web analytics

21 september 1435. De vrede van Atrecht

59
banner

21 september 1435. In de abdij van de heilige Vedastus ondertekenen de partijen een plechtige overeenkomst. De hertogen van Bourbon en Richemont doen dat in naam van Karel VII. De bewuste vrede van Atrecht zal men later ‘de heilige vrede’ noemen en wordt de daaropvolgende dagen afgekondigd in België en Frankrijk. De Franse koning krijgt dankzij dit verbond nu plots Filips de Goede aan zijn kant in plaats van als tegenstander. Het zal niet lang duren voor deze gewijzigde krachtverhouding grote politieke veranderingen zal veroorzaken. In de nasleep van de overeenkomst stuurt Filips de Goede enkele gezanten naar Engeland om Hendrik VI te informeren over de deal. Best een moeilijke opdracht voor die mannen om daar te gaan vertellen dat de Vlamingen hun staart hebben ingetrokken. De reactie aan de overzijde van het Kanaal was dan ook te verwachten. Een kwade koning beschuldigt Filips van meineed en jaagt de afgevaardigden weg. Hetzelfde lot is beschoren voor al de Vlamingen, Brabanders, Hollanders, Zeelanders en Henegouwers die zich op dat moment in Engeland bevinden. Ze mogen trouwens van geluk spreken als ze er heelhuids weg geraken want heel wat van hun lotgenoten worden door de Engelsen gedood.

De poppen gaan nog meer aan het dansen. Een zwaar beledigde Filips de Goede verklaart op zijn beurt de oorlog aan Hendrik VI. De bewuste koning is dan al uitgegroeid tot een puber van 14 jaar. Die oorlog manifesteert zich door een belegering van Calais die nu al 88 jaar in het bezit is van de Engelsen. Vanuit dat landhoofd kunnen de Engelsen Vlaanderen elk moment verontrusten en daar wil de graaf een einde aan maken. Om deze oorlog te voeren zal Filips ongetwijfeld beroep moeten doen op de Vlamingen. Hij en zijn echtgenote keren dan ook naar hier terug. De Gentenaars horen het eerst van zijn plannen en stemmen er in toe om hem te helpen. Ook de Bruggelingen, de Vrijlaten en de Ieperlingen tonen zich genegen om manschappen ter beschikking te stellen. De Hollanders beloven ondertussen om hem te helpen met een vloot. Zo te zien zal de meeste steun toch wel van Gent komen. De stad van Gent en het Land van Aalst met zijn onderhorige dorpen leveren samen 16.000 mannen die in het begin van 1436 naar Calais vertrekken. Onder het bevel van Colaert van der Clyte, de opperbaljuw van Vlaanderen.

Op weg naar Calais
11 juni 1436. Brugge verschaft 450 man, een peulschil in vergelijking met zijn Gentse buren. Ze blazen verzamelen op de grote markt onder leiding van de heer Jan van Steenhuyse. De kroniekschrijvers geven spijtig genoeg geen inkijk op de Brugse sentimenten. Een flinke 20 percent van de militie bestaat uit notabele poorters, vrij evenwichtig verdeeld over de ‘zestendelen’ van de stad. Die van Sint-Jan, Sint-Donaas, O.L.-Vrouw, Sint-Jacob, Sint-Niklaas en ‘s Carmers. De rest van de mannen zijn allemaal ambachtslieden. Hun collega’s van Damme, Oostburg, Aardenburg, Torhout, Oostende, Muide, Monnikerede, Hoeke, Blankenberge, Gistel en Diksmuide spoelen ook aan in Brugge terwijl de Vrijlaten mobiliseren in Oudenburg.

De grote afwezigen zijn die van Sluis dat zich niets lijkt aan te trekken van de Vlaamse solidariteit om de graaf te steunen. Dat ergert de Bruggelingen meer dan ze kunnen zeggen. Sluis moet zich zoals gebruikelijk schikken naar de orders uit Brugge maar lapt de bevelen deze keer wel aan zijn laars. Die van Brugge willen de Sluizenaars een bezoekje brengen om hen een lesje te leren. Filips de Goede slaagt er in om die plannen tegen te houden. Veel schone woorden en ongetwijfeld ook de tijdsdruk doen de Bruggelingen afzien van hun ideeën. Die worden uitgesteld tot na hun terugkeer uit Frankrijk. Ook in de andere Vlaamse windstreken staan de mannen te trappelen om te vertrekken. De heer van Merkem voert een groep van 500 Mechelse ruiters aan. Jan van der Clyte, de heer van Komen voert het bevel over de Ieperlingen en de heer van Gistel over die van Kortrijk. Het Vlaams leger bestaat in totaliteit uit 30.000 manschappen.

De Vlamingen willen de roem voor zichzelf
Voorjaar 1436. Bij hun aankomst voor de vesting Calais zijn de Vlamingen nog heel zelfverzekerd. Waarom zou de hertog nog verder gebruik maken van zijn Franse troepen om dit eitje te pellen? De Vlamingen willen de eer en de roem voor zichzelf. De voornaamste bezorgdheid van de Gentenaars ligt in het feit dat de Engelsen mogelijk zullen wegzeilen naar hun thuisland zodat er niet eens zal kunnen gevochten worden. Hun geestdrift en vooral overmoed zullen niet lang aanhouden. Het is al zo lang geleden dat de Vlamingen nog eens een oorlog hebben gevoerd. De opmerking van de historici dat ze nog maar weinig in de krijgstucht geoefend zijn laat vermoeden dat het Vlaamse leger niet veel meer is dan een zootje ongeregeld.

Hier en daar behalen ze wel kleine zeges op de vijand. Maar op 19 juli 1436 verliezen de Bruggelingen op één dag tijd maar liefst 36 mannen. Gedood of gevangengenomen tijdens een schermutseling. Tijdens een verkenningsronde van de graaf verliest Filips een vijftal mannen die voor zijn ogen door een stenen kanonsbal neergekeild worden. Wat later overleeft hij ternauwernood zelf een aanslag. Hij dankt zijn leven aan Jan Pateel die bij zijn reddingsactie zelf opgepakt wordt en als krijgsgevangene binnen de muren van Calais belandt.

Na een vruchteloze belegering van zowat vier weken is de overmoed van de Vlamingen omgeslagen in groot ongenoegen. Zolang de toegang vanuit de zee niet kan afgesloten worden, kunnen ze hier wel bezig blijven. Waar zitten die dekselse Hollanders met hun beloofde vloot? Op 25 juli komen de schepen eindelijk in zicht. Bevelhebber Jan van Hoorne krijgt net op dat moment de informatie dat er een grote Engelse vloot op komst is om de belegerden bij te staan en riskeert het niet om hier met zijn schepen ingesloten te raken. Hij beslist om terug te varen richting Holland. De Vlamingen weten direct hoe laat het is. Vooral de Gentenaars zien het niet meer zitten.

De belegering van Calais is precies als dweilen met de kraan open. Daarbij komt nog een onverhoedse uitval van de Engelsen waarbij 120 Bruggelingen om het leven komen. Dramatisch voor die van Brugge is de wetenschap dat de Engelse uitbraak eigenlijk gericht was op de Gentenaars. Terwijl Filips de Goede zich klaarmaakt om slag te leveren tegen Humphrey van Gloucester laten die van Gent hem nu plots helemaal in de steek. Hij smeekt hen om te blijven. Een terugtrekking zal zijn naam bezoedelen, maar er is geen praten aan. De Gentenaars trekken zich terug onder de leiding van Jacob De Zaghere, de opperdeken van de Gentse ambachten die hen, samen met Ghijsbrecht Pateel daartoe hebben aangepord. Die van Brugge vertrekken mee naar Vlaanderen. De graaf van Vlaanderen blijft moedeloos en teleurgesteld achter. Hij is zo troosteloos dat hij zijn groots aangekondigd beleg met alle schande van dien zal moet opbreken. Zijn entourage vreest ervoor dat hij zichzelf ziek van verdriet zal maken.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *