web analytics

1382. Gent zit op zijn tandvlees

62
banner

Filips van Artevelde moet met de handen in het haar zitten. Aan welke opdracht is hij toch begonnen? Op een bepaald moment in het voorjaar stuurt hij 12.000 uitgehongerde Gentenaars onder begeleiding van Francis Ackerman naar Brussel om er te bedelen voor voedsel. Ze worden er niet binnengelaten. Na enig aandringen en ettelijke smeekbedes om medelijden laten de Brusselaars zich vermurwen om toch een lading voedsel naar buiten te brengen. Het biedt de menigte de kans om nog drie weken lang rond te zwerven zonder enige kans om in een of andere stad binnen te geraken. In Leuven lukt wat wel, de inwoners daar tonen zich mild en vol medelijden. Tijdens hun verblijf in Leuven begeven Ackerman en 10 van zijn metgezellen zich op bedelronde naar Luik.

De lokale bisschop en de overheden zorgen prompt voor zoveel koren en meel dat er wel 600 wagens nodig zijn om die te vervoeren. De bisschop belooft zelfs om een goed woordje te doen bij de graaf van Vlaanderen zodat er weer over vrede zou kunnen gepraat worden. Ackerman slaagt er zelfs in om in de gunst te komen van de hertogin van Brabant zodat die op zijn beurt ook nog eens wil babbelen met Lodewijk van Male. Francis Ackerman en zijn 600 voedselwagens worden wat later met grote blijdschap onthaald door de uitgeteerde inwoners. In realiteit is er voldoende binnengekomen om veertien dagen mee te leven.

De graaf beseft maar al te goed dat Gent op zijn tandvlees zit. Hij draait de bankschroef nog verder dicht. Hij begint aan een nieuwe belegering van de stadsmuren terwijl hij de regio van de Vier-Ambachten tot aan de grond toe vernielt. De inwoners daar blijven maar clandestien levensmiddelen sturen naar Gent en dat pikt Lodewijk van Male duidelijk niet. Tegen dan woekert de hongersnood nog verschrikkelijker dan ooit. De uitgeteerde poorters plunderen de bakkerijen en de woningen van de rijken. Filips van Artevelde laat in die kritieke situatie een alarmsignaal uitsturen naar Luik en Brabant. Het is meer dan tijd om eindelijk te starten met die onderhandelingen.

Na veel vijven en zessen komt er op 13 april 1382 een soort vergadering op de agenda. Die zal doorgaan in Doornik. Een echt gesprek over vrede is het zeker niet. De graaf verwaardigt zich niet om persoonlijk met de weerspannige Gentenaars te spreken en geeft de opdracht aan de proost van Harelbeke om dat in zijn plaats te doen. Filips van Artevelde begeeft zich met twaalf notoire ouderlingen naar Doornik. Ouderlingen, vrouwen en kinderen smeken hem bij het verlaten van Gent om absoluut tot een vrede te komen. De ruwaard belooft alles in het werk te stellen, zolang de graaf maar niemand van hen ter dood wil veroordelen. Artevelde stelt zich tijdens de vergadering erg flexibel op om toch maar tot vrede te kunnen komen. Iets wat niet gezegd kan worden van de graaf.

De proost van Harelbeke geeft te kennen dat de graaf van geen vrede wil weten, tenzij al de inwoners van Gent, tussen de 15 en de 60 jaar blootsvoets, in hun hemd en met een touw om de hals voor hem op hun knieën zullen vallen. Een publieke boetedoening die moet doorgaan op het Beernemse Bulskampveld. Ze moeten zich daar met al hun goederen aan hem overleveren, op leven én dood. Dat is uiteraard een waanzinnige en onredelijke voorwaarde waar Filips van Artevelde onmogelijk kan op ingaan. Omdat de proost niet gemachtigd is om deze voorwaarde aan te passen stuurt de vergadering dan maar zelf gezanten naar Brugge om wat water in de wijn te doen. Lodewijk van Male moet er allemaal niet van weten. Na de dood van zijn moeder Margareta op 15 april 1382 is de graaf er na 203 jaar in geslaagd om Artesië weer bij Vlaanderen te brengen. Deze nieuwe autoriteit spoort hem in elk geval niet aan om genade te tonen voor de Gentenaars.

Het is erop of eronder
Filips van Artevelde keert teleurgesteld terug naar zijn thuisstad. Zijn droefheid slaat over op heel de Gentse gemeenschap wanneer die de stugge houding van de graaf verneemt. De vrouwen kermen, de kinderen huilen en de mannen roepen om wraak. Voor revanche en wraaknemingen lijkt in deze dagen van uiterste nood weinig ruimte. Artevelde weifelt, hij nodigt de bewoners uit om de volgende dag op de markt te vergaderen om een of ander besluit te nemen. Tegen die tijd heeft de ruwaard een besluit genomen; met 30.000 inwoners die al twee weken geen brood meer hebben gegeten zijn er maar drie mogelijkheden: sterven van de honger, ingaan op de eis van de graaf of zelf de wapens opnemen om met 5.000 à 6.000 van de kloekste mannen naar Brugge te gaan om de strijd aan te gaan met de graaf, met als doel: een beter leven voor de Gentenaars.

De keuze is snel gemaakt. ‘Naar Brugge! Naar Brugge!’ scandeert de massa. Op geen tijd melden zich 5.000 mannen, allen met het ‘Helpe God’ overtreksel op hun linkermouw gespeld. De overgebleven stadsvoorraad van vijf wagens met brood en twee met wijn zullen dienen voor de strijders. Er rest amper nog iets van voedsel voor de rest van de stad. Dit is zonder meer een zuivere ‘er op of er onder’ situatie.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *