web analytics

De gulzige storm van 1367

62
banner

12 december 1367. Tegen de avond steekt er een verschrikkelijke storm op, in de middeleeuwen omschreven als een ‘geweldig tempeest’. Het noodweer komt vanuit het noorden en teistert Vlaanderen, Brabant en zelfs Picardië. De bomen in de grootste bossen worden tegen de grond geworpen, hele boomgaarden stuiken ineen. Kasteeltorens, de belforten van steden, klokkentorens en kerken zijn niet bestand tegen de windstoten uitgedeeld tijdens deze ijselijke storm. De zee breekt gulzig door de duinen en trekt zich pas terug nadat ze de vele aangemeerde schepen in onvervalste scheepswrakken heeft omgetoverd. Tijdens de nacht van 12 of 13 december etaleert de oceaan hoe duivels zijn karakter wel is. Tien jaar na datum zal het water bij een andere overstroming nog maar eens 17 dorpen overspoelen.

12 april 1369. De kogel is bijna door de kerk. De bisschop van Auxerre en Walter van Châtillon verklaren te Gent dat hun koning bereid is om in te gaan op de eis van de graaf van Vlaanderen m.b.t. een jaargeld van 10.000 gulden, ten eeuwigen dage; voor hem en zijn opvolgers. Hij is bereid afstand te doen van de steden en de kasselrijen van Rijsel, Douai en Orchies. Wat een geweldig nieuws voor Vlaanderen! Daarmee zal de blunder van Filips van de Elzas eindelijk rechtgezet worden. Met het voorbehoud dat de Franse koning die eventueel zou kunnen terugkopen indien er geen mannelijke nakomelingen zouden komen uit het huwelijk van Margareta van Male en Filips de Stoute.

Op het allerlaatste moment steekt graaf Lodewijk toch nog stokken in de wielen. Ondanks de toezegging van 200.000 frank (een verdubbeling van het Engels bod) zwaait hij plots met het gebrek aan respect dat hij van de Franse koning ondervindt. Het valt hem zwaar dat die hem blijkbaar niet ziet staan. Het ultiem dreigement van zijn eigen moeder dat ze de borst die hem gezoogd heeft zal laten afsnijden als hij in zee zou gaan met de Engelsen zorgt er voor dat Lodewijk dan toch overstag gaat. Op 12 mei zet hij eindelijk zijn handtekening onder de huwelijksregeling van dochterlief.

Filips de Stoute laat er geen haar over groeien
13 mei 1369. De Vlaamse leeuwenvlag wordt gehesen boven de vestingmuren van Rijsel, Douai en Orchies nadat ze hier al een halve eeuw verdwenen waren. Hoe de lokale bevolking daarop reageert, interesseert de kroniekschrijvers blijkbaar niet. Ariën-aan-de-Leie, Sint-Omer, Bethune en Hesdin worden overhandigd aan de gewapende mannen van Lodewijk van Male die ze gaan bezetten. Filips de Stoute, op dat moment 27 jaar, laat er geen haar over groeien. De hertog van Bourgondië is er als de kippen bij om zijn jeugdige prinses van 19 lentes op te halen. Haar bruidsschat, het edele graafschap van Vlaanderen krijgt hij in zijn schoot geworpen. Op 19 juni 1369 vindt in Gent de huwelijksplechtigheid plaats, tien dagen later verhuist het jonge koppel naar Dijon in Bourgondië.

Frankrijk heeft zijn slag thuisgehaald. Onderweg, ter hoogte van Péronne krijgt de bruidegom al een heimelijke brief van zijn broer de koning waarbij hij Filips de Stoute moreel onder druk zet om Rijsel, Douai en Orchies vrijwillig af te staan aan Frankrijk wanneer zijn schoonvader zal overlijden. De rechtsgeleerden die zich over het document buigen zijn verbijsterd over de trouweloosheid en het amateurisme van de Franse koning. Hoe kan Filips de Stoute nu dit document tekenen op het moment dat hij niet eens in het bezit is van de betrokken steden? Koning Karel is hoe dan ook in zijn nopjes dat hij de Engelsen een hak wist te zetten. In Brugge krijgen ze liefst zes koninklijke brieven om hen te bedanken voor het goede onthaal die zijn broer ook daar heeft gekregen.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *