web analytics

Anno 1000. Een dwaling in de Apocalyps

47
banner

Boudewijn IV slaagt er wonderwel in om alle dissidentie tegen zijn persoon uit de weg te ruimen. Hij stelt een raad van wijze en voorzichtige mannen aan die hem in zijn beleid zullen bijstaan en brengt Vlaanderen op die manier absoluut in rustigere vaarwateren. De graaf beslist om in Sint-Winoksbergen een groot kasteel te bouwen, maar verandert nog tijdens de constructie van gedacht. Dit moet geen burcht worden maar een prachtig klooster ter ere van de heilige Winoks.

Hij laat zich op het einde van de 10de eeuw nog wel meer opmerken door giften en weldaden voor kerken en abdijen. Het eerste millennium van de nieuwe tijdrekening breekt weldra aan. Die laatste jaren in de aanloop naar het jaar 1000 leeft de bevolking met de overtuiging dat de wereld binnenkort zal vergaan en valt alles een beetje stil. Verschrikkelijke hongersnoden gevolgd door etteloze ziekten en sterfgevallen in het land verspreiden de overtuiging dat de wereld op zijn laatste benen waggelt. Nogal wat Vlamingen bereiden zich voor op het einde van de wereld met nog een ultiem bezoek aan het heilig land.

Een dwaling die zijn oorsprong vindt in de Apocalyps. Een profetie uit het bijbelboek ‘Openbaring’ is de schuldige. Daar vertelden ze zonder veel gêne of scrupules dat Jezus bij zijn terugkeer op aarde een wereldrijk zou stichten dat duizend jaar zou duren. Vandaar. Het doet me hoe dan ook denken aan die ontelbare valse profeten die in het jaar 2000 identieke zever in de media zullen brengen. De millennium-bug zal vermoedelijk van alle tijden zijn.

En de wereld draait maar verder
Maar het jaar 1000 breekt aan zoals alle andere jaren. De wereld draait verder zijn gestoorde gang. De mensen scheppen weer moed. Het leven gaat dan toch voort. Vreemd, er moet toch iets verkeerd geweest zijn aan die profetie. De Vlamingen storten zich met hernieuwde energie op handel en nijverheid, bouwen weer kerken en kloosters. De opgedane inspiratie bij de architectuur in Jeruzalem laat zich al gauw zien in het Vlaamse stadsbeeld.

De Vlamingen beginnen commerce te doen met Engeland, Boulogne ontwikkelt zich daarbij tot een belangrijke haven voor import en export. En dat doet Brugge ook, de stad explodeert zowat met zijn boomende zeehandel. Graaf Boudewijn IV moet deze ongebreidelde groei wat in goede banen leiden. Hij verdeelt de Brugse burgerij in negen gilden, stelt dertien schepenen aan die zelf een hoofd kiezen die ze de naam van burgemeester toekennen. Gent blijft ook niet achter.

De bevolking die zich altijd genesteld heeft in de schaduw van de abdijen gaat zich vestigen op het eiland tussen de Schelde en de Leie. De eerste gilde zorgt er voor dat de nering op gang komt en dat er onderlinge solidariteit komt. De toekomst van Vlaanderen begint er nu toch wel goed uit te zien.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *