web analytics

Anno 1421. Een ongeziene pracht en praal

64
banner

1421. Filips de Goede keert terug naar Vlaanderen. Wat een hemelsbreed verschil is er toch tussen onze steden als men die vergelijkt met die van het geteisterde Frankrijk. Terwijl de burgeroorlog daar een spoor van verwoestingen achterliet, geniet Vlaanderen van een haast ongelooflijke bloei en welvaart. Dankzij hun koophandel die zich uitstrekt over bijna alle oorden van Europa en de Levant, het Morgenland ten oosten van de Middellandse zee. Het handwerk in Vlaanderen is altijd maar verder geperfectioneerd. Er is de hoge vaart van onze beeldende kunsten. We beleven de tijd van de broers Jan en Hubert van Eyck die de schildertechniek tot ongeziene hoogtes optillen.

De term ‘Bourgondiër’ vindt ongetwijfeld zijn oorsprong bij onze hertogen. In Vlaanderen en Brabant ontvouwen zich telkens opnieuw extravagante feesten die een nooit eerder geziene pracht en praal laten zien. De Vlamingen tonen hun dankbaarheid voor de aandacht die Filips aan de Nederlanden schenkt. Een betere bijnaam dan ‘de Goede’ weten ze voor Filips van Bourgondië niet te verzinnen. De verzoeken om extra financiële middelen worden in Vlaanderen met plezier betaald. Zolang hun graaf zich verbindt met Engeland zal de koophandel hier zeker en vast blijven bloeien. Bij onze zuiderbuur Artesië krijgen we een stevige schaduw vergeleken met al die welvaart die zich in Vlaanderen afspeelt.

Atrecht en andere steden zijn het toneel van harde vervolgingen. Ruim 150 jaar voor de eigenlijke godsdienstoorlogen zullen uitbreken is hier al sprake van het kerkeren van de Waldenzen, genoemd naar hun stichter Pierre Valdes. Eenvoudige mensen die zich distantiëren van het evangelie, de sacramenten en die weigeren om de hiërarchie van de kerk te aanvaarden. De beweging is ontstaan in het zuiden van Frankrijk, maar door systematische vervolgingen zijn de Waldenzen nu al aanbeland in Artesië waar ze noodgedwongen moeten onderduiken. De stuwende kracht achter die vervolgingen is een zekere Martin Porée, sinds 1407 bisschop van Atrecht en nota bene de biechtvader van Filips de Goede.

Een theoloog en een redenaar van het hoogste niveau die zijn welsprekendheid misbruikt om de broeders van zijn kloosterorde op jacht te zenden om deze ‘ketters’ te vangen. Een opdracht waar de paters zich gewillig van kwijten. Terwijl het volk naarstig aan het feesten is ter ere van hertog Filips, spreekt Porée recht over 16 opgepakte Waldenzen. Negen van hen zullen de rest van hun leven in een kerker doorbrengen, zeven vliegen op de brandstapel. Hun leider ondergaat laatstgenoemde straf voor het bisschoppelijk paleis. De negen die met de kerkerstraf zijn bedeeld gaan er in processie naartoe. Getooid in een gewaad bedekt met gele kruisen. Het volk juicht bij het zien van deze wrede vertoning. Dat heeft alles te maken met de onzin die de paters van Porée allemaal uitkraamden. Hun beschuldigingen aan het adres van de Waldenzen spreken dan ook tot de verbeelding. Ze aanbaden de duivel te midden van de bossen waar ze op bezemstelen door de lucht vlogen. Daar maakten ze hun ‘gewijde hosties’ die ze vermengden met het bloed van zuigelingen, fijngestampte padden en beenderen van opgeknoopte misdadigers.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *