web analytics

Anno 1438. En nu moet er afgerekend worden

48
banner

Nu er recht gesproken is kan er een nieuw stadsbestuur komen. Op 7 april verandert Jan van Kleef, in naam van Filips de Goede de wet in Brugge. Gillis van der Vlaminckpoorte en Gillis Laureyns treden aan als burgemeesters van de schepenen en van de gemeente. Als schepenen zien we verschijnen: Jan van Aartrijke, Jacob Blandereel, Boudewijn Reynier, Lodewijk Deblasere, Zeger De Neve, Willem De Pape, Nicolaas Willemsseune, Lodewijk de Brune, Jan Dreelinck, Jacob De Swertvagere, Jacob van Bassevelde en Simon van Aartrijke. De raadsleden blijven op post. Op 2 mei 1438 komt hertogin Isabella van Portugal eindelijk terug naar Brugge. De geestelijkheid en de wethouders van de stad ontvangen haar met open armen.

De vreugde om haar terug te zien en vooral de dankbaarheid omdat ze haar nek heeft uitgestoken voor de Bruggelingen voeren de boventoon. Voor de stedelingen een signaal om af te rekenen met de rest van hun oproerkraaiers. Op 4 mei valt er al een eerste slachtoffer. Aernout de Bedts wordt in de buurt van de Steenbrug onthalsd. Daarbij draagt hij een roze hoed op het hoofd, een identiek exemplaar als diegene die hij tijdens de vorige opstanden droeg toe hij de standaard voerde en met die van Oostkamp naar de markt was opgerukt.

Tijdens de oproer heeft een deel Vrijlaten zich ook bezondigd aan ontoelaatbare misdaden. Terwijl de stad van Brugge zich al verzoend heeft met Filips de Goede is dat zeker nog niet het geval voor de lieden van het Vrije. Een gevolmachtigde van het Brugse Vrije biedt zich op 11 mei aan in Douai om bij de hertog te smeken voor een identieke vrede als die met Brugge. Die krijgen ze op 2 juni mits de betaling van een boete van het astronomisch bedrag van meer dan 2.000.000 stuivers. Weinige dagen later vindt in Sint-Omer het huwelijk plaats tussen Karel van Charolais, het vijfjarig zoontje van Filips en Isabella. Die trouwt met de jonge prinses Catharina (8 jaar), de dochter van de Franse koning Karel VII.

Karel trouwt dus met de dochter van zijn grootvaders moordenaar. Het huwelijk was deel van het verdrag van Atrecht. Terwijl er hier in Sint-Omer op geen cent gekeken wordt moeten die van Brugge en omgeving nu alles in het werk stellen om al hun financiële verplichtingen aan de graaf te voldoen. De wethouders van het Vrije veroordelen de schuldigen en medeplichtigen aan de opstanden tot boetes die kunnen oplopen tot 100 pond. In Brugge zelf komt er vanaf november een verdubbeling van de accijnzen op bier en wijn en ook de eetwaren en brandstoffen zullen voor een periode van 4 jaar belast worden. Te beginnen vanaf februari 1439. Al gauw blijkt echter dat deze belastingen ontoereikend zijn om de boete aan de graaf op te halen. De wethouders zien zich nu verplicht om elke ingezetene een weekgeld op te leggen die elke poorter zal moeten afdragen volgens zijn vermogen. Een bediende van het magistraat krijgt de opdracht om dat geld wekelijks te innen in een klein huisje aan de Braembergplaats.

Dat Brugge er op dat moment bijzonder erg aan toe is bemoeilijkt de betalingscapaciteit van het stadsbestuur. De toestand in de stad is bedenkelijk. Veel rijke lieden hebben Brugge verlaten. Veel anderen zijn door al die oproer en miserie arm geworden terwijl een groot deel van de inwoners stierf door hongersnood of ziekte. Niet moeilijk dus dat koophandel en nijverheid maar een zwak beestje meer zijn. Om de lakennijverheid een duwtje in de rug te geven verordent Filips de Goede dat het vanaf 1 december 1439 verboden is om Engels laken in importeren of te verkopen in Vlaanderen. De trieste toestand verbetert er tijdens de zomermaanden niet echt op.

Op 17 juli 1439 begint het water te gieten. De regenval zal acht dagen aanhouden en zorgt voor een grote overstroming van al de lege landen. Tussen Brugge en Oudenburg kan er onmogelijk nog met paard en kar gereisd worden. Daarbij komt de grote schade die muitende Zeelanders nog maar eens toebrengen aan het noorden van de provincie. Sluis, Heist, Blankenberge en Oostende krijgen er zwaar onder te lijden. De Zeelanders kapen diverse koopmansschepen uit Hamburg en Lubeck. Op 21 september is Cadzand aan de beurt en in december veroveren ze 15 rijkelijk beladen schepen van Spaanse kooplieden.

De grote mosselcrisis
9 Juli 1440. Verscheidene geschiedschrijvers signaleren de dood van Jan van Eyck, de vermaarde Brugse kunstschilder en uitvinder van de olieverf. Een groot verlies voor Brugge. In dezelfde maand beginnen ze in de kerk van Sint-Donaas alvast aan een eeuwigdurend jaargetijde ter ere van de overleden van Eyck. Ze begraven hem in de voorkerk, omtrent de tweede pilaar aan de kant van de Burg. Rond diezelfde tijd spreken de kroniekschrijvers over de ‘grote mosselcrisis’. Sinds de verkoop van de mosselen belast is met een verkooprecht blijken die in de buurt van Sluis niet meer te vinden. Tot de Bruggelingen daarover hun beklag doen. De taks op de weekdieren wordt afgeschaft en het is best wonderlijk om zien dat slechts korte tijd later er weer een ‘menigte van mosselen’ beschikbaar is.

1440. Dat graaf Filips goed van inborst is en het waard om de titel ‘de Goede’ voeren, bewijst hij zelf met zijn inzet om hertog Karel van Orléans vrij te krijgen uit zijn gevangenschap. Die zit ondertussen al 25 jaar gevangen in een Engelse cel. De vijandschap tussen de huizen van Orléans en Bourgondië heeft volgens Filips nu lang genoeg geduurd. Hij zorgt persoonlijk voor een rantsoen van 400.000 gouden kronen waardoor de Engelse koning Hendrik bereid is om zijn gewezen vijand op vrije voeten te stellen. Karel van Orléans arriveert in november te Calais en mag nu als vrij man naar Grevelingen reizen. Hier staan Filips en Isabella hem op te wachten, met bij zich de bisschoppen van Reims en Narbonne en een sleep van Franse edellieden.

De hertogen omhelzen elkaar, de tranen van blijdschap zien er gemeend uit. In Sint-Omer gaat de zesde jaarvergadering van de orde van het Gulden Vlies door en onze graaf maakt van de gelegenheid gebruik om Karel van Orléans in zijn illustere club op te nemen. In Brugge kijken ze ondertussen uit naar het moment waarbij Filips de Goede zich nog eens zal willen verwaardigen om op bezoek te komen. Tijdens zijn bezoek aan Sint-Omer sturen de Bruggelingen enkele afgevaardigden naar de graaf met de boodschap dat ze het geluk nog niet hadden om hem sinds de afgesloten vrede terug te zien en dat ze hem bijzonder graag zouden verwelkomen. Filips reageert positief op de Brugse smeekbede, zolang zijn goede vriend Karel van Orléans hem maar kan vergezellen tijdens zijn bezoek. Iets waar de Bruggelingen uiteraard niets op tegen hebben.

Blootsvoets en met ontblootte hoofden
Zondag 11 december 1440. Een grote delegatie is vanuit Damme op komst naar Brugge. Bisschoppen en edelen vergezellen Filips de Goede op weg naar zijn eerste officieel bezoek aan Brugge na de revolutie. De lokale wethouders, de dekens van de ambachten, de hoofdmannen en veel aanzienlijke burgers, in totaal 1.400 Bruggelingen vertrekken vanuit de Kruispoort en gaan de hoge gasten tegemoet tot aan ‘De Drie Koningen’. Bij zijn aankomst vallen ze allemaal blootsvoets en met ontblootte hoofden op de knieën voor hun vorst terwijl ze hem met luide stem om genade verzoeken. Ze bieden hem de sleutels van de stad aan. Filips de Goede beziet hen allen zonder ook maar één woord uit te spreken.

Het is de hertog van Orléans die hem ertoe aanzet om op te staan vanuit hun nederige houding. Pas dan geeft hij de stadssleutels terug in hun handen terwijl hij meedeelt dat hij voortaan weer vertrouwt op de Bruggelingen. De 1.400 Bruggelingen reageren uitgelaten op de langverwachte verzoening, onder het roepen van ‘Noël! Noël!’ en allerlei ander vreugdekreten leiden ze de goede hertog nu naar hun stad. Aan de Kruispoort staat er al direct een geestelijke delegatie te wachten. De abten van ter Doest, van den Eeckhoutte en Zoetendaele staan er naast al de geestelijken van Brugge, allen in hun koorgewaden en met de relikwieën van hun kerken. Ze halen Filips de Goede binnen onder het zingen van de Te Deum Laudanum, de stadsklokken geven van jetje en zowat 80 zilveren trompetten blazen hun geschal door de stadslucht. De kooplieden van de vreemde naties stappen met hun exclusiefste kleren en ook met zijn allen de graaf tegemoet. De afgevaardigden van de Duitse Hanzesteden zijn maar liefst met 116 ruiters, allemaal getooid in rood laken. 48 Spanjaarden, en dan zijn er nog de kooplieden van Milaan en Venetië die pronken met hun damasten outfit.

Die van Lucca, Genua, Florence, Catalonië en Portugal wedijveren onder elkaar voor de grootste pracht. De straten van de stad zijn op zijn prachtigst versierd, ‘s avonds is zowat heel Brugge verlicht, nooit is hier een graaf geweest die met zo veel genoegen werd ontvangen. De beide prinsen gaan ‘s nachts langs de straten wandelen om al dat moois van dichtbij te bewonderen en ze reiken verscheidene prijzen uit voor de schoonste versieringen. ‘s Anderendaags wordt er een opnieuw een steekspel gehouden. Tegen die tijd zijn er nog meer hoge gasten gearriveerd. Zo bijvoorbeeld Adolf, de tweede zoon van de hertog van Kleef en de heer van Wavrin. De winst in het steekspel gaat naar een Ardeense edelman en Perceval, de zoon van de heer van Halewijn valt eveneens in de prijzen.

Die avond worden alle hertogen en hertoginnen samen met hun edeldom op het stadhuis onthaald en mogen ze aanschuiven bij een treffelijke maaltijd. Op 17 december arriveren Karel de Stoute en Catharina ook al in Brugge. De feesten zijn op dat moment nog altijd niet afgelopen en worden zelfs nog verlengd. Twee dagen later houden beide hertogen het voor bekeken. Filips en zoon vertrekken nu naar Gent terwijl Karel van Orléans zich naar Parijs begeeft.

 

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *