web analytics

Anno 1453. Een verschrikkelijke moordpartij

61
banner

De schrik zit er direct in, maar ze verliezen de moed niet. Hoe kunnen de historici dat nu weten? Het Gents leger is talrijker dan dat van de hertog. Ze openen het gevecht met een aanval op de voorwacht die zich moet beperken tot een wanordelijke terugtrekking. Nu staan ze tegenover de eerste slagrij die ook al enkele meters moet terugdeinzen. Voor de Gentenaars lijkt de overwinning al binnen. Maar net op het ogenblik dat de algemene stormloop begint, laat hun kanonnier in zijn haast een brandende lont in een volle ton buskruit vallen. Mattheüs Vanden Kerckhove, de geschutmeester van Gent vreest het ergste. Als al de kruitwagens hier in de lucht vliegen zal het drama niet te overzien zijn.

Hij roept naar de omstaanders ‘vlucht, vlucht’, als teken dat ze zich van het bompoeder moeten verwijderen. Maar zijn geroep wordt wel anders verstaan door de hele bende die niet van de dreigende ontploffing op de hoogte is. De strijders die in de frontlinie aan het vechten zijn menen dat hun leger achteraan wordt aangerand en stuiven nu langs alle kanten weg van het gevecht. Daardoor ontstaat natuurlijk een onvoorziene janboel bij de Gentse strijdmacht. De ruiterij van hertog Filips laat het zich natuurlijk geen twee keer zeggen en stort zich nu met man en macht op de chaotische bende rebellen. De strijd ontaardt in een verschrikkelijke moordpartij. Alleen de Schelde kan de vluchtende Gentenaars nu nog redden.

De stedelingen springen halsoverkop in het water, maar met hun zware wapenuitrusting is het haast onmogelijk om zwemmend aan de overzijde te geraken. Op enkele minuten tijd drijft de Schelde vol met lijken van verdronken of aan de oever doodgeschoten of doodgeslagen stedelingen. Zowat 2.000 Witte Kaproenen en Groententers rukken tijdens deze dramatische momenten op naar een weide langs de Schelde, een partij grond die door een wijde gracht omringd is en dus een uitstekende positie biedt om van hieruit op de vijand te vuren.

Filips de Goede heeft hun strategische zet opgemerkt en gaat er op af. Hij geeft zijn paard de sporen en springt met een klein aantal ridders over de gracht waarop hij wild om zich heen begint te slaan. Een impulsief idee die het beperkte gezelschap algauw in de problemen brengt. Ze mogen hier best vrezen voor hun leven. Verscheidene ridders aan zijn zijde sneuvelen onder de slagen van de rebellen, Filips’ paard loopt vier kwetsuren op. Zijn zoon en opvolger bemerkt het gevaar en snelt met enkele benden soldaten ter hulp. Ze vallen de ziedende Gentenaars op de huid maar die laten zich allesbehalve doen. De Witte Kaproenen en de Groententers vechten als leeuwen, doden veel ridders en kwetsen de jonge Karel de Stoute aan de voet.

Toch zullen ze weldra bezwijken onder de grote overmacht. Omdat niemand onder hen er ook maar aan denkt om zich over te geven, sneuvelen de mannen allemaal, zonder uitzondering. De strijd eindigt zo met een volslagen nederlaag voor de Gentenaars. Ze laten op het slagveld en in de Schelde zowat 16.000 doden achter. Bij de hertog loopt het verlies op tot 700 mannen die grotendeels gedood werden op de vermelde weide.

Het verraad van de Gaverse bevelhebber
Filips de Goede triomfeert niet bij het zien van die massa doden. Hier en daar krijgt hij gelukwensen voor zijn overwinning maar hij reageert verdrietig en in tranen. Hijzelf is de grote verliezer want het zijn wel allemaal Vlamingen die hier op de grond achterblijven. Een menselijkheid die je na de vele terechtstellingen niet direct van deze hertog zou mogen verwachten. Hij weigert in te gaan op de vraag van zijn edellieden om de achtergebleven opstandelingen verder te vervolgen en te vernietigen. Die van Gent hebben zijn macht nu toch wel voldoende gevoeld zeker? En nu wil hij tonen dat hij genegen is om hen nu genade te verlenen.

Hij deelt hen mee dat ze vergiffenis kunnen krijgen als ze akkoord gaan met de voorwaarden die op tafel lagen in Rijsel. In Gent zelf heerst vanzelfsprekend een immense droefheid. Er zal hier wel geen enkel huisgezin zijn waar men de dood van een vader, een echtgenoot, een zoon, een broer of een bloedverwant niet beweent. De vrouwen die hun man gepusht hebben om te vechten tonen zich nog het meest verbitterd. Het verraad van de Gaverse bevelhebber zit hen hoog. De treurende inwoners maken zich op om hun vorst tegemoet te gaan met de sleutels van de stad. Maar de vrees bij de wethouders voor de colère van de hertog doet hen alsnog aanzetten om de stadspoorten te sluiten om zeker niet door de aanvallers verrast te worden.

Tot ze de volgende dag de brief van de hertog krijgen en best verwonderd zijn over de goodwill van Filips om hen in genade te ontvangen. Het is hoe dan ook een kleine troost in deze verschrikkelijke tijden. Ze gaan dankbaar in op zijn voorstellen. Wat ze voordien met al hun trots en hovaardigheid verworpen hebben nemen ze nu probleemloos aan. Ze hebben met zijn allen een wrede les gekregen die hen ongetwijfeld en uiteindelijk tot wijsheid heeft gebracht. Een delegatie van vooraanstaande heren en geestelijken valt op zijn knieën voor Filips en smeekt hem om genade voor de stad. Die stemt daar in toe op enkele voorwaarden. De wet moet voortaan jaarlijks vernieuwd worden conform de bevelen van de Franse koning.

Zonder bemoeienis van de ambachten. De macht van de wethouders wordt sterk verminderd, ze zullen zich in de toekomst niet meer mogen profileren als ‘heren van Gent’. Ook de ambachten moeten inbinden. Hun standaarden moeten ze binnenbrengen, van oproerige bijeenkomsten kan geen sprake meer zijn. Zich aansluiten bij gewelddadige groeperingen als de Witte Kaproenen of de Groententers staat voortaan gelijk met een berechting als oproerkraaier. De steden en de kasselrijen van Oudenaarde, Kortrijk, het Land van Waas, de Vier-Ambachten, Biervliet, Dendermonde en Rupelmonde verdwijnen voor eeuwig uit het rechtsgebied van Gent.

Die van Gent zijn nu wel echt murw
De hertog eist een publieke boetedoening van de Gentse autoriteiten. De wethouders, hoofdmannen en de dekens en nog 2.000 ingezetenen zullen hem tegemoet treden zowat een halve mijl buiten de stadsmuren. Gekleed in een zwarte tabbaard, barvoets en blootshoofds. Ze zullen allen op hun knieën vallen en luidop verklaren dat ze zonder recht en reden en volledig onterecht opgestaan zijn tegen hun vorst en dat ze nu smeken om genade te krijgen voor hun rebellie. Naast het sluiten van enkele poorten krijgen die van Gent nog een boete van 300.000 gouden ridders, met daarbij nog eens extra 50.000 voor het herstellen van de kerken die ze tijdens hun rooftochten vernield of beschadigd hebben.

Dat was vooral het geval met de kerk van Dendermonde. De gevolmachtigden ondertekenen al deze voorwaarden op 30 juli van het jaar 1453. De vereiste knieval gebeurt de volgende dag in Ledeberg. De abt van Sint-Baafs vraagt Filips de Goede in naam van het neergeknield volk tot drie keer toe om vergiffenis. De stedelingen overhandigen hem de vaandels van de gilden en de ambachten die door zijn wapenkeurder netjes in zakken worden gestoken en weggebracht. Ze zullen op bevel van de koning ter nagedachtenis aan zijn overwinning opgehangen worden in de kerken van Halle en Boulogne. De Gentenaars moeten nu wel murw zijn, met nog maar eens veel bedankingen langs hier en vijven en zessen langs daar drentelen ze uiteindelijk terug naar hun stad om de scherven van hun bestaan weer op te rapen. Filips de Goede blijft toch nog even weg uit dat Gent en keert via Gavere en Oudenaarde terug naar Rijsel.

De vreugde in Gent smaakt nochtans zuur bij de inwoners. Zoveel doden, zo hard gevochten om uiteindelijk beroofd en berooid achter te blijven. Weg zijn hun eeuwenoude vrijheden. Hun aura van onoverwinnelijkheid is aan diggelen geslagen. Ze moeten nu met zijn allen leven onder het juk van deze hertog van Bourgondië. Eigenlijk is de situatie een beetje vergelijkbaar wat in Duitsland zal gebeuren na 11 november 1918. Die van Gent zijn door het stof moeten gaan, de veldslag van Gavere blijft in hun gemoederen achter als ‘de plaag van Gent’, de stedelingen blijven achter in een sfeer van moedeloosheid, zich oprichten om nog eens op te staan tegen deze Filips de Goede zit er echt niet meer in. In Rijsel is de teneur natuurlijk helemaal anders. De getroffen vrede zorgt er voor de nodige feesten en steekspelen. De Rijselnaars smeken aan de hertog om de eerder naar Gent verhuisde rekenkamer terug te brengen naar hun stad. Een vraag waar Filips op in gaat.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *