web analytics

Anno 1485. Dood in de kerk van Zele

74
banner

Winter 1484-1485. De vijandelijkheden gaan van start. Maximiliaan neemt op 26 november 1484 op een listige manier de stad van Dendermonde in. Het verraad van Wouter van Rechem zorgt er op 5 januari voor dat Oudenaarde hetzelfde lot ondergaat. Die van Rechem stond voor de Vlamingen aan het bevel van het Bourgondisch kasteel daar. De Gentenaars zetten daar natuurlijk wat tegenover. Een leger van 16.000 man onder het gezag van de graaf van Romont vertrekt naar Brabant. De omstreken van Gaasbeek, Brussel en Halle krijgen er flink van langs. De Vlamingen zetten er alles ‘te vuur en te zweerde’ en keren daarna met een rijke buit terug.

Op 28 februari 1485 valt het garnizoen van Dendermonde binnen in Zele. Deze aanval resulteert in 300 dode Gentenaars waaronder hun kapitein Daniël Sersanders. Een twintigtal Gentenaars vluchten de lokale kerk binnen maar vergaan er tot assen nadat de soldaten van Maximiliaan die in brand steken. Op 4 maart valt de aartshertog met 400 ruiters het Land van Waas aan en verslaat er een omvangrijke bende boeren die weerstand proberen te bieden. Na een mislukte aanval op Sluis betalen Sint-Anna-ter-Muiden, Heist en Knokke ondertussen het gelag. 150 Gentenaars sneuvelen bij Petegem na een aanval van het garnizoen van Oudenaarde. Op 5 april 1485 valt een Henegouwse bende de stad Geraardsbergen binnen. Twee dagen later valt graaf Engelbert van Nassau Ninove aan. Telkens is er sprake van verwoestingen met het vuur en het zwaard.

Een geschenk uit de hemel voor de Franse koning
De Gentenaars laten door al deze nederlagen de moed zeker niet zakken. Zo ken ik ze wel, ze zullen de oorlog hardnekkig verderzetten. Ze sturen Jan van Brugge, de heer van Gruuthuse met enkele andere edellieden naar Frankrijk om hulp te vragen bij de koning. Dat verzoek is natuurlijk een geschenk uit de hemel voor Karel VIII. Dat laatste moet ik enigszins relativeren want de knaap is dan amper 15 jaar oud. De presentjes uit Gent worden dus met plezier aangenomen door zijn adviseurs. Ze accepteren natuurlijk om hulp te bieden maar tonen zich daarbij niet al te gul. Philippe de Crevecoeur snelt ter hulp met 800 ruiters. Natuurlijk niets vergeleken met de 14.000 mannen die de graaf van Romont inzet in de omgeving van Oudenaarde.

Naast de vernieling van de buitenomgeving ter plekke neemt hij de abdij van Ename in om die Franse hulpbende op te wachten die na lang wachten dan toch in Petegem opduikt. Maximiliaan probeert de Vlamingen tot een veldslag te verleiden in Ename maar die blijven netjes zitten in hun versterkingen. De aartshertog keert dan maar terug naar Brussel zonder dat hij iets deftig kon uitrichten. Ook Romont trekt zich besluiteloos terug en breekt zijn leger op. Het garnizoen van Oudenaarde is er als de kippen bij om direct een uitval te doen en legt daarbij de abdij van Ename in de as. De kerken van Kerkhove, Waarmaarde en Avelgem gaan eveneens in de vlammen op.

Je weet niet waar je eindigt
Niet zo veel later is het weer de beurt aan Maximiliaan. Oorlog voeren is toch wel iets speciaal; je weet waar je mee begint maar niet in het minst waar je eindigt. Hij steekt met zijn leger over naar het Land van Waas en ondervindt er geen spoor van weerstand. Zijn soldaten nemen stormenderhand het kasteel van Temse in, steken het in brand en doden de aanwezige soldaten. Met inbegrip van hun kapitein. En dan neemt hij zijn weg naar Gent. De aartshertog slaat zijn kamp op bij de Porcellepoort en krijgt daarbij de steun van 200 ruiters en 800 voetgangers uit het kamp van Oudenaarde. Ze staan onder het bevel van Daniël van Praet. De Gentenaars willen de vijand daar natuurlijk zien ophoepelen en ondernemen diverse uitbraakpogingen. Maar telkens opnieuw worden ze met verlies teruggedreven.

Op 24 mei 1485 staat een grote bende krijgslieden klaar om onder de hoede van kapitein Jan Coppenolle alsnog de Maximiliaangezinden te verdrijven. Ook deze ultieme poging loopt af op een fiasco. De Gentenaars vallen in een hinderlaag en kunnen niet veel anders dan op de vlucht te slaan. Ze kunnen hun levens redden door in de stadsgrachten te duiken en zich zwemmend uit de voeten te maken terwijl tot overmaat van ramp de stadspoorten nog hermetisch gesloten zijn. Het dodental is zo zwaar dat die van Gent het niet aandurven om de troepen van de Duitser verder te gaan bekampen. Maximiliaan verwacht elk moment de komst van de Franse hulpbenden en trekt zich veiligheidshalve terug in Dendermonde. De 800 Franse ruiters van de heer van Esquerdes verschijnen inderdaad binnen Gent.

Dat blijkt allesbehalve mee te vallen. De stedelingen hadden beter in hun broek gedaan dan te gaan smeken om Franse hulp. De vreemde mannen blijken bijzonder baldadig te werk te gaan en houden zich dagelijks bezig met plunderen en roven. De bevolking smeekt algauw dat Esquerdes hier weer zou willen vertrekken. Gelukkig is de aanvoerder bereid om met zijn volk naar Doornik te verhuizen.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *