web analytics

1304. Een snikhete zomerdag op de Pevelenberg

56
banner

18 augustus 1304. Op deze bloedhete dag stoten de Fransen op het leger van de Vlamingen en krijgen we dan eindelijk de langverwachte veldslag. Onze troepen hebben zich in de loop van de 17de in goede slagorde opgesteld. Die van Brugge, onder het bevel van Filips van Chieti bezetten de rechtervleugel. Gwijde van Namen en de Gentenaars de linkervleugel. Willem van Gulik met die van Ieper, Kortrijk en Rijsel staan centraal opgesteld. De gevechten beginnen al om 6u in de morgen en duren tot ‘s avonds wanneer de Ieperlingen, de Kortrijkzanen en de Gentenaars zo afgemat zijn door de hitte of van zuivere uitputting dat ze het veld moeten ruimen. De Bruggelingen vechten verder en het scheelt geen haar of ze kunnen daarbij koning Filips de Schone doden.

Ook veel Fransen druipen af van zuivere vermoeidheid. In de hele omgeving van de Pevelenberg heerst een ongelooflijk geharrewar van gevluchte soldaten uit beide kampen. Aan Vlaamse zijde sneuvelen 4.000 soldaten met inbegrip van Willem van Gulik. De verliezen aan Franse kant zijn duidelijk groter: 18 baanderheren, 300 ridders en 9.000 voetknechten en zelfs hun koninklijke standaard is foetsie.

Op het eerste zicht lijkt het op een grote overwinning voor de Vlamingen, maar de Dampierre-mannen en hun volgelingen krijgen alsnog de rekening gepresenteerd terwijl ze de Franse legerplaatsen aan het plunderen zijn. Terwijl ze bezit nemen van het zilver van de koning krijgen ze een charge van de Fransen te verwerken. Hun gulzigheid zorgt nu voor dood en verderf. Veel van de plunderaars verliezen hier het leven, zodat het resultaat van de slag uiteindelijk meer lijkt op een remise. Genoeg voor Filips de Schone om zichzelf op de borst te kloppen als morele winnaar van de confrontatie. In Brugge eren ze hun strijders bij hun terugkeer naar huis. Filips de Schone is de oorlog in elk geval nog niet moe, reorganiseert zijn leger en mobiliseert nieuwe soldaten om direct daarna aan te vangen met het beleg van Rijsel. De belofte dat de soldeniers de stad naar hartenlust zullen mogen plunderen zorgt ervoor dat de Fransen op scherp staan.

Het regent hier Vlamingen
Jan van Namen is er niet gerust in en verliest geen tijd. Hij laat in alle Vlaamse steden afkondigen dat de ambachtslieden hun winkels moeten sluiten, met uitzondering van de wapenmakers. De boeren moeten het land achterlaten en alle rechtszittingen worden tot nader order opgeschort. Eenieder, groot en klein moet ten oorlog trekken om het vaderland nu voor eens voor altijd van het Franse juk te verlossen.

Een omvangrijk Vlaams leger komt zich in de loop van september bij Rijsel aanbieden voor een nieuwe confrontatie met de Fransen. Naar verluidt is dit het grootste leger dat ooit gezien werd aan Vlaamse kant. Hun uitrusting en tenten maken grote indruk op Filips de Schone. Dat ontlokt hem de uitspraak ‘me dunkt het dat het hier Vlamingen regent!’ Het is dan ook vrij normaal dat hij plots weer bereid is om te onderhandelen. Hij stuurt de hertog van Brabant en de graaf van Savoie naar de Vlamingen om in zijn plaats te onderhandelen over een vredesverdrag. De gesprekken gaan door in de abdij van Marquette.

23 september 1304. De Franse onderhandelaars komen met een aantal concrete voorwaarden. Het graafschap Vlaanderen kan blijven bestaan met al zijn steden en districten als voor de oorlog. Aan weerszijden zullen de krijgsgevangenen zonder losgeld losgelaten worden. En de koning verwacht een schadeloosstelling van 800.000 Parijse pond. In afwachting van die betaling zou Vlaanderen hem de steden Rijsel, Douai en Orchies verpanden.

De Vlamingen eisen het behoud van al hun vrijheden en voorrechten, de permissie om hun steden naar goeddunken te versterken. En natuurlijk ook de vrijlating van de opgesloten graaf en zijn zonen. De partijen gaan akkoord om over deze voorwaarden verder te onderhandelen en intussen een voorlopig akkoord te sluiten met de ambities om voor 6 januari 1305 tot een bindende overeenkomst te komen.

1 oktober 1304. De tijdelijke vrede wordt in Rijsel afgekondigd. De Vlamingen hebben zich blijkbaar goed laten rollen want de Fransen bezetten deze stad nu zonder tegenstand in afwachting van deze toegezegde 800.000 pond. De legers trekken zich terug, het gevaar voor Filips de Schone is geweken. De Vlaamse ambachtslieden en boeren kunnen weer aan het werk. Er zal natuurlijk nog veel water door de Schelde moeten stromen om de betaling van die gigantische som goedgekeurd te krijgen in de diverse steden. En ondanks al de schone beloften van Marquette is de Franse koning helemaal niet gehaast om voortgang te maken met de onderhandelingen.

De volgende ronde gesprekken die te Parijs in het hol van de leeuw moeten doorgaan einde november 1304 gaat om onbekende redenen niet door. De Franse monarch heeft plots alle tijd nu hij verlost is van die ‘onbeschaamde poorters’. Zelfs na de bekrachtiging van dat tijdelijk akkoord door het Franse parlement blijft hij verder met de voeten van de Vlamingen spelen. Zo verhoogt hij persoonlijk zijn eis van 800.000 pond schadevergoeding tot 1.200.000 pond en blijft hij talmen met de vrijlating van Gwijde van Dampierre en Robrecht van Bethune.

· · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *