web analytics

Anno 1457. De Franse rotte appel woont in Vlaanderen

55
banner

Tot een oorlog met Frankrijk komt het gelukkig nog niet. Het zal echter niet zo lang duren om de eerste effecten van de Franse rotte appel in Filips’ entourage te zien. Die Lodewijk moet inderdaad beschikken over een doorslecht en gespleten karakter. Aan het hof van de hertog duiken er steeds meer onenigheden op. Zijn eigen medewerkers fluisteren in het rond dat het de duivel in persoon is die ze aan het hof hebben uitgenodigd, een heerschap dat niets liever doet dan de ‘zoete’ eendracht te verstoren.

De kroonprins onderneemt de ene na de andere list om de heren van Croy van Karel de Stoute te vervreemden en de toekomstige graaf in zijn kamp te krijgen. Een wrevel tussen Filips en zijn zoon Karel over het aanstellen van een kamerling ontaardt door al dat gestook en die manipulaties in een fikse ruzie waarbij de troonopvolger het hof verlaat en in Dendermonde gaat wonen. De onenigheid zal gelukkig niet al te lang aanslepen. Diverse hooggeplaatste personen met ook weer eens die Lodewijk komen tussen en bemiddelen een verzoening tussen vader en zoon.

14 februari 1457. Isabella van Bourbon, de echtgenote van Karel de Stoute brengt in Brussel haar eerste dochter ter wereld. Tot grote vreugde van het huis van Bourgondië. De jonge gravin wordt met de nodige aplomb gedoopt in het bijzijn van van de hoogste geestelijken van het land. Het meisje krijgt de naam ‘Maria’ en krijgt zo als Maria van Bourgondië voorgoed haar plaats in de Vlaamse geschiedenisboeken. Haar peter is Lodewijk, de Franse kroonprins, zeg maar deze klootzak die twee stenen met elkaar zou laten vechten. Maria krijgt twee meters; haar grootmoeder Isabella van Portugal en Beatrix. Die laatste is de echtgenote van Adolf van Kleef-Ravenstein, Wijnendale en Torhout.

Doorheen het land van Vlaanderen organiseren de inwoners grote vreugdefeesten om de geboorte van hun nieuwe gravin te vieren. Tijdens de Paasweek enkele weken later begeeft Filips de Goede zich met de Franse kroonprins aan zijn zijde naar Oudenaarde, Kortrijk en Brugge. De toekomstige Franse koning krijgt overal een eervol onthaal. Het welkom in Brugge is ronduit indrukwekkend. De ambachtslieden staan opgesteld met een brandende toorts in de handen, aan beide zijden van de straten langs het hele rijkelijk versierde traject tussen de Boeveriepoort en het Prinsenhof. De stedelingen hebben kosten noch moeite gespaard om Lodewijk het nodige vermaak met standing en klasse aan te bieden. Hij kijkt op 3 mei 1457 dan ook gebiologeerd toe naar de heilig bloedprocessie en naar de grote luister die de Bruggelingen tijdens deze plechtigheid tentoon spreiden.

Als het hem maar goed uitkomt
Ook in de andere Vlaamse steden ondervindt Lodewijk XI gelijkaardige blijken van sympathie. De kroniekschrijvers waarschuwen hun lezers echter al opnieuw; moesten de Vlamingen geweten hebben met welke valsaard ze te maken krijgen dan zouden ze hem wel met heel andere ogen bekijken. Toch lopen er bij ons al verstandige mensen rond die hem dan al als een spion bekijken. Onder de dekmantel van een grote ruzie met zijn vader maakt hij van deze gelegenheid netjes gebruik om alles goed te komen bekijken om er later zijn voordeel mee te doen. Als het hem maar goed uitkomt. Eind juli 1457 verlengt Filips de Goede het vredesbestand met Engeland.

Ze zijn weer voor de volgende negen jaar gerust. Koning Karel VII is daar helemaal niet gelukkig mee, vooral omdat dit gebeurde zonder zijn toestemming, maar onze hertog beweert dat dit enkel gebeurde om zijn landen in rust te houden. Het is duidelijk dat de frustraties tussen beiden aan het groeien zijn. Het verbetert er niet op als Lodewijk buiten het weten van zijn vader te Namen in het huwelijk treedt met Carolina van Savoie. Terwijl Filips de Goede deelneemt aan het huwelijksfeest is hij dan al volop bezig met verscheidene van zijn steden in staat van verdediging te stellen tegen de Fransen die gedurig proberen om zijn staten binnen te vallen.

April 1458. Sinds hun onderwerping hebben de Gentenaars nog niet de eer gehad om hun goede hertog op bezoek te krijgen in hun stad. Terwijl Filips zich in Brugge bevindt sturen ze enkele afgevaardigden tot bij hem met een uitnodiging of hij zich eventueel zou willen verwaardigen eens naar Gent te komen. De hertog gaat er op in. Op 23 april 1458 doet hij er met een groot gevolg van edellieden in zijn zog zijn plechtige intrede. De inwoners die hem willen tonen dat ze hem respecteren hebben daarvoor hun stad op zijn prachtigst versierd. De straten en de pleintjes staan vol met praalbogen en zinnebeelden. De woningen hangen door van de kostelijke stoffen of zijn behangen met gedichten, er komt haast geen einde aan de ornamenten.

Filips heeft er warempel vier uur voor nodig om van de stadspoort tot aan zijn residentie te rijden. Die avond verlichten de Gentse poorters de hele stad en de Scheldeboorden. De wethouders bieden hun hertog een avondmaal aan waarbij niet op een frank gekeken wordt. 10.000 gulden kost de diner om precies te zijn. Het is nu al duidelijk geworden dat Filips de Goede geen misbruik zal maken van de haast onbegrensde macht die hij over dit Gent bemachtigd heeft. De haast onwezenlijke eer die de Gentenaars hem hier bewijzen zal hen ongetwijfeld deugd doen.

Een hevige hoofdziekte
1459. De relatie met Frankrijk blijft onderkoeld. Karel VII verbittert er zich over dat Filips de Goede niet eens de moeite doet om zijn zoon terug te sturen tot bij hem. Hij stuurt een delegatie naar Brugge om zich daar te gaan beklagen over deze respectloze handelswijze. De hertog beweert van zijn kant dat hij alles in het werk heeft gesteld om vader en zoon met elkaar te verzoenen. Het is helemaal niet zijn schuld dat dit niet gelukt is. De kroonprins zal dan netjes bij ons blijven tot aan de dood van zijn vader. In 1460 krijgt Filips de Goede te maken met een vreemde ziekte. ‘Een hevige hoofdziekte’, schrijven de chroniqueurs. Na diverse raadplegingen zien de dokters maar één remedie.

De hertog moet zijn haar laten knippen, afscheren en zijn hoofd met een dikke wollen muts bedekken. Dat ziet Filips aanvankelijk niet zitten, met een muts rondlopen is maar al te belachelijk, heren van stand kan je maar herkennen aan hun lange haren. Uiteindelijk kiest hij dan toch voor zijn gezondheid en wordt hij gladgeschoren. De prinsen en heren die vaak bij hem op bezoek komen beweren in zijn gezicht dat hij best charmant is maar achter zijn rug maken ze er grappen over.

Tot de hertog daar lucht van krijgt. Lang zullen ze niet meer lachen, nog diezelfde dag volgt er een bevel dat de hertog geen bezoekers met lange haren meer zal ontvangen. Nog diezelfde dag laten 500 edellieden in Brussel hun haren afscheren, een voorbeeld dat al snel toegang vindt in de andere steden. Mettertijd zal daardoor het dragen van grote pruiken een gewoonte worden bij de hovelingen. Helemaal los van de hertogelijke kapselproblemen gaat hier in Brugge het klooster van Maagdendale van start, gewijd aan Maria van Bethanië of de ons beter bekende Maria Magdalena. Het klooster wordt door de Bruggelingen daarom beschreven als ‘Betanje’. Het nonnenklooster komt er in de Carmersstraat rechtover het Handbogenhof.

De inwoners ervan zijn allemaal ontmaagde meisjes die zich daar zo schuldig om voelen dat ze de rest van hun leven in boetvaardigheid voor de heilige Augustinus willen doorbrengen. Dat is ook de reden waarom ze met zijn allen ook bekend staan als de ‘Zusters van Penitentie’. De historici zwijgen zedig over de verwijzing naar Maria Magdalena. Zou het kunnen dat ze het als jong meisje ook zo ver heeft laten komen? De bijzonderste weldoener van Betanje is de eerwaarde heer Christiaen Donderklocke, een geboren Gentenaar die al zijn eigendommen afstaat aan het nieuw gesticht. Ook een deel Spaanse kooplieden en de familie Pardo zorgen voor een rijkelijke inbreng.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *