van Ieper waar hij hoopt op de hulp van enkele wethouders om deze stad in zijn macht te krijgen. Maar de inwoners verijdelen zijn pogingen ter zake. Hetzelfde scenario volgt in Kortrijk en daarop keert Maximiliaan verbitterd terug bij zijn vader in Evergem. De Bruggelingen ondernemen ondertussen met 1.400 man een nieuwe poging om het kasteel van Middelburg in te nemen en slagen daar andermaal niet in.

In de plaats daarvan veroveren ze dan maar de vesting van Coxie in Aardenburg-Ambacht, toebehorend aan Richard De Visch. Terwijl ze daar volop aan het plunderen zijn krijgen ze onverwacht een aanval van 1.000 ruiters en 2.000 voetgangers te verwerken. Ze verliezen er 300 makkers. Dubbel zoveel Bruggelingen beëindigen deze ongelijke strijd als krijgsgevangen en zullen pas tegen de betaling van een redelijk rantsoen op vrije voeten gesteld worden.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *