web analytics

Anno 1452. Die verdomde herrieschoppers van Gent

73
banner

8 september 1452. Deze condities moeten nu natuurlijk nog geslikt worden door de stedelingen zelf. De Franse gezanten rijden hier vandaag binnen met de overeengekomen voorwaarden om Gent in vrede te brengen. Na het voorlezen van de verscheidene punten hopen de vredelievende burgers dat er eindelijk een einde kan komen aan deze rampzalige periode van opstand en ellende. Dat is helaas voor hen weer vergeefse moeite. ‘De woelzieken maken nog altijd de meerderheid uit’, vertellen ze in de kronieken. Hoe zou ik ze omschrijven anno 2019? ‘Herrieschoppers’ lijkt me het beste synoniem. Ja, de herrieschoppers blijven zichzelf maar ophitsen. Deze voorwaarden zullen hun oude voorrechten en vrijheden vernietigen. Dat kunnen ze onmogelijk aanvaarden. Ze moeten strijden voor hun privileges en als de stad daar ten onder aan zal gaan, dan is dat nog altijd te verkiezen boven het opgeven van hun idealen. De stormklok klingelt en roept het volk te wapen, de ambachtslieden komen briesend met hun vaandels op de markt aangelopen. De opstand ontaardt nu nog verschrikkelijker dan ooit tevoren .

15 september 1452. Talrijke gewapende benden Gentenaars vertrekken vanuit hun stadspoorten met de bedoeling hun buitenomgeving in een poel van ellende onder te dompelen. Hulst en Axel blijven geplunderd en zwartgeblakerd achter als statement van de Gentse furie. Op het platteland verwoesten de Gentse rebellen alle dorpen en parochies die de kant van de hertog hebben gekozen. Ze zijn amper met hun buit teruggekeerd als ze al direct beginnen met een aanval op Aalst, dit keer met de extra hulp van de Witte Kaproenen. Ze geraken gelukkig niet veel verder dan de voorsteden. Er komen alvast twee nieuwe kapiteinen aan het roer: Jan De Windt en Jan De Crane. Die trekken samen met Jan De Vos en zijn Groententers naar Kortrijk. Een nieuwe raid, onderweg laten ze niets heel. Ze steken Harelbeke in brand met uitzondering van de kerk en het gasthuis. In Gent zijn ze verbaasd te zien hoe rijk de buit wel is die de rebellen en de Engelse soldeniers hier naar binnenslepen.

Een Bourgondisch kruis als teken
‘Verdelgen zal hij ze, die weerspannige Gentenaars.’ Filips laat nieuw krijgsvolk komen uit Holland, Zeeland en Picardië om dat doel te bereiken. De opstandelingen zetten onverstoord hun zwerftochten verder en als ze onderweg Picardiërs ontmoeten dan gaan deze voor de bijl. Met een wreedheid die voor het krijgsvolk van de hertog zeker niet onopgemerkt voorbij gaat. Tijdens het begin van oktober 1452 gaat Jacob Meeussone met zijn volk op zoek naar buit naar de streek van Saaftinge en Hulst. Ze keren terug met 300 ossen, paarden, koeien en ander vee. En met daarbij nog 28 wagens volgeladen met zout en koren. Uiteraard allemaal broodnodig als het grote Gent wil overleven.

Jan De Vos en Jan De Windt zijn al even roofzuchtig. De volksleiders trekken met hun volk naar Maldegem, Wingene, Ruiselede en de omliggende dorpen. Ze laten een spoor van brand en plundering achter. De Picardische soldaten die garnizoen houden in Kortrijk richten identieke toeren aan waardoor er na enkele weken amper nog iets over blijft om te plunderen in de Vier-Ambachten en in de hele streek tussen Gent en Kortrijk. Bastaard Anton onderneemt op 26 oktober 1452 met een talrijke bende ruiters uit Aalst een verkenningstocht naar Gent maar hij wordt teruggedreven. De Kortrijkse gouverneur, de heer van Beaumont waagt met zijn Picardiërs een charge op Eeklo. Hij verbrandt het hele dorp om de eenvoudige reden dat al zijn inwoners zich engageren bij de Gentse rebellie. Het loopt in Vlaanderen zodanig de spuigaten uit dat het helemaal niet meer duidelijk is wie nu pro of contra de hertog is. Vandaar de verordening van Filips de Goede. Alle inwoners van Vlaanderen en Henegouwen moeten laten zien dat ze zich aan zijn zijde houden door het naaien van een Bourgondisch kruis op hun kledij. Wie dat niet doet riskeert als opstandeling bekeken te worden. Tot de vrouwen en de kinderen toe zullen dat kruis dragen.

1452: een winter gevuld met plunderingen
31 oktober 1452. De Picardiërs nemen de stad van Tielt in. Met de gebruikelijke ravage. Drie dagen later vernietigen ze in Assenede een graanmolen en een hele infrastructuur die van belang is voor de voedselvoorziening van de Gentse bevolking. Simon De Lalaing valt met 800 mannen binnen in Waarschoot waar hij geen spaander van heel laat. Een week later zijn de Gentenaars weer aan zet. Ze veroveren Aardenburg en Oostburg, steken beide steden in brand en sparen daarbij geenszins de omliggende dorpen. De Picardische soldaten meten gelijkaardige toeren uit in Aalter, Ruiselede, Wingene, Sleidinge en Drongen. Dat is de manier waarop beide partijen de winter doorbrengen.

Met het plunderen en met het aanvallen van elkaar. Ook Izegem, Rozebeke en Meulebeke krijgen het zwaar te verduren… Terwijl het volk van de graaf Merendree bij Deinze, Lovendegem en de naburige dorpen verwoest. Een nieuwe poging tot praten wordt in februari 1453 te Brugge vakkundig de nek omgedraaid. De Gentse afgevaardigden zijn te hoogmoedig om enige vernederende voorwaarden te aanvaarden. In plaats van schuld te bekennen en om genade te verzoeken, schrijven ze de rampspoed en de bloedige toestanden toe aan de geldzucht van Filips en zijn edellieden die tegen alle recht en reden belastingen op het zout en het koren heffen. Door deze houding verdwijnt natuurlijk het laatste sprankeltje hoop om tot vrede te komen.

Met de lente op komst zullen de vijandelijkheden zeker weer hernemen. Dit keer komt Kortrijk in het vizier van de Gentse rebellen. Ingelram Van Den Broucke, Diederik Van Schoonbrouck en Jan Van Strimeersch lopen hier naartoe met de Groententers en nog andere rovers. De Kortrijkse voorsteden ondergaan algemene vuurstichtingen maar de stad zelf blijft overeind. Bij de Gentenaars rijpt het snode plan om Filips’ echtgenote Isabella te ontvoeren. Ze hebben immers vernomen dat de hertogin van Rijsel op weg is naar Brugge. Door haar te schaken en naar Gent over te brengen hopen ze om vanuit een sterkere positie over de vrede te kunnen onderhandelen. De ontvoering zal moeten gebeuren in Rollegem. Kapitein Blandstrin houdt er zich verborgen met 800 Groententers en 300 ruiters. Simon de Lalaing komt er nietsvermoedend voorbij met 200 ruiters en Isabella. Helemaal onverwacht ziet hij zich omsingeld door deze grote bende krijgsvolk.

Gelukkig krijgt hij tijdig de bijstand van de heer van Maldegem anders zou hij deze valstrik nooit overleefd hebben. Toch verliest hij 69 van zijn eigen mensen. De prinses die tijdig verwittigd werd van dit verraad neemt een andere weg en arriveert ongehinderd te Brugge. Nog diezelfde dag steken de Gentenaars die garnizoen houden in Poeke nu het vuur aan in Ingelmunster. Ze slagen er echter niet in om het kasteel te beschadigen.

Ze sparen kosten noch moeite
Terwijl de opstandelingen maar blijven op zoek gaan naar buit en daarbij regelmatig de krijgslieden van de hertog om het leven brengen, sturen de rustminnende Gentenaars nog maar een keer enkele gezanten naar hertog Filips om met hem tot vrede te komen. Voor wie in Gent verlangt naar vrede moet het inderdaad erg frustrerend zijn. Een vergadering met de hertog in Seclin levert niets op. Zolang de opstandelingen niet inzien dat ze hun strijd moeten staken zijn alle andere gesprekken zinloos. De opstand zet zich verder in dagelijkse plundertochten en gevechten die een onvoorstelbare schade toebrengen aan het hele land. Het verlies aan mensenlevens lijkt daarbij een fait-divers maar dat is uiteraard niet het geval. De vreemde kooplieden van Brugge zitten natuurlijk geplaagd met dit Vlaanderen in revolutie. Ze sparen kosten noch moeite om de hertog ertoe te bewegen om eindelijk eens redelijke voorwaarden op tafel te leggen zodat die van Gent toch maar eens in een vrede zouden willen toehappen.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *