web analytics

Anno 1467. De rebelse Luikenaars slaan weer toe

56
banner

De rust is nauwelijks hersteld in Gent als de nieuwbakken hertog al te maken krijgt met een opstand van de Luikenaars. In het geheim opgehitst door de koning van Frankrijk nemen ze de wapens op tegen hun bisschop Lodewijk van Bourbon en zijn bondgenoot Karel de Stoute. De rebelse Luikenaars maken zich meester van Hoei, Tongeren en Sint-Truiden en mogen zich gegarandeerd aan een reactie verwachten. Karel mobiliseert een machtig leger en mag daarbij rekenen op de hulp van een bende Vlamingen; Gent en Brugge leveren elk 200 voetsoldaten, het Brugse Vrije staat in voor 150 en ook vanuit Ieper komen er 100 af. Het leger van de hertog, in totaal 25.000 man, vertrekt naar Sint-Truiden met de bedoeling om die te ontzetten.

Na een beleg van drie dagen rukken 30.000 Luikenaars op en slaan ze hun kamp op in Brustem een dorp dat 4 km verwijderd ligt van Sint-Truiden en in die tijd nog bekend staat als Brustheim. Op 28 oktober 1467 om 15u breekt de hel er los. Karel de Stoute heeft zijn leger in de gewenste slagorde opgesteld en begint aan een verschrikkelijk gevecht dat zal duren tot de avond. De Luikenaars lijden een totale nederlaag. Ze laten 9.000 doden achter op het slagveld, de rest slaat op de vlucht maar worden zo intens achternagezeten dat er nog eens 7.000 krijgsgevangenen gemaakt worden. Waar het gevecht plaatsvond zijn 300 wagens vol met levensmiddelen achtergebleven. Karel de Stoute is zo in zijn nopjes met deze overwinning dat hij spontaan 300 van zijn soldaten tot ridder slaat.

Bij de Vlamingen hebben Karel van Halewijn (de heer van Uutkerke), Joos van Gistel, Florentius van Saemslach, Jan van Hasselt (de kapitein van de Gentenaars) en Pieter Metteneye (aanvoerder van de Bruggelingen) zich laten onderscheiden. Na deze nederlaag houden Sint-Truiden en Tongeren het voor bekeken. Karel de Stoute kan zich nu volledig concentreren op Luik zelf. De inwoners vrezen een identiek scenario als dat van Dinant vorig jaar en kiezen al direct voor de totale onderwerping. 300 prominente inwoners gaan op hun blote voeten en blootshoofds tot bij de hertog en werpen zich voor hem neer. Ze bieden hem ootmoedig de sleutels van hun stad aan, zolang de hertog hen maar zou willen sparen van plundering en brandstichting.

Tot mijn eigen verwondering laat hij zich inpakken door deze deemoedigheid en accepteert hij hun vraag. De volgende dag, 7 november 1467 doet hij zijn intrede in Luik. Te paard, met de blote degen in de hand, vergezeld van de bisschop en 4.000 mannen. De hertog houdt zijn woord, er komt geen plundering. Zes gijzelaars die hij eerder op vrije voeten had laten stellen betalen wel de rekening voor het breken van de Luikse belofte om nooit nog de wapens op te nemen tegen hun hertog. Hij laat ze in koelen bloede onthoofden. Daarnaast krijgen de Luikenaars een serie van vernederingen te slikken. Terwijl Karel zijn mannen tegenhoudt om te plunderen doet hij in principe net hetzelfde maar dan wel voor eigen rekening.

Een boete van 400.000 gouden leeuwen op drie jaar te betalen. Foetsie zijn de Luikse voorrechten, wetten, vierscharen, stadsvesten, wapens. En zelfs hun grootste vrijheidssymbool, het Luikse perroen, een grote koperen kolom op de markt van Luik wordt op bevel van de hertog afgebroken en naar Brugge overgebracht. Op 18 april 1468 zal die op het midden van de Beurs opgesteld worden als een spottende blamage dat het Luikse gepeupel dacht van onoverwinnelijk te zijn maar uiteindelijk toch in Karels handen gevallen is.

Een warm onthaal in Bergen en Rijsel
1468. Bij de aanvang van het jaar vraagt hertog Karel aan de Staten van Vlaanderen een bijlage van 1.000.000 gouden ridders om de kosten van de voorbije oorlog te helpen betalen, en daarbij nog eens extra 200.000 voor zijn moeder Isabella en zijn dochter Maria. De Staten gaan daarmee akkoord en beloven dat ze hem in de loop van de volgende 15 jaar de gevraagde som zullen verschaffen. In maart 1468 krijgt Karel een warm onthaal in Bergen en in Rijsel. Op 9 april komt hij naar Brugge waar het onthaal nog meer aan de ribben kleeft. De lokale wethouders gaan de hertog tegemoet tot buiten de Kruispoort. Aan die poort wachten ondertussen al de bisschop van Doornik en al de Brugse geestelijken die Karel nu processiegewijs begeleiden naar de kerk van Sint-Donaas.

Proost Antonius Hanneron overhandigt aan de deur van zijn Sint-Donaaskerk een kruisbeeld dat Karel direct kust terwijl Roeland De Schryvere hem ondertussen wat gewijd water aanbiedt. Dan leiden de geestelijken de hertog tot voor het hoog altaar. Hier legt hij conform een oud gebruik zijn eed af om altijd de heilige kerk te zullen beschermen. Nu is het tijd om naar het stadhuis te trekken. Hij bezweert er de Brugse voorrechten die door griffier Jan Van Heurne voorgelezen worden. Daarna verklaren de hoofdmannen en de dekens van de ambachten die zich verzameld hebben op een park op den Brug in naam van hun stad hem als wettige graaf te erkennen.

Ze leggen allen hun eed van getrouwheid af. De pas ingehuldigde graaf rijdt nu naar het paleis waar de wethouders Karel nog maar een keer alle mogelijke eer bewijzen. Hij ontvangt twee prachtige zilveren beelden van de heiligen Gregorius en Barbara als geschenk. Ze wegen elk een kilo of acht. De 19de april volgt een gelijkaardige procedure bij de schepenbank van het Vrije, met alweer acht kilo zilver als geschenk. Twee dagen later volgen gelijkaardige plechtigheden in Damme en Sluis. Karel zeilt nu naar Zeeland maar is hoe dan ook al op 2 mei 1468 terug in Brugge om de driedaagse feesten van het Gulden Vlies bij te wonen.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *