web analytics

Anno 1324. Een zekere Nikolaas Zannekin

58
banner

De muiterij houdt niet op. Janszone en Bovijn gaan doodleuk verder met het verwoesten van de kastelen der ridders. Misdaden die natuurlijk de haat en de verbittering van de adel oppoken. Lodewijk van Nevers zal al moeten terugkeren rond Kerstmis 1324. Onderhandelingen tussen de partijen leveren niets op. De opstandelingen hebben in de gaten dat Lodewijk van Nevers zich zonder een gewapende escorte naar Vlaanderen heeft gewaagd en daardoor worden ze met de dag stoutmoediger. De reactie van de edelen blijft niet op zich wachten. Een groep ridders verschanst zich bij Gistel en Aardenburg en vanuit hun bolwerk beginnen ze nu zelf uitvallen te organiseren. Ze branden boerenwoningen af, vermoorden de inwoners met het zwaard en radbraken hen.

De buitenbevolking wapent zich op zijn beurt om zich te beschermen tegen deze aanvallen en is vastbesloten het hoofd te bieden aan deze criminele raids. Janszone & co hebben al in het voorjaar 1324 besloten om enkel nog aanvallen uit te voeren vanuit een verscholen omgeving. Die vinden ze in de schoot van de stad Brugge waar ze in contact komen met het hoofd van de Veurnse muiters. Een zekere Nikolaas Zannekin, de rijkste en machtigste man van het Westhoek. Voor zijn achterban geldt hij als de vertegenwoordiger van de oude overleving van de Saksische ‘Karls’, de fiere Kerels van het Westland. In de ogen van de ridders stelt Zannekin niet meer voor dan een gemene en ordinaire Vrijlaat, hij kan wel een van de zonen van Erembald zijn die ooit Karel de Goede liquideerde.

Zannekin wint snel aan invloed. Telkens opnieuw legt hij de vinger op de wonde. De gemeenten worden allemaal bedreigd met onwettelijke schattingen en hatelijke belastingen. Zijn oproep in Brugge om Janszone bij te staan bij zijn plan om het kasteel van Gistel te overmeesteren slaat in bij de poorters. Nikolaas Zannekin vindt zowat overal in West-Vlaanderen een grote schare aan sympathisanten. Torhout, Roeselare, Poperinge, Nieuwpoort, Duinkerke, Cassel en Belle zullen weldra hun poorten openen voor de rebellenleider. De geestdrift voor zijn persoon is overweldigend. In zijn eigen streek Veurne ontvangen ze hem alsof hij een engel van de heer is. De Veurnenaars vereren hem dan ook meer zoals een graaf of een koning.

De vijandschap gaat naar een kookpunt
Einde 1324. De vijandschap tussen de Fransgezinde adel en de Vlaamse rebellen evolueert naar een kookpunt. De ene na de andere bende poorters breekt uit de steden om de resterende burchten en kastelen onder handen te nemen. Ze worden geleid door Zeger Janszone en Lambert Boonen die niet zullen rusten tot er geen enkel kasteel in het Brugse Vrije meer overeind staat. De edelen sturen boodschappers naar graaf Lodewijk met de smeekbede om hulp met daarbij de dringende vraag om zijn adviseur Flotte toch maar thuis te laten want die werkt alleen maar in als een rode lap op het netvlies van de Vlaamse stier. Het moet rond Kerstmis draaien als de graaf weer voet zet op Vlaamse bodem.

Hij reist door tot in Kortrijk voor een vergadering met Jan van Namen, Robrecht van Cassel, Jan de Neslé, de heer van Dendermonde en nog andere prominenten. Van alle kanten wordt aangedrongen op een strenge vervolging van de rebellen. De graaf is er niet over te spreken dat de Bruggelingen nu al twee keer zijn verzoek tot matigheid naast zich hebben neergelegd. Hij vaardigt een bevel uit om enkele belhamels van het Brugse Vrije van hun bedden te lichten en naar Kortrijk over te brengen en te onthoofden.

Januari 1325. Toch aarzelt het grafelijk gezelschap om Brugge zelf aan te pakken. De klauwaards zullen hen immers niet met fluwelen pootjes ontvangen. Hier te Kortrijk beslissen ze om Aardenburg en Gistel te versterken. Binnenkort zullen ze naar Brugge oprukken. Lodewijk gooit hiermee alleen maar olie op het vuur. Boonen gaat Aardenburg belegeren terwijl Janszone hetzelfde doet met Gistel, met dank aan Zannekins welsprekendheid. De inwoners van Gistel dragen ook hun steentje bij en verdrijven de aanhangers van de graaf uit hun stadje. Daarbij worden verscheidene edelen in de boeien geslagen en naar Brugge overgebracht. Jakob van den Berge, de gouverneur van Gistel zal hier aan zijn verwondingen overlijden.

De val van Gistel maakt diepe indruk in Aardenburg. Het weer tijdens die eerste weken van 1325 is bijzonder streng en guur, maar van het opbreken van het beleg is geen sprake. De belegering zal zes weken lang aanslepen. In die periode vertrekt een deel belegeraars onder leiding van Wouter Ratgheer op strooptocht richting Assenede. Onderweg krijgen ze een aanval van de graaf te verduren die een Gents leger aanvoert en voor groot bloedverlies zorgt bij de rebellen. Lodewijk riskeert het echter niet om de confrontatie aan te gaan met Boonen zelf. Na een beleg van zes weken houden de rebellen het voor bekeken en blijft Aardenburg in het bezit van de graaf van Vlaanderen.

 

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *