web analytics

Anno 1328. De roekeloze aanval van de Vlamingen

52
banner

De aanval wordt direct ingezet. De Vlamingen begeven zich geruisloos in de richting van het Franse legerkamp. Verdeeld in drie groepen, Zannekin zelf voert de derde legerschaar aan. Het duurt allesbehalve lang voor ze zich al in de buurt van de tenten bevinden. Zannekin heeft ondertussen al de nabijheid van de koninklijke slaapplaats bereikt. De Vlamingen lopen al tussen de Franse baronnen die zich nog altijd van geen kwaad bewust zijn. Ze krijgen nauwelijks de tijd om hun wapenuitrusting te grijpen wanneer de eerste Vlamingen al toeslaan. De hertogen van Bourgondië, Bretagne en de graven van Bar, Boulogne en Savoie weten al hoe laat het is en lopen allen min of meer zware verwondingen op.

Filips van Valois houdt zijn siësta na een copieuze maaltijd wanneer de geestelijke die nooit van zijn zijde wijkt het plots uitschreeuwt dat de Vlamingen het kamp aan het aanvallen zijn. De koning lacht hem uit als zijnde een praatjesmaker, maar nog geen minuut later stromen vele ridders al toe om hun koning in bescherming te nemen. Veel anderen vluchten weg. Of Zannekin al dan niet oog in oog komt te staan met Filips van Valois lijkt me niet duidelijk. Nogal wat geschiedschrijvers komen met zeer uiteenlopende scenario’s. Het staat wel vast dan de koning de dans ontspringt en zo de plannen van de Vlamingen onderuit haalt.

Robrecht van Cassel en de graaf van Henegouwen veroorloven het zich om het bevel van het Franse leger op zich te nemen. Ze ontplooien de divisies in goede orde rond hun koning, ongeduldig om zich te wreken op de Vlaamse onbeschaamdheid om hen hier in hun eigen kampplaats te willen aantasten. Aan Vlaamse kant heeft Zannekin zijn manschappen in een grote kring opgesteld en mikken de Vlamingen met hun gepunte knotsstokken op de borsten van de paarden. Niet de slimste opstelling natuurlijk, ze laten zich eigenlijk zelf omsingelen en tegen deze meerderheid is hun gevecht al van meet af aan een verloren zaak. Dapper zijn ze zeker met zijn allen, maar feit is wel dat op enkele uren tijd hier 16.000 Vlaamse jongens sneuvelen.

Geen enkele van hen zal ooit terugkeren. Drie reusachtige stapels lijken zijn het resultaat. Diezelfde avond gaat Filips van Valois de stad Cassel binnen waar hij alles in brand laat steken. De duisternis is al ingevallen als hij in het schijnsel van de brandende huizen terugkeert naar zijn kamp. Zijn mannen moeten bijlichten met hun toortsen zodat Valois niet over de lijken van de Vlamingen zou struikelen.

Allemaal vijgen na Pasen
Het is afgelopen met Zannekin. Een diepe ontsteltenis maakt zich meester over Vlaanderen. De gemeentelijke troepen van Brugge die onderweg waren naar Cassel houden stil bij Diksmuide wanneer ze op de hoogte gebracht worden van de dood van Zannekin. De Ieperlingen bevinden zich op dat moment het dichtst bij de Casselberg. Ze zouden zich in principe verder kunnen verdedigen achter hun pas opgebouwde buitenvesten, maar ze vrezen (vermoedelijk terecht) een totale uitroeiing als ze het zo ver zouden laten komen. Ze sturen integendeel enkele boodschappers naar de koning om zijn goedertierenheid af te smeken. In Brugge is de schok geweldig.

De inwoners laten de lelievlaggen wapperen en dwingen hun bestuurders ertoe om de sleutels van de stad over te leveren. Het Franse leger wacht niet lang om de puntjes op de i te komen plaatsen in Vlaanderen. De manschappen marcheren overlangs Poperinge tot aan Ieper. De Ieperse wevers zijn het er niet mee eens dat hun magistraten vergiffenis vragen aan de Fransen. Ze weigeren deel te nemen aan dit verraad. Een priester van de parochie van Sint-Michiels heeft vanaf zijn preekstoel opgeroepen om zich te verzetten en de wapens op te nemen. Maar dat zijn allemaal vijgen na Pasen. Miles de Noyers is al met zijn Franse ridders binnengedrongen in de binnenstad. De rebelse pastoor en veertien van zijn vrienden verschansen zich in een versterkte woning. De Fransen maken er niet veel tamtam van; ze steken het huis in brand waardoor de mensen binnenin met zijn allen door het vuur verteerd worden.

Enkele dagen later keert Filips van Valois al terug naar Frankrijk. Hij is gehaast om als grote triomfator en redder van het vaderland zijn intrede te doen. Het Franse leger voert een rijke buit met zich mee. In zijn zog 1.400 Vlaamse gijzelaars, uitgekozen onder de poorters van Ieper en Brugge. Ze zullen garant staan voor een totale onderwerping van de Vlaamse gemeenten aan de troon van Frankrijk. Lodewijk van Nevers, de graaf van Vlaanderen krijgt nog een stevige uitbrander.

Als de koning nog één keer moet ingrijpen om Vlaanderen onder controle te krijgen zal hij daar zelf de sigaar van zijn. De graaf moet zeer aangedaan zijn door de woorden van Filips van Valois en houdt grote kuis. Nog voor het einde van 1328 zal hij 10.000 Vlaamse tegenstanders liquideren. In Brugge laat hij de stad in zes kwartieren indelen, de inwoners ervan worden allemaal aan een streng onderzoek onderworpen. Wie door de mand valt verhuist naar Damme waar hij of zij onderworpen wordt aan een batterij van martelwerktuigen. In Ieper worden de ambachten en neringen ‘vertiend’.

Stel u voor; één op de tien wordt genadeloos afgemaakt. Lambrecht Bovijn, de kapitein van het Vrije en Jan van Dudzele die zichzelf had aangesteld als ontvanger-generaal van Vlaanderen sterven op het rad. Willem de Deken, de oud-burgemeester van Brugge heeft zich tijdig uit de voeten gemaakt naar Brabant. Hij heeft natuurlijk dikke pech als de hertog van Brabant hem oppakt en uitlevert aan de koning van Frankrijk. Hij wordt naar Parijs gevoerd en daar aan de paal van de galg gebonden. Nadat men hem zijn beide handen heeft afgehakt maakt de Franse beul de Bruggeling vast op het rad. Even later maakt hij hem bloedend en verminkt weer los omdat men vreest dat hij te vlug zou kunnen sterven. De volgende dag laat men Willem de Deken door vier paarden uiteenrukken. Nadien worden zijn overblijfselen aan de grote galg van Montfaucon opgehangen. Een afgrijselijk schouwspel dat duidelijk maakt aan de Parijzenaars dat hun koning Filips van Valois geen vergiffenis zal schenken aan opstandige gemeenten. Ik maak me toch wel de bedenking hoe iemand met afgehakte handen nog zo lang in leven kan gebleven zijn.

 

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *