web analytics

1407. Een geschil tussen de Bruggelingen en de Vrijlaten

75
banner

Op het einde van datzelfde jaar 1406 krijgen de Vlamingen de steun van hun graaf om zelfstandig een handelsverbond af te sluiten met Engeland. De zeehandel over de Noordzee die al vier jaar onderbroken is door de oorlog wordt nu gelukkig weer mogelijk. Daardoor kunnen de kooplieden eindelijk weer in volle vrijheid handel drijven met de vijand van Frankrijk. Ik vertel er nog bij dat het wel snor zit met de welvaart in Vlaanderen. Sinds de Doornikse vrede van december 1385 hebben de inwoners genoten van rust en voorspoed. Met uitzondering van die Engelse aanslag op Sluis. De burgers verdienen goed aan hun bloeiende economie en besteden een deel van hun inkomsten aan hun kerken of aan het verfraaien van hun steden.

Tijdens het voorjaar van 1407 ontstaat er wel een groot geschil tussen de Bruggelingen en de Vrijlaten rond de lakenweverij. Jan van Bourgondië heeft bij zijn inhuldiging de vroegere voorrechten uit 1322 terug geschonken aan die van het Brugse Vrije. Daarmee werd de productiebeperking die hen in 1384 opgelegd was volledig opgeheven. Het resultaat is natuurlijk een ongebreideld aanbod van lakens uit het Vrije. Te veel productie doet de prijzen dalen en dat op zich betekent een serieuze inlevering voor de Brugse handelaars. Het loopt zodanig de spuigaten uit dat de verongelijkte Bruggelingen gaan samenrotten in de kleine steden en de plekken in het ronde en daar overgaan tot het vernielen van de getouwen.

De graaf die zich met zijn echtgenote in Frankrijk bevindt komt in de vastentijd met haar naar Brugge om een einde te maken aan deze onlusten. Hij laat toe aan de Vrijlaten om laken te weven, maar dan wel onder zekere voorwaarden en restricties. Voer voor nog meer discussie want noch de Bruggelingen, noch de Vrijlaten kunnen zich vinden in deze nieuwe condities. Er volgt direct een nieuwe vernielingsronde van de Bruggelingen. Waarop Jan zonder Vrees vrij gemakkelijk de rust kan herstellen. Hij doet dat met de botte bijl. Hij stuurt zes Brugse wethouders op ballingschap. Met daarnaast nog de twee burgemeesters Geeraert van Sint-Omer en Jan Camphin, schepenen Joris Braderyck en Jan Honin.

Ook de tresorier Nicolaes Barbesaen en eerste voorman Zeger Van De Walle en nog enkele van de treffelijkste burgers mogen het aantrappen. Naast die verbanning slaat de hertog hun eigendommen en goederen aan. De Brugse poorters reageren verrast op deze verregaande maatregelen. De gestrafte wethouders zijn net geliefd om hun goed bestuur. Het zijn zij die de drie door de Gentenaars afgebroken stadspoorten hebben laten heropbouwen.

Een zevende deel van de stadsinkomsten
Tussen het gebruikelijk geroddel door komt al gauw de ware toedracht aan het licht. De graaf heeft zich laten opjutten door een zestal wethouders. Jan Biese, Nicolaes De Zoutere, Lieven van Milanen, Jan Bertoen, Lieven De Scheutelaere, Arnold De Pippel en Robert van Roeselare uitten een reeks valse beschuldigingen aan het adres van hun collega’s met de eenvoudige bedoeling om zichzelf nog meer macht toe te eigenen. Om hun doel te bereiken zwaaiden ze met een zevende deel van de stadsinkomsten voor de graaf. Een ideaal scenario natuurlijk voor onze oorlogvoerende hertog Jan. Na de verbanning houden de zes hun woord. Daarvoor zoeken ze nieuwe inkomsten bij de Bruggelingen.

Zo bijvoorbeeld een taks van één stuiver per hoed koren die hier in de stad gemalen wordt. Een hatelijk maalrecht dat door de inwoners omschreven wordt als de ‘calliote’. Uiteraard zijn de poorters nu zwaar misnoegd en moet Jan zonder Vrees zich achteraf in alle bochten wringen om de rust te laten terugkeren.

Als compensatie mogen de Brugse ambachten en neringen weer hun verboden standaarden gebruiken tijdens hun optochten. Daarbij komt een extra beschermende maatregel: niemand mag nog laarzen, schoenen en pantoffels binnenbrengen in de stad, die moeten allemaal vervaardigd worden door eigen ambachtslieden. Als toetje laat hij aan de halle de wapenstilstand afkondigen welke tussen Frankrijk en Engeland voor één jaar was afgesloten.

Wat de Vlamingen dan nog niet weten is dat ze aan de vooravond staan van een bijzonder harde winter. Begin oktober 1407 begint het te vriezen en te sneeuwen, de winterse omstandigheden zullen 66 dagen aanhouden. Pas op 4 december komt er een einde aan, maar de dooi gaat dan gepaard met grote overstromingen. Veel kerken lopen onder water. Zo bijvoorbeeld in Doornik en Brugge waar ook de kloosters van de predikheren, de minderbroeders en Sinte-Clara overstromen. Veel straten in de binnenstad staan blank en zijn enkel met hoge laarzen bereikbaar. De poorters zullen tien dagen lang moeten huizenieren op hun zolders. De nieuwe brug over de Seine te Parijs kan de druk van de stroom sneeuwwater niet langer weerstaan en stuikt in elkaar.

 

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *