web analytics

Anno 1398. Extra macht en grondgebied

64
banner

1398. Filips de Stoute focust zich op extra macht en grondgebieden. Die verzuchting manifesteert zich voor het eerst rond het grondgebied van Brabant. Hertogin Johanna van Brabant & Limburg, de weduwe van Wencelaus heeft geen kinderen. De dichtste in rang om haar op te volgen is haar nicht Margareta van Male, gravin van Vlaanderen en echtgenote van de machtige Filips de Stoute. Die laatste ziet deze schone erfenis natuurlijk helemaal zitten en reserveert die gebieden voor zijn zoon Anton. In de loop van dit jaar melden Filips, Margareta en Anton zich bij de oude hertogin aan om zoon Anton te laten erkennen als wettelijke erfgenaam van de staten van Brabant. Johanna heeft deze Anton als haar eigen kind opgevoed aan haar hof.

Als zoethouder voor deze transactie belooft Filips om Antwerpen definitief toe te voegen aan Brabant. De Staten van Brabant reageren eerst negatief op Filips’ plannen: er bestaat een verdrag uit 1356 dat Brabant bij de dood van Johanna naar het Duitse keizerrijk terug moet keren. Filips de Stoute moet nog heel wat eitjes pellen en geduldig wachten om zijn hartenwens in vervulling te zien gaan.

Jacob van Lichtervelde, de heer van Koolskamp en opperbaljuw van Vlaanderen wordt door de Gentenaars voor 50 jaar uit eigen land verbannen omdat hij het aandurfde hun medeburger Jan Perrensoen te laten onthoofden. Iets wat gebeurde tegen de voorrechten in van die van Gent. Filips de Stoute moet tussenkomen en vereffent het geschil waardoor de opperbaljuw zijn ambt kan behouden. Wanneer die twee jaar later op bedevaart vertrekt richting Jeruzalem neemt Alexander Spierynck, de raadsheer van de hertog tijdelijk zijn functie over. Die Spierynck blijkt best een wonderlijk geval voor de kroniekschrijvers van zijn tijd.

Op 22 maart 1403 laat hij een persoon onthoofden zonder voldoende te onderzoeken of de man al dan niet schuldig is aan de aanklachten. Vlak voor zijn terechtstelling spreekt de veroordeelde een soort vloek uit over de opperbaljuw. Om zijn onschuld te bewijzen zal God acht dagen na zijn dood een oordeel vellen. Op de achtste dag neemt Alexander Spierynck deel aan een kaatsspel in zijn woonplaats Tielt. Hij laat zich tegenover zijn metgezellen spottend uit over de kwestie; ‘de schurk die ik onlangs heb laten onthoofden dreigde ermee dat ik vandaag voor de opperrechter zou moeten verschijnen, en zie maar; ik leef nog en ben helemaal niet ziek.’ Spierynck heeft die woorden amper uitgesproken als hij zomaar in elkaar stuikt (‘in onmacht valt’) en nog diezelfde dag sterft. De Tieltenaars begraven de man bij zijn vader, ten zuiden van het koor. De plek waar dat verschrikkelijk voorval gebeurde zal ter eeuwige nagedachtenis afgebakend blijven op de markt in Tielt. Anno 2019 herinnert een standbeeld van de ongelovige baljuw nog altijd aan deze gebeurtenis.

De gevangenen klagen steen en been
In het begin van de jaren 1400 klagen de opgesloten gevangenen steen en been over de grote kosten die ze moeten maken vooraleer hun zaak voor de vierschaar kan behandeld worden. Filips en Margareta moeten ingrijpen om verdere moeilijkheden te voorkomen. Ze komen met een nieuwe verordening. Wie arm is en in de gevangenis zit zal door de graaf onderhouden worden met een bedrag van 3 stuivers en 6 denieren per dag. Daarvan mag de baljuw of de lokale kastelein 2 stuivers gebruiken voor het leveren van brood, bier en ‘potagie’. De resterende som is bestemd voor de cipier. Daarmee moet hij de gevangene voorzien van een bed en slaaplakens.

Wie opgesloten zit en in staat geacht wordt middelen te bezitten zal dagelijks 6 stuivers moeten betalen voor zijn verblijf. 2 stuivers gaan naar de cipier die in ruil voor een bed en lakens zorgt. De rest is bestemd voor de baljuw die daarmee voor brood, bier, potagie, vlees en kaarslicht ter beschikking stelt. Op de dagen dat er geen vlees mag gegeten worden zal de baljuw voorzien in haring of een andere vissoort. Als de gevangene wijn wil drinken in zijn cel, dan kan dit ook. Voor 2 stuivers per dag krijgt hij welgeteld één pot per dag. Hij mag zelfs 4 potten per dag drinken, maar alleen als de cipier dat aanvaardbaar vindt. Er mag in elk geval nooit boven de 8 stuivers per dag uitgegeven worden aan wijn.

Atrecht 1402. Anton van Bourgondië, de tweede zoon van Filips en Margareta treedt in het huwelijk met Johanna, de enige dochter van graaf Waleran van Saint-Pol. Naast Brabant meteen een nieuwe regio die onder controle komt van het huis van Bourgondië. Niet zolang daarna ontsteekt de oorlog tussen Frankrijk en Engeland opnieuw. Dat heeft alles te maken met een staatsgreep in Engeland drie jaar geleden. Henry van Lancaster wipte Richard II toen uit het zadel en zelfs uit het leven want de vroegere koning overleefde de push niet. Tot ergernis van de Fransen die de afgesproken wapenstilstand van 28 jaar in de loop van 1402 eenzijdig verbreken.

Maar de Engelsen staan sneller onder de wapens dan de Fransen. De macht van de Engelse schepen verdrijft alle met Frankrijk gelinkte scheepvaart van het Kanaal. Een actie die natuurlijk zware gevolgen heeft voor Vlaanderen. De schepen bestemd voor het Zwin, de Ijzer of de Schelde krijgen te maken met vijandelijke aanvallen. Zo bijvoorbeeld een Vlaamse vloot die uit La Rochelle op weg is naar Vlaanderen. De Vlaamse kusten zijn binnen de kortste tijd zo onveilig als de pest. De koophandel stremt natuurlijk. De Vlamingen verzoeken vruchteloos om neutraal verklaard te worden in het conflict tussen Engeland en Frankrijk, maar beiden heb geen oren naar de Vlaamse verzuchtingen.

De Bruggelingen werken hier actief aan mee. Ze sturen Lambertus Hautschildt, de abt van Eeckhoutte met een identieke vraag om neutraliteit naar het hof in Frankrijk. Een vijandelijke actie van Antons schoonvader Waleran van Saint-Pol doet evenmin goed aan de relatie met Engeland. Graaf Waleran laat het in Calais geposteerde beeld van de nieuwe Engelse koning afbreken en ophangen aan een galg. Je kan je wel inbeelden wat dit aanricht met de Engelse gemoederen. De roofpartijen op zee escaleren maar verder, de Noordzee zit zodanig gevuld met rovers dat de kooplieden er onmogelijk nog kunnen voorbijvaren. Verbitterd over de voortdurende verliezen, brengen de Vlamingen dan maar hun eigen kapers op zee.

Blijkbaar zijn dat echte waterratten. Dat ondervinden de Engelse schepen tijdens herhaalde kapingen voor Sluis, Oostende, Nieuwpoort, Duinkerke en Grevelingen aan den lijve. De zomer van 1403 gaat in elk geval voorbij met een scala aan zeegevechten en roofpartijen. Pas bij het aanbreken van de winter zullen de stormen een einde maken aan de vijandelijkheden.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *