web analytics

Anno 800. De eerste burchten

105
banner

Vanaf de 7de eeuw krijgen we de eerste info over de infrastructuur in onze streek. Behalve het kasteel ‘Bruche’ prijken er ook burchten in Broekburg, Veurne en Sint-Winoksbergen en op nog andere plaatsen. Die burchten zijn bewoond door burggraven of kasteleins die zich als ‘graven’ laten aanspreken. Rond het jaar 800 leren we dat die burggraven aangesteld zijn door de koning van Frankrijk om het land en de zeekusten te bewaken en dat ze belast zijn om wet, recht en justitie te doen voor de inwoners van Vlaanderen, meer bepaald over de burchten, kasselrijen en het land van de Vrijen. Brugge zelf krijgt het toezicht op de steden.

Maar nu is het toch wel echt tijd om te beginnen aan de geschiedenis van de graven van Vlaanderen en mijn oud verhaal van Vlaanderen. De achtste forestier van Vlaanderen, Boudewijn van de Ijzer zal het in de loop van de 9de eeuw schoppen tot onze eerste graaf. Maar daar gaat een heel ruime voorgeschiedenis aan vooraf. Ik geef aan de lezer graag mee dat nogal wat kroniekschrijvers worstelen met namen en jaartallen van die eerste forestiers. En dat ik dus zelf het nodige voorbehoud maak over de historische precisie van hun leven en dood. Mythe en onvoldoende schriftelijke overlevering laten hier nu eenmaal geen perfecte geschiedschrijving toe. 

Liederik schopt het tot de eerste forestier
De eerste in de reeks van forestiers is Liederik I die in het jaar 615 het kasteel van Lillesbuck (Rijsel) overneemt van de boosaardige Finaart en in opdracht van de Franse (Frankische) koning Chlotarius II de verantwoordelijkheid krijgt om wet en orde te stellen in het aartsgevaarlijke Vlaanderen van die dagen. De hele geschiedenis staat te lezen in een of andere uithoek van mijn kronieken en bevat ongetwijfeld een flink stuk fantasie. Het stemt me gerust dat Chlotarius II inderdaad leeft in 615 waardoor ik enigszins zeker ben in het framewerk van de tijd. Liederik I krijgt de bevoegdheid over Atrecht, Vermandois, Nijvel, Ariën-aan-de-Leie, Boulogne, Douai, Rijsel, Sint-Omer, Gent, Brugstock (het latere Brugge), Harelbeke en andere plaatsen.

Het enige wat de Franse koning eist van Liederik is dat hij voor deze gebieden manschap aflegt, iets wat Liederik ongetwijfeld met plezier zal doen. In 621 trouwt hij te Soissons met Rithilde (of Idonea), de dochter van diezelfde Chlotarius en kan hij nu echt beginnen aan het bestuur over het prille Vlaanderen. Tijdens zijn verblijf in Rijsel laat hij een kasteel optrekken in Harelbeke, waar het jonge koppel gaat wonen.

Op 14 jaar tijd produceren ze maar liefst 15 zonen en 3 dochters. Joseram, Antonius, Bosschaert, Baudryn, Alianus, Lyoneel, Galerand, Mauritius, Boudewijn, Magnifer, Saladryn, Monfort, Ganimedes, Baudiaan, Liederik, Idonea, Gratiana en Leonarda. Ondanks zijn grote kroost kwijt Liederik I zich trouw van zijn plicht, hij bestuurt zijn gebieden met de nodige strengheid, spoort kwaaddoeners en moordenaars op en berecht ze volgens hetgeen ze mispeuterden. Hij heeft een grondige hekel aan onrechtvaardigheid. Dat blijkt uit de onthoofding van zijn oudste zoon Joseram voor het niet betalen van een mandje fruit aan een arme vrouw. Deze Liederik moet inderdaad een heel principiële figuur zijn.

Het woord van God in dit heidens land
Volgens de jonge kerk van Jezus Christus loopt het in Vlaanderen vol van de ongelovigen. Een typische mening en vooringenomenheid van enkele fanatieke godsdienstkwezels om alleen maar door de ogen van hun eigen god te kijken. De Fransman Amandus komt op de proppen met zijn idee om het woord van God te verspreiden in het heidense Gent en zijn omgeving, ja tot zelfs in Kortrijk. Best een moeilijke opdracht want de mensen die er wonen zijn net zo woest als de grond waarop ze wonen. Hoe hij het doet weet ik niet maar hij bekeert nogal wat ongelovigen. Zijn argument van het eeuwig leven in de hemel zal wel hout snijden.

Amandus slaagt er in om twee kloosters te stichten, beide opgedragen aan de apostel Petrus. Het eerste komt op de Blandijnberg en zal later uitgroeien tot de Sint-Pietersabdij. Het tweede klooster verrijst in Sint-Baafs. Liederik trekt in 641 ook Eligius aan om te komen preken, de man doet dienst als bisschop van Noyon en Doornik en predikt op een haast fanatieke manier in de steden en de dorpen. Niet iedereen ziet de katholiek graag komen. De Sueven en de barbaren langs de Vlaamse kusten ontvangen hem ronduit vijandig en bedreigen Eligius vaak met de dood. Hier en daar boekt hij ook wel zijn successen en slaagt hij er in de afgodencultuur te vervangen door de leer van Jezus. Maar ik loop al een beetje vooruit op de feiten. Jullie zullen straks zien welke hulp al die predikers mogen verwachten van forestier Liederik in zijn inspanningen om de Vlaamse zeden wat op te krikken.

· · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *