web analytics

1346. De schizofrene situatie van Lodewijk van Male

56
banner

De magistraten schuiven aan met de schoonste geschenken voor de nieuwe graaf. Ze laten daarbij duidelijk verstaan dat ze hopen op een goede verstandhouding tussen Lodewijk en de Engelse koning. Het zou in het grootste belang van het land zijn moest de jonge graaf kunnen trouwen met de veertienjarige prinses Isabella, de dochter van Edward III. Die laatste zou daar ongetwijfeld zijn toelating voor geven. Maar over deze wens is Lodewijk van Male al direct heel duidelijk: Vlaanderen kan niet verwachten dat hij zal trouwen met de dochter van zijn vaders moordenaar. De youngster gebruikt dit argument wel een beetje als excuus. Hij heeft kort geleden kennisgemaakt met jonkvrouw Margareta van Brabant (23), de dochter van Jan van Brabant en blijkbaar voelt hij nu al de kriebels om met haar verder te gaan.

Koning Filips van Valois en hertog Jan van Brabant moedigen deze prille verliefdheid zeker aan. De Gentenaars laten zich niet uit het lood slaan en blijven hardnekkig aandringen op een Engels huwelijk en houden de graaf nauwgezet in de gaten om te vermijden dat hij geen ongewenste wegen zou bewandelen. En die zijn er zeker! Zijn achterban van ridders hitst Lodewijk van Male voortdurend op om de wettelijke invloed van de grote Vlaamse steden omver te werpen, Vlaanderen van Engeland los te scheuren en het opperleenheerschap van Filips van Valois in ere te herstellen. Lodewijk van Male bevindt zich op jonge leeftijd dan ook in een ongemakkelijke situatie. Voorlopig beperkt hij zich tot enkele pogingen om de steden van Vlaanderen met de koning van Frankrijk te verzoenen.

Wat een schijnheilig gedoe
Tijdens de overgangsmaanden tussen 1346 en 1347 schieten de lobbymachines van beide allianties op gang. Het is een komen en gaan van Engelse diplomaten. De Vlaamse gemeenten hopen niets liever dan de erfgenaam van de graven van Vlaanderen getrouwd te zien met de dochter van de Engelse koning. Dit echtelijk verbond zou de handelsbetrekkingen met Engeland als het ware voor eeuwig verankeren. De jonge prins zit in een behoorlijk keurslijf. Markies van Gulik, de schoonbroer van Edward III wordt aangesteld als gouverneur over Lodewijk van Male. Hij laat de jongeling met de grootste zorg bewaken uit vrees dat hij zou terugkeren tot bij de koning van Frankrijk.

Van zijn kant speelt de jonge graaf het spel mee, hij ondergaat zijn ‘hoffelijke gevangenschap’ zoals hij die zelf noemt met het nodige ongeduld en geeft de indruk om in te gaan op de wensen van de Vlaamse steden. Op 14 maart 1347 staat er een eerste ontmoeting met prinses Isabella op de agenda. Die zal doorgaan in de abdij van Sint-Winoksbergen, aan de rivier de Colme waar ze hem opwacht in het gezelschap van de koning en koningin.

De schepenen van de Vlaamse steden tekenen er ook present om de plechtigheid van deze koninklijke verloving luister bij te zetten. Lodewijk jr. doet wat van hem verwacht wordt en komt zo voor de eerste keer in contact met de Engelse prinses. Edward is alvast poeslief. Hij verzekert de jonge graaf dat hij geen uitstaans heeft met de dood van zijn vader en dat hij hem niet eens gezien heeft op het slagveld van Crécy. Lodewijk lijkt zich tevreden te stellen met het antwoord en is zo te zien zwaar onder de indruk van al die eerbetuigingen aan zijn adres.

De Vlaamse magistraten zijn verheugd als ze hem voor het altaar horen zweren dat hij met deze Engelse prinses zal huwen. De Engelse koning komt alvast met een eerste cadeautje. Hij belooft een kerk te bouwen op het eiland Cadzand, een aandenken aan de tweespalt die er op 9 november 1337 nog tussen beide volkeren bestond en met dit huwelijk voor eeuwig zal uitgewist worden. Na de ceremonie keert Lodewijk van Male terug naar Gent. De voorbereidselen van dit huwelijk kunnen op gang schieten. Het huwelijk is voorzien kort na Pasen, rond half april, veel tijd is er dus niet om alles te regelen.

Terwijl zijn entourage zich in het zweet werkt voor de trouw blijft de jonge graaf stiekem bij zijn gedacht om met Margareta van Brabant te trouwen, zijn goodwill was een verraderlijk stukje toneel om de gemeenten om de tuin te leiden. De Gentenaars heeft hij met zijn schijnheilig gedoe alvast verschalkt. Lodewijk krijgt alvast de toelating om twee eigen edellieden aan zijn lijfwacht toe te voegen. Het gaat over Lodewijk van de Walle en Roeland van Poucke. Ook zijn bewaking wordt al een stuk minder strikt uitgevoerd.

· · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *