web analytics

Anno 1280. De grote moerlemaye

49
banner

Gwijde oogst natuurlijk een omgekeerde reactie. De Bruggelingen tonen zich verbitterd. Mensen uit hun eigen middens laten ombrengen en dan nog al die belastingen. De graaf heeft nog maar pas de stad achter zich gelaten of de poorters troepen alweer samen. Een gewapende bende van oproerige stedelingen laat zijn ongenoegen blijken. Hooligans avant la lettre. Ze noemen hun volksbeweging ‘de grote moerlemaye’. De ‘gele hesjes’ van hun tijd. De poorters lopen in de wapens en vermoorden een zekere Diederik Frankesoone die achter het strenge vonnis van de graaf zou zitten. Wanneer Gwijde van Dampierre verneemt wat er aan de gang is in Brugge keert hij op zijn stappen terug.

Met een extra geldboete die nu direct op tafel moeten komen. 122.000 gulden waarvan 100.000 voor de moord op Frankesoone, 20.000 gulden boete voor de oproer en nog 2.000 om de aangebrachte schade te vergoeden. De graaf zweert dat hij eventuele nieuwe onlusten met de grootst mogelijke strengheid zal bestraffen. Daarmee heeft hij nu orde op zaken gesteld en afgerekend met de arrogantie van de Brugse burgerij. Het potje van 20.000 gulden is een mooi nieuw inkomen.

In 1283 ontstaat een gelijkaardige toestand in Gent. De schepenen weigeren hun rekeningen voor te leggen en Gwijde grijpt in met de gevangenname of verbanning van de schuldige autoriteiten. Van het geld van de boete kan de graaf rijkelijk leven. Hij koopt er allerhande heerlijkheden en domeinen mee, zoals bijvoorbeeld Petegem bij Oudenaarde, het geliefkoosd verblijf (lusthof) van zijn echtgenote. 1285. De Franse koning Filips III overlijdt. Zijn zeventienjarige zoon ‘Filips de Schone’ komt op de troon. En dat zal Vlaanderen geweten hebben. De nieuwe is heerszuchtiger dan zijn vader en heeft het vooral gemunt op Vlaanderen.

Hierbij opgehitst door zijn echtgenote Johanna van Navarra. Ze is in 1285 amper 12 jaar, ik veronderstel dus dat haar haatgevoelens zich pas met verloop van tijd zullen gaan manifesteren. Gwijde neemt geen risico’s met de nieuwe koning, zijn postje en zijn toekomst liggen in diens handen en dus gaat hij als een schoothondje naar Parijs om er zijn manschap af te leggen aan Filips de Schone. Ik zie het tafereel zo voor me. Gwijde loopt op zijn zestig en heeft al kleinkinderen in de leeftijd van de nieuwe koning, dus heel dat gedoe van manschap afleggen is één grote ‘totentrekkerij’ ten aanzien van die jonge snotaap op zijn Franse troon.

De puber toont zich vriendelijk maar brengt plots het oorspronkelijk vrijlatingsverdrag van Ferrand uit 1226 ter sprake. De graaf, de edelen en de magistraten hebben volgens de koning nagelaten om dat verdrag van Melun te ondertekenen en te bezweren en dat moet eerst en vooral gebeuren voor er sprake kan zijn van enig manschap. Gwijde merkt op dat die voorwaarden achteraf verzacht werden en dat de bezwering ervan alleen maar zaak was voor de graaf zelf en niet voor andere personen. Filips de Schone is duidelijk uit op een reden om het conflict met Vlaanderen aan te gaan. De arrogante jongeling geeft aan dat de Vlamingen moeten kiezen: tekenen of het ‘wrekend zwaard van Frankrijk ondergaan’. Het moet zwaar slikken zijn voor Gwijde van Dampierre. Hij heeft zich serieus mispakt aan de nieuwe koning van Frankrijk.

Achter die goedlachse façade
Na zijn terugkeer in Vlaanderen probeert Gwijde de edelen en de magistraten met alle mogelijke middelen over te halen om dit vernederend verdrag te doen aannemen. Eindeloze vergaderingen die op niets uitdraaien. De Vlamingen denken er nog niet aan. En dat is een dik probleem voor de graaf want zijn postje hangt daar van af. Gwijde moet tot het uiterste gaan. Tijdens een bewogen emotionele scene slaagt hij er te Sint-Winoksbergen in om zijn afgevaardigden dan toch te overhalen.

De Franse gezanten zitten erbij en rapporteren dat het zweet en tranen gekost heeft. Filips lijkt daar dankbaar voor te zijn maar dat is alleen maar schone schijn. Achter zijn goedlachse façade heeft de Franse koning maar één doel: tweedracht zaaien in Vlaanderen. Dat de wethouders van Gent nu al de gewoonte gekweekt hebben om in beroep te gaan tegen de beslissingen van hun graaf is natuurlijk een heerlijk instrument om de boel in stukken te trekken. Filips de Schone zal jarenlang een desastreus verdeel-en-heers spel spelen met de Vlamingen.

1287. De inwoners krijgen toelating van Gwijde om jaarlijks hun schepencollege te veranderen. Dat mag volgens hem gebeuren op 2 februari. Ook van Lombardsijde is er dan al sprake. Boudewijn van Avesnes verkoopt de steden Duinkerke en Waasten aan Gwijde waardoor beide steden nu weer deel uitmaken van Vlaanderen. Hij bezorgt hen een verordening dat zijn commissarissen zich elk jaar opnieuw zullen komen aanbieden om de wetsheren te vervangen en dat er nooit meer dan drie schepenen zichzelf zullen kunnen opvolgen. Jan De Harnes en zijn vrouw Marie De Mortaigne, het burggravenkoppel van Doornik verleent toestemming aan de kooplieden van Brugge om vrij en zonder toltaksen zaken te mogen komen doen in hun stad. Het is een verstandige zet om de commerce te activeren en dat is de wetsheren van Brugge niet ontgaan.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *