web analytics

De Sint-Lievensvrede van 24 december 1468

61
banner

De Gentenaars smeken om vergiffenis
In Gent gaan de ogen open nadat ze hier het nieuws van de vernietiging van Luik vernemen. Wat hebben ze hier eigenlijk gedacht om hem tijdens zijn blijde intrede zo schabouwelijk te behandelen? Eigenlijk lopen ze nog altijd een groot risico om in een Luiks scenario te belanden. Karel de Stoute is nog niet goed en wel terug in Brussel als hij een Gentse delegatie over de vloer krijgt. De Gentenaars vragen hem nota bene nog maar een keer vergiffenis voor wat ze vorig jaar hebben uitgespookt en beloven dat ze voortaan trouwe onderdanen zullen zijn. Zijn antwoord kan maar zo duidelijk zijn. Zolang ze de artikelen van de vrede van Gavere niet tot in de kleinste details respecteren zullen ze hem daar niet meer zien.

Voor een grootstad als Gent moet dat pijnlijk aanvoelen, ze denken ongetwijfeld nog met afgunst terug aan de pracht en praal van Karels huwelijksfeest in Brugge. Er zit maar één iets op voor die van Gent: ze moeten weer proberen om in zijn gunst te geraken. Ze metselen nu dan toch de Dampoort dicht (dan nog de Hospitaalpoort), sluiten elke donderdag de Porcellepoort, de dekens leveren hun nieuwe standaarden in bij baljuw Lodewijk van Schorisse en de Gentenaars accepteren nu eindelijk dat het de commissarissen van de prins zullen zijn die het schepencollege zullen vernieuwen.

Dat en nog wel meer andere toegevingen ondertekenen ze in Brussel op 24 december 1468. Dit verdrag, ‘de Sint-Lievensvrede’ wordt in januari 1469 afgekondigd in Gent zelf. Op 8 januari dragen de dekens van de ambachten hun standaarden naar Brussel waar ze de vereiste voetval doen voor hun te duchten hertog die hen zonder veel scrupules nog maar een keer uitkaffert en hen nogmaals verwittigt dat ze niet moeten denken om nog eens met zijn voeten te spelen. Hij wordt dan nog liever gehaat door de Gentenaars dan hun misprijzen te moeten ervaren. Zijn uithaal heeft natuurlijk veel weg van een stuk theater vooral omdat Karel alsnog genade verleent en de Gentse afgevaardigden achteraf nog wat extra stroop aan de baard smeren met veel blabla over trouw en gehoorzaamheid. Zolang deze Karel de Stoute leeft zullen ze het hier in elk geval niet meer riskeren om opstandig te zijn. Ook in de andere steden van Vlaanderen houden de Vlamingen zich rustig.

Vlaanderen komt helemaal tot rust
Vlaanderen herademt en vreemd genoeg komt ook Karel de Stoute tot rust. Dat zijn gezag nu buiten kijf staat, maakt van hem een andere mens. Tijdens zijn verblijf in Brussel houdt hij zich zeker drie dagen per week bezig met allerhande rechtszaken waarbij hij de bezwaren van zowel arm als rijk aanhoort om dan hun kwesties in rechte te verdedigen tegen wie dat ook mag zijn. Hij dringt er bij zijn rechters op aan om rechtvaardig te zijn in hun oordeel en hun vonnissen correct en tijdig te voeren zodat de belanghebbenden niet met nutteloze kosten opgezadeld worden. Ook in Rijsel, Ieper en Sint-Omer toont hij diezelfde bezorgdheid. Ondertussen onderhandelt Karel met aartshertog Sigismond van Oostenrijk over een kwestie die op termijn grote persoonlijke gevolgen zal hebben.

De kroniekschrijvers verraden hiermee al een glimp van de toekomst. Ik kan er voor wat mezelf betreft aan toevoegen dat deze kwestie het lot van Vlaanderen helemaal ondersteboven zal gooien. Sigismond zit opgezadeld met financiële problemen om zijn oorlogen te financieren en verpandt hele gebieden aan onze Karel. Allemaal regio’s in het noordoosten van Frankrijk en in het Zwarte Woud. Met onder meer het landgraafschap van de Elzas. Daarmee slaat Sigismond een dubbele slag: hij krijgt geld in het bakje én een buurman met haar op zijn tanden, een man die in staat is om de gehate Zwitsers te bedwingen. Voor Karel die net als zijn vader zeer heerszuchtig is als het op nieuwe gebieden aankomt is deze deal natuurlijk een meevaller. Op 9 mei 1469 gaan Sigismond en Karel de Stoute in Sint-Omer met elkaar in zee voor een som van 80.000 gouden guldens.

Kort daarna gebeurt het dan toch. Hertog Karel gaat op officieel bezoek in Gent. De inwoners en het stadsbestuur onthalen hem met de grootste eer. De kroniekschrijvers hebben het ook over de vreugde van de Gentenaars maar laat me toch maar toe om daar een beetje aan te twijfelen. Of Margareta van York hem hier vergezelt is niet duidelijk. Dat doet ze zeker wel in juli 1469 wanneer ze beiden naar Brugge vertrekken. Een maand later zien ze de hertog in Sluis en in Holland waar hij net zoals in Vlaanderen werk maakt van justitie. Het lijkt er op dat Karel zich wil spiegelen aan goede oude Boudewijn Hapkin. In het begin van 1470 keert hij terug naar Gent. Hij krijgt er het bezoek van Engelse gezanten die Karel vereren met het lidmaatschap van de orde van de Kousenband, zowat de hoogste ridderorde in Engeland. Dat blijkt een tegenprestatie nadat de Vlamingen eerder de Engelse koning Edward IV tot ridder van het Gulden Vlies gebombardeerd hadden. Lodewijk XI lacht opnieuw heel zuur.

De Schotten keren terug
15 april 1470. Jaren geleden zijn de Schotse kooplieden met pak en zak uit Brugge vertrokken, en nu op deze Palmzondag staan ze hier terug. Ze krijgen alvast een warm onthaal van de inwoners. Rond die tijd krijgt Engeland te maken met een grote beroering die ook Vlaanderen zal aanbelangen. Een ruzie tussen koning Edward en zijn broer George, de hertog van Clarence. Die laatste treedt – zeer tegen de zin van de koning – in het huwelijk met de dochter van de graaf van Warwick, een man die zoals eerder verteld in hetzelfde bed slaapt als de Franse koning. Figuurlijk wel te verstaan. Warwick heeft maar één levensdoel en dat is om het zelf tot koning van Engeland te schoppen.

De zet van zijn jongere broer kan dus maar op weinig sympathie rekenen bij Edward IV. Er komt zelfs oorlog van. Warwick en George zien zich daarbij verplicht om met enkele schepen naar Normandië te zeilen en onderdak te zoeken in Frankrijk. Lodewijk XI smult van die tweedracht in Engeland en gooit nog wat meer olie op het vuur. Warwick kan dan net zo goed de voornaamste vrienden van zijn vijand treffen en zijn persoonlijke oorlog verder voeren op de Noordzee. Een smerig plan dat effectief zorgt voor een soort piratentoestand. De graaf van Warwick ontpopt zich tot een te duchten zeerover die zonder scrupules Vlaamse, Hollandse en Zeeuwse koopvaardijschepen met hun rijke ladingen zal kapen en omleiden naar Calais, waar hij bevelhebber van is.

De reactie van Karel de Stoute kan gewoonweg niet lang uitblijven. Hij stuurt enkele gezanten met de dringende eis om de schepen terug te krijgen. Hij leeft in vrede met Engeland en Frankrijk, dus zijn er geen redenen voor dergelijke nonsens. Zijn terecht verzoek kan de toestand vreemd genoeg niet deblokkeren en dat zorgt dan op zijn beurt voor een verdere escalatie van de oorlog op zee. Karel en Edward rusten een machtige vloot uit om Warwick te bekampen. Hendrik van Borsele voert het bevel over de Vlaamse oorlogsvloot en milord Schales over de Engelse. De aanval op de zeemacht van Warwick is meteen succesvol, de eerder veroverde schepen komen vrij. Van Borsele zeilt nu met 24 oorlogsschepen naar Normandië om op zijn beurt Warwick aan te pakken. Maar die vlucht naar Rouen. Dat de Vlamingen dergelijke acties uitvoeren in Normandië kan dan weer niet door de beugel bij Lodewijk XI.

Dus escaleert de toestand maar verder en verder. De Fransman vindt het nu nodig om alle Vlaamse kooplieden in Parijs en elders in Frankrijk gevangen te nemen en hun goederen aan te slaan. Iets wat hem natuurlijk niet veel oplevert aangezien Karel de Stoute de Fransen in Vlaanderen op een identieke behandeling trakteert. De situatie doet me een beetje denken aan Trumps idiote handelsoorlog met de Chinezen. In het begin van juli 1470 herneemt de hertog van Warwick zijn piraterij, een zeetocht lang de Vlaamse en Hollandse kusten om er al de aanmerende koopvaardijschepen te veroveren. Hij stoot daarbij nog maar eens op Hendrik van Borsele die zijn plannen dwarsboomt. Warwick verliest een deel van zijn vloot en veel van zijn manschappen en kan niet veel anders dan weg te vluchten.

Van Borsele is nu de grote held in Vlaanderen, de kooplieden dragen de bevelhebber op handen en de graaf verhoogt het onderhoudsbudget van zijn vloot tot 120.000 gouden kronen per jaar. Dat de oorlog met Frankrijk dichterbij komt zien de Vlamingen ook aan Karels maatregelen. Hij laat Brugge achter zich en focust zich op de steden in de grensstreek. Oostende aan de zee, Nieuwpoort, Veurne, Duinkerke en Sint-Omer als buffer met Frankrijk. Karel de Stoute gaat ze één na één bezoeken. Hij bezweert hun voorrechten te respecteren en terwijl hij er nu toch is plaatst hij overal vertrouwelingen aan het hoofd van sterke garnizoenen. Dat zal wel eens nodig kunnen blijken om vijandelijke aanvallen af te slaan.

Drukke tijden voor de hertog van Bourgondië
Het lijken trouwens drukke tijden te worden voor de hertog van Bourgondië. Hij heeft nog maar nauwelijks zijn voorzorgen genomen aan de Franse grens of krijgt al een verzoek van de paus om orde op zaken te stellen in verband met de houding van Adolf van Gelderen tegenover zijn vader Arnold van Egmont, hertog van Gelderland en Zutphen. Opgehitst door zijn moeder houdt Adolf zijn vader Arnold nota bene al zes jaar gevangen in het kasteel van Buren en hij dreigt er nu zelfs mee om zijn eigen pa op de brandstapel te deponeren wegens een vermeend misdrijf. Het ergste van die situatie is dan nog dat hij het gemeen van Gelderland aan zijn zijde krijgt dat hem nu reeds als grote baas en troonopvolger erkent. Een door rechtspraak gebiologeerde Karel de Stoute gaat in op het verzoek van de paus en gaat zich moeien in de kwestie.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *