web analytics

Een zwijntje en een koppel ganzen

54
banner

Ik mag de toestand in het land zeker niet overschatten. Er zijn al niet veel openbare wegen en de meesten ervan zijn nauwelijks bruikbaar. En vooral onveilig. De mensen durven zich gewoonweg niet ver van huis te wagen en proberen de vruchten van hun land en de producten van hun stielkennis in hun eigen buurt te verkopen. Kopen gebeurt ook al in de dichte omgeving. Logisch natuurlijk. De nieuwe jaarmarkten doorbreken een beetje die vicieuze cirkel.

Aanvankelijk gaan de kopers en verkopers naar elkaar op zoek op vastgestelde dagen en aan de grenzen van hun gouwgebieden of marken om er handel te drijven met lieden die van andere gouwen gekomen zijn. De term ‘markt’ herinnert ons nog altijd aan die marken. Geld telt nog niet veel mee op de markt, daar is er veel te weinig van in omloop. Handel gebeurt meestal door ruil van de ene koopwaar tegen de andere. Door gewoonte ontstaan er bepaalde wisselprincipes. Een gans is twee hoenderen waard. Een koppel ganzen is het equivalent van een zwijntje of een lam. Een paar lammeren zijn een schaap waard, een koe is dan weer gelijk aan twee kalveren.

Identieke principes gelden voor het huisgerief, werktuigen voor de landbouw en ander bedrijfsmateriaal. Indien kopers en verkopers er niet aan uit geraken hoe ze zullen omwisselen, kunnen ze beroep doen op aangestelde schatters. De groei van de bevolking zorgt er voor dat de grensgebieden tussen de gouwen niet langer geschikt zijn om er markten te houden en die evenementen verschuiven gaandeweg naar plekken in de nabijheid van een villa van een edelman of in de schaduw van het kasteel van de heer. De veiligheid is er beter en dat zorgt voor een grotere toeloop van mensen. De lokale vorsten zetten hun mannen in om de wegen ernaartoe extra te beveiligen, tolgelden allerhande worden tijdelijk afgeschaft. De jaarmarkt vindt dan plaats op de feestdag van een of andere heilige. Het zijn allemaal commerciële invloeden die er voor zorgen dat al die jaarmarkten veel volk aantrekken en een schot in de roos zijn.

De basis van Vlaanderens succes
Plaatsen in de nabijheid van vruchtbare streken, dichtbijgelegen bij hoofdwegen of rivieren hebben nog een streep voor. Vrije handwerklieden, schoen- en kleermakers, ambachtslieden allerhande, slijters van eetwaren en andere winkeliers vestigen zich op deze commercieel aantrekkelijke plaatsen. Hoe meer volk hoe meer nering. De ambachtslieden rekenen dus ook op het dagelijks vertier. De villae van de heren breiden zich zo stilaan uit tot echte dorpen en zelfs tot steden, waar rond de burchten voortdurend nieuwe steegjes en straten ontbolsteren met weer nieuwe stielmannen en extra hardwerkende neringdoeners die onbewust werken aan de groei van de nieuwe steden.

De vergelijking die ik ooit maakte met de stad als de lagen van een ajuin kan die ontwikkeling inderdaad perfect illustreren. De ene laag op de andere. Deze opkomst van de Vlaamse steden heeft in ruime mate te maken met de voorrechten die Arnulf verleent aan die opkomende jaarmarkten. Vlaanderen heeft er zeer zeker zijn latere welvaart aan te danken. Ook de landbouw maakt in de tijd van deze graaf grote vooruitgang. De nijverheid ontplooit zich in allerhande nieuwe activiteiten. Zo bijvoorbeeld de vlasnijverheid die op termijn voor geweldige inkomsten zal zorgen. De wolspinnerij, het weven van lakens, het vullen van de stoffen komen tot stand in het Gentse. Zonder dat de mensen het beseffen leggen ze de basis van Vlaanderens succes.

Een groot probleem
In 960 verliest Boudewijn III zijn moeder Alida van Vermandois. Vooral de Bruggelingen treuren om haar dood. Enige tijd later mag graaf Boudewijn III zijn economische activiteiten voor een tijd opbergen en zich met militaire kwesties bezighouden. Het zijn nog maar eens de Noormannen die opspelen. Ze vallen het Frankrijk van koning Lotharius binnen en dwingen de graaf van Vlaanderen daarmee tot een interventie. Ook hier munt Boudewijn uit in dapperheid en vechtlust. Hij mag de pluimen van de overwinning op zijn hoed steken. Een jaar later trouwt hij met Mathilde van Saksen, de dochter van de hertog van Saksen. Boudewijn is dan 21 jaar.

In het eerste jaar kan het jonge echtpaar zich verheugen met de geboorte van een zoontje. Arnulf, dezelfde naam als Boudewijns vader. Veel tijd om te genieten van vrouw en kind krijgt Boudewijn helaas niet. In 962 krijgt de jonge graaf de pokken. Hij overlijdt korte tijd later. Vlaanderen staat voor een groot probleem. Zijn vader Arnulf neemt noodgedwongen het bestuur van Vlaanderen weer op zich en zal dat doen tot aan zijn dood op 27 maart 964. 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *