web analytics

Anno 1436. De paniek slaat toe in Brugge

55
banner

10 augustus 1436. Cadzand komt nog eens aan de beurt van de Engelsen. De hele buitenomgeving blijft evenmin ongeschonden bij hun soldatenterreur. De Oost-Vrijlaten van Eeklo, Aardenburg, Maldegem, Oostburg en enkele andere dorpen komen bijeen in de Sint-Brixius Polder om zich te weer te stellen tegen de vijand. De Sluizenaars willen nu plots wel hun duit in het zakje doen en zijn op komst om zich bij de Oost-Vrijlaten te vervoegen.

Maar als ze de Engelsen in de verte zien opduiken slaan ze op de vlucht, even later gevolgd door de Vrijlaten. De dreiging van de Engelsen laat zich natuurlijk ook voelen in Brugge waar Isabella vermoedelijk in paniek slaat. Ze smeekt de Bruggelingen die nu nog altijd onverstoord in hun tentenkamp buiten de Smedenpoort verblijven om hun actie te beëindigen en zich te focussen op de vreemde soldaten die hier ongestoord de ene na de andere ravage aanbrengen. Zouden ze niet beter hun energie stoppen in het verbranden van deze Engelse schepen?

Op 12 augustus beslissen de Bruggelingen om in te gaan op haar smeekbede. Ze marcheren naar Cadzand, onder de begeleiding van Jan van Steenhuyse en Nicolaas de Calckere en vergezeld van veel aanzienlijke poorters uit hun stad. Vermits de weg naar Cadzand via Sluis verloopt, willen de Bruggelingen van de gelegenheid gebruik maken om alsnog dat eitje met de Sluizenaars te pellen. Het wordt een geagiteerd bezoek waar de gietende regen nog zorgt voor extra dramatiek. Die van Brugge wensen binnengelaten te worden in Sluis maar dat zien de bewoners hier natuurlijk niet zitten. Bevelhebber Roeland van Uutkerke laat enkel een delegatie van 40 van de aanzienlijkste poorters binnen die vergezeld worden door de heer van Steenhuyse.

Ondertussen worden de doornatte Bruggelingen aan de stadspoorten voor verraders en oproermakers uitgescholden. En als klap op de vuurpijl verordent van Uutkerke nog het vertrek van de Bruggelingen die hier in Sluis hun woning hebben. De haatgevoelens tussen die van Sluis en Brugge scheren hoge toppen. Toch zetten de Bruggelingen uiteindelijk hun weg voort naar Oostburg waar ze de Engelse rovers wegjagen uit de haven. Ze kunnen echter niet beletten dat ze met hun schepen vol met buit wegzeilen richting Calais.

De deserteurs krijgen de volle lading
In Gent stormt het ook. Figuurlijk wel te verstaan. De mannen die na hun desertie teruggekeerd zijn van Calais krijgen dagelijks de volle laag van hun medeburgers. Ze hebben zich schandelijk gedragen en hun vorst in de steek gelaten. De gemoederen worden zodanig opgehitst dat Filips de Goede zich genoodzaakt ziet om zelf naar Gent te komen en de ruzies bij te leggen. Toch wel een groot verschil met zijn voorganger Lodewijk van Nevers die er zonder twijfel met de botte bijl zou zijn ingevlogen. Zijn verklaring dat hij tevreden is over de inspanningen van de Gentenaars tijdens het beleg van Calais herstelt in elk geval toch voor even de rust in het woelige Gent.

Iets wat niet gezegd kan worden van Brugge waar de strijders op 22 augustus 1436 naar hun stad terugkeren na hun campagne tegen de Engelsen. Nu zullen ze zich eens echt focussen op Sluis. De mannen stellen zich in slagorde op aan de grote markt, planten er de standaard van Brugge en beweren dat ze de wapens niet zullen neerleggen vooraleer Roeland van Uutkerke gestraft zal worden voor de smaad die hij tien dagen geleden heeft aangedaan aan de Bruggelingen.

Daarbij eisen ze dat de versterkingen van de stad Sluis moeten afgebroken aangezien ze gebouwd werden in strijd met de Brugse voorrechten. Hier in Brugge zijn ze op de hoogte van de plannen van Filips de Goede om het Vrije te laten toetreden tot het bestuur van Vlaanderen. Hij beschikt van de ‘drie Leden van Vlaanderen’ (Gent, Brugge, Ieper) uit te breiden tot vier leden en daardoor zou het Vrije evenveel te zeggen krijgen als Brugge. Ook hier schendt de graaf de geldende wetten en procedures. Brugge kookt van woede. De wethouders doen wat ze kunnen om de gemoederen te bedaren maar hun pogingen zijn gewoonweg vruchteloos.

De edelen zouden wel eens durven chargeren
26 augustus 1436. Vanuit Damme is er een groep edellieden op komst, mannen die ze in Brugge niet al te zeer vertrouwen. Het is zeker niet ondenkbeeldig dat die edelen zullen chargeren op de ambachtslieden. De Bruggelingen sturen enkele mannen naar griffier Jan De Mil om hen de sleutels van de stad en de wapenmagazijnen te overhandigen. De Mil voelt zich bedreigd en verwijst hen door naar zijn klerk van de tresorie, Domlinus van Tielt. Ze zullen de gevraagde sleutels bij hem vinden. Daarop bezetten de ambachtslieden de woning van Domlinus. Toeval of niet, maar net op dat moment zitten hoogbaljuw Nicolaas Uyttenhove, gouverneur Jan van Gruuthuse en schout Eustachius Bricx daar in die woning te dineren.

Ze komen naar buiten in een poging om de gemoederen te kalmeren en vertrekken met de oproermakers naar de markt. Op het einde van de Breydelstraat maakt Bricx zich al direct kwaad op de Bruggelingen. Er vallen harde woorden waarop de meute er niets beter op vindt dan hun schout dood te slaan. De twee andere heren keren veiligheidshalve terug en leveren de gevraagde sleutels in. De ambachtslieden komen zo in het bezit van de stadskanonnen die ze op de markt plaatsen en ook veelbetekenend afvuren. Die nacht onderneemt Jan van Gruuthuse een nieuwe poging om op een bedaarde manier de gewapende burgerij tot rede te brengen. Wanneer hij merkt dat hij daar niet zal in slagen staat hij zijn functie van gouverneur af aan Vincent De Scheutelaere. De nieuwe laat terstond het lijk van Bricx begraven in de kerk van Sint-Donaas. Om het vertrouwen van de Bruggelingen te winnen verklaart de gouverneur dat hij niemand zal beschuldigen van de moord op hun schout.

Overdracht van de macht in Brugge
27 augustus 1436. De overdracht van de macht in de stad zet zich onverminderd voort. De Scheutelaere laat aan de halle omroepen dat al diegenen die de voorbije 30 jaar ambten in het stadsbestuur bekleed hebben zich deze namiddag moeten komen aanmelden op de markt. Wie dat niet doet mag zich verwachten aan een fikse bestraffing. Gewezen burgemeester Gerard Reubs en Domlinus van Tielt zien dat niet zitten en vluchten weg uit Brugge. Een exit die gevolgd wordt door de plundering van hun woningen. De massa eist een rechtzetting van de oude voorrechten, vooral die extra toegevingen aan Sluis moeten ongedaan gemaakt worden. Al hun versterkingen moeten verdwijnen.

Na vier dagen volgt een verklaring dat het verboden is voor de oude wethouders om Brugge te verlaten. Wie dat bevel negeert riskeert een confiscatie van zijn eigendommen. Gravin/hertogin Isabella bevindt zich op dat moment nog altijd in deze woelige stad waar de agitatie alleen maar dreigender vormen aanneemt. Ze probeert met haar zoon Karel via de Kruispoort weg te rijden om zich tot bij haar man te begeven die zich momenteel in Damme bevindt. Bij het buitenrijden wordt haar koets tegengehouden door Jan Lonckaert en zijn gezellen.

Bij Isabella bemerken ze ook de echtgenotes van de gehate Roeland van Uutkerke en van Jan van Hoorne die ze meteen op een onbeschofte manier uit het rijtuig sleuren en respectloos naar de gevangenis leiden. De edele dames zijn getrouwd met de vijanden van het volk. De hertogin zelf mag beschikken en verlaat Brugge onder een scheldtirade aan haar adres. Isabella en Karel bereiken Filips de Goede in alle staten. Deze smaad zal sowieso een serieuze staart krijgen voor onze graaf van Vlaanderen.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *