web analytics

Anno 1490. Een plechtige communicant van 12 jaar

108
banner

7 augustus 1490. Er tekent zich een nieuw element af in de oorlog. De jonge graaf Filips de Schone, op dat moment een plechtige communicant van twaalf jaar, stuurt een brief naar Brugge met het bevel dat ze moeten breken met Filips van Kleef-Ravenstein of dat hen anders zware straffen te wachten staan. Ik vraag me af of de bewoners het dubbelzinnige van de situatie inzien; hun strijd is in het voordeel van Filips de Schone en het is net diezelfde figuur die nu dreigt met bestraffing als ze er niet mee ophouden. En toch leggen ze het bevel van de jonge graaf naast zich neer. De volgende dag slaat de schrik hen om het hart als ze vernemen dat het magistraat van het Brugse Vrije in Diksmuide besliste om de vermindering van het geld dan toch door te voeren zoals dat gevraagd werd. Albrecht van Saksen mobiliseert zijn krijgsvolk ter hoogte van Oudenburg zodat een Duitse aanval niet lang meer zal uitblijven. Diezelfde 8ste augustus duiken er al 600 mannen op aan de Smedenpoort.

Brugge reageert met het aanwerven van 1.000 extra soldaten, op kosten van de stad. Vanaf 24 augustus trekken 500 rekruten er op uit om de waterloop tussen Male en Damme te blokkeren, de volgende dag zijn ze te vinden bij de kastelen ‘Ten Inconte’ en dat van Oedelem die ze in de as leggen. Op 1 september heeft Joris Picavet met toestemming van de wethouders nog eens 1.000 extra mannen aangeworven. De nieuwelingen zetten zich op weg naar Sluis om er levensmiddelen te gaan ophalen. Ze slagen er in om terug te keren met 150 geladen wagens vol met koren, boter, kaas, vis, enzoverder. De Bruggelingen begrijpen echter dat dergelijke missies duur en risicovol zijn. Ze beslissen om de oude vaart tussen Sluis en Brugge uit te diepen om zo gemakkelijker levensmiddelen te kunnen aanvoeren. Zelfs de ballingen worden teruggeroepen om aan de slag te gaan zodat er geen gebrek aan werklieden is.

Zelfs de rijken lijden honger
23 september 1490. De ambachtslieden presenteren zich gewapend op de markt, elk onder zijn standaard zoals ze dat gewoon zijn. Joris Picavet vertrekt tijdens de nacht van de 25ste met 3.000 voetgangers en 100 ruiters naar het kasteel van Varsenare met de bedoeling om de sterkte te bestormen en te veroveren. De Duitsers die net onderweg zijn van Oudenburg naar Lissewege laten hen betijen maar vallen wel de Brugse militie van Ingelram Hauweel aan. Naast enkele dode Bruggelingen nemen ze 50 van hen gevangen. Ondertussen is de schaarsheid van levensmiddelen zo groot dat zelfs de rijken honger lijden terwijl de arme mensen bezwijken door gebrek aan eten. Veel vrouwen die met eetwaren naar de markt komen worden door de Duitsers op de meeste verschrikkelijke manieren mishandeld. De graaf van Nassau gebiedt nu zelfs dat al diegenen die zich met voedsel naar Brugge riskeren gedood moeten worden als ze tenminste geen groot rantsoen kunnen betalen.

2 oktober 1490. De Bruggelingen zit nu toch wel echt op het tandvlees. De hongersnood dwingt hen om gezanten naar Engelbert van Nassau in Aalst te sturen met een verzoek om vrede. Ze krijgen er amper gehoor, hij laat de Bruggelingen zeker nog 12 dagen ‘chambreren’ vooraleer hij een datum bepaalt wanneer er eens met hen en met Filips van Kleef-Ravenstein kan gepraat worden. De reden van zijn talmen is niet ver te zoeken; hij verwacht elk moment nieuwe hulptroepen uit Brabant. Als die versterking er eindelijk aankomt verhuist Engelbert naar Damme en eist hij dat de Bruggelingen per direct de munt moeten devalueren zoals dat al gebeurd is in Ieper en het Vrije.

Als ze dat niet doen zullen de zwaarden en het vuur aan het woord komen. De bevolking schrikt nog maar een keer op. Joris Picavet moedigt de Bruggelingen aan om zich tot het uiterste te verdedigen. De graaf van Nassau die vaststelt dat zijn dreigementen ook deze keer niet helpen, geeft aan zijn volk de permissie om her en der toe te slaan en kwaad te bedrijven zoveel ze maar willen. Op 7 oktober bestormen de Duitsers dan ook het kasteel Ten Berghe van Jacob Despars in Koolkerke. De mannen die de vesting verdedigen geven zich na een tijd over maar ze kunnen niet voorkomen dat de hele bezetting om het leven gebracht wordt. Ook het Schottekasteel gaat op in de vlammen.

Kanonnen voor Damme
17 oktober 1490. Die van Sluis veroveren drie schepen met kanonnen bestemd voor Damme. Met deze artillerie had de graaf van Nassau graag begonnen aan de beschieting van Brugge. Omdat zijn plan nu niet kan doorgaan vraagt hij aan Ieper om gebruik te mogen maken van hun geschut. De wetsheren van Ieper weigeren. Een kwade Engelbert van Nassau revancheert zich door Eduard Nicoles, Jan De Cloot, Roeland Stroybier, Ghijsbrecht De Pape en Jan Beyts te laten onthoofden. In die dagen vertrekt hij met een vrijgeleide naar Sluis om er met Filips van Kleef-Ravenstein over vrede te onderhandelen. Brugge zelf krijgt een brief van de Franse koning Karel VIII die van alles belooft zolang het maar niet tot vrede komt in Sluis.

Wat die nu weer bekokstooft is heel bizar. Verdeel en heers in zijn puurste vorm. Vooral het feit dat diezelfde boodschapper na zijn bezoek aan Brugge doorreist naar Sluis waar hij een tegengestelde mededeling afgeeft. De partijen moeten nu plots ijveren voor de vrede en dat zal de welvaart van Vlaanderen en vooral van Brugge alleen maar ten goede komen. Maar de graaf van Nassau is te zeer op wraak en revanche belust om in te zien dat dit het ideale moment is om tot een schikking te komen met de Vlamingen. Nee hoor! Nassau wil geld zien en zich wreken op Brugge. 300.000 gouden kronen en 300 Brugse gijzelaars, zijn vordering is niet min. Die van Brugge zijn niet gek en weigeren in te gaan op zijn idiote eisen. Daarna probeert de Duitser Filips van Kleef-Ravenstein los te weken van de Bruggelingen. Hij kan in naam van de Roomse koning het bevel voeren over Sluis en zijn twee kastelen. De Vlaamse opperbevelhebber toont zich andermaal rechtlijnig en vooral een man van principes. Het siert de man dat hij zijn verbond niet wil verbreken en zo eindigen deze onderhandelingen op een sisser.

Sabotage aan de dijk
Met de vrede verder weg dan ooit herbeginnen de vijandelijkheden. De Bruggelingen saboteren de dijk buiten de stadspoort van Koolkerke en Filips van Kleef-Ravenstein doet hetzelfde hij Hoeke om een open vaart te krijgen richting Sluis. De graaf van Nassau stuurt op zijn beurt een bende volk naar Hoeke om de opening weer te dichten en stelt daarbij ook een bezetting in de kerk van Sinte-Anne-ter-Muiden waarmee hij verdere contacten tussen Sluis en Brugge verhindert. Met de winter voor de deur groeit de menselijke malaise in Brugge tot ongeziene hoogtes. Een bittere hongersnood grijpt om zich heen, het is zo erg dat de mensen vertrappeld worden terwijl ze aanschuiven bij de bakkerijen.

Veel anderen bezwijken van de honger langs de straten. Deze onhoudbare situatie dwingt de gemeente om naar maar eens te gaan praten over vrede. Op 11 november 1490 sturen ze twee van hun beste geestelijken naar de graaf van Nassau. Adriaan De Mil en Henricus Engele, de priors van de predikheren en de karmelieten kunnen het in elk geval goed uitleggen. Ze zijn beiden doctor in de godgeleerdheid en reizen naar Damme. Dit keer weigert de Duitser niet, hij wil praten over vrede met Brugge, maar Filips van Kleef-Ravenstein mag geen deel uitmaken van deze onderhandelingen. Dat betekent concreet dat de Bruggelingen een onafhankelijke koers moeten varen.

De raadsleden weigeren hun goede verstandhouding met de baas van Sluis op te geven. Waarop de graaf de Bruggelingen er op wijst dat ze dan niet op vrede moeten rekenen. Een tweede formele vraag in die richting schieten die van Brugge nog een keer af. Het is uiteindelijk Filips van Kleef-Ravenstein die de Brugse bevolking uit zijn hachelijke positie redt door te stellen dat Brugge best mag onderhandelen zonder hem.

Engelbert wordt haast zinneloos van gramschap
16 november 1490. De gemelde gezanten ondernemen een derde poging en krijgen nu nog een bijkomend gezelschap van heren mee. Ze vallen ootmoedig neer voor Engelbert van Nassau en smeken hem om een goede vrede. Hij slingert hen naar het hoofd dat ze verdomde vredebrekers zijn en daarom zelf niets eens meer beschikken over het recht om te leven, laat staan om nog iets te bezitten. Om dan vervolgens zijn toon te milderen. In naam van de Roomse koning wil hij hen in vrede ontvangen, tegen dezelfde voorwaarden die hij eerder al voorgeschreven heeft aan die van Sluis.

Bij hun terugkeer in Brugge stuiten de onderhandelaars op een grote ‘nee’ bij de wetsheren, Brugge heeft de vrede van Tours helemaal niet gebroken en dat kan het parlement van Parijs desnoods bevestigen als Nassau hen laat dagvaarden. De 20ste keren de godgeleerden en de rest nog een keer terug naar Engelbert. De reactie van de Brugse schepenen zorgt ervoor dat hij haast zinneloos van gramschap wordt. De Bruggelingen mogen direct ophoepelen. Vier van hen blijven hier in Damme om te wachten op een gunstigere gelegenheid om verder te praten met de Duitser, maar die houdt de gesprekken voor bekeken. Die vier zijn Jan De Baenst, Cornelius Van Vijve, Cornelius van Halewijn en Jan van Diksmuide.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *