web analytics

Anno 1150. Een fles met geronnen bloed

43
banner

Geschiedschrijver Gailliard omschrijft de terugkeer van Dirk van de Elzas met zijn fles geronnen bloed op een devote manier en dat stukje proza wil ik mijn lezers echt niet ontzeggen: ‘nadat de Turken volledig verslagen waren keerde de graaf met dat onschatbaar pand naar zijn landen terug. Hij oordeelde dat zijn handen die zo vaak door mensenbloed bezoedeld waren geweest, nu te onrein waren om het bloed van de goddelijke persoon, die de mensgeworden liefde was, te dragen. Hij vertrouwde het bloed toe aan Leonius, de abt van Sint-Bertinus te Sint-Omer die hem gedurende zijn kruisvaart trouw had bijgestaan als zijn aalmoezenier.

Leonius ontving het heilig bloed uit de handen van de patriarch van Jeruzalem. Het zat in een kristallen vat dat aan een ketting bevestigd was. Fulco legde het om zijn hals, en zonder het nog eenmaal van zijn borst te verwijderen legde hij de terugreis naar Vlaanderen af. Zo kwam hij op 7 april 1150 in deze houding samen met de graaf aan in Brugge. De zo lang gewenste terugkeer van Dirk van de Elzas was nauwelijks bekend in Vlaanderen. Toen de inwoners vernamen met welke grote schat het land zou begunstigd worden, liepen ze hen met zijn allen tegemoet en lieten ze voluit hun vreugde blijken.

Toen hij in de buurt van de stad gekomen was, gingen de magistraten hem tot buiten de poorten tegemoet. In het gezelschap van de geestelijkheid, de edeldom, de gilden en de ambachten, allen met hun vaandels, hun standaarden en met brandende fakkels in de handen. Ze waren vergezeld door een ontelbare menigte van volk. Nadat ze de graaf verwelkomd hadden, begeleidden ze hem stoetsgewijs door de stad die wel leek veranderd te zijn in een lustprieel. Al de inwoners, arm of rijk, hadden met de grootste ijver de hand aan het werk geslagen om de voorgevels van hun huizen op zijn prachtigst te versieren en te verlichten. De straten waren met bloemen bestrooid en geflankeerd door sparren.

Toen Dirk eindelijk voor de poort van zijn paleis aangekomen was overhandigde Leonius de heilige relikwie die hij onmiddellijk in zijn hofkapel liet plaatsen.’ Nog tijdens datzelfde jaar 1150 laat Dirk van de Elzas een kapel bouwen die hij opdraagt aan het heilig bloed. Het nieuwe gebouw komt er naast de bestaande hofkapel die nog gebouwd was door Boudewijn van de Ijzer. Achter het altaar van de oude kapel maakt men een brede opening zodat de relikwie zal kunnen gezien worden vanuit beide kapellen. Vier kapelanen krijgen de verantwoordelijkheid op hun schouders om zorg te dragen voor het bloed van Jezus.

Het zijn kanunniken van de heilige Basilius die elk een toelage krijgen om er goddelijke diensten te verrichten. Ze dienen dagelijks een mis voor te dragen in de H. Bloedkapel om dan achteraf ook deze in de Sint-Donaaskerk te gaan meevieren. De vier priesters krijgen elk een eigen woning met tuin, gelegen in de Brouwerstraat en met een toegang tot de Burg, in de Blindezelstraat tussen de kapel en het stadhuis. Naast de vier kanunniken krijgt de nieuwe kapel ook een eigen koster met een halve toelage (ook wel prebende genoemd). 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *