web analytics

1380. Zware gevechten aan de Brug van Langerbrugge

73
banner

23 oktober 1380. Bij het naderen van de winter trekt Arnold De Clercq naar Oudenaarde. Hij slaagt er in om een deel van de bezetters te verschalken. Ter hoogte van de abdij van Ename loopt de Gentse leider op 25 oktober echter in een hinderlaag van 600 leliaards en talrijke voetboogschutters die daar door de heer van Edingen werden verenigd. Arnold De Clercq en heel veel van zijn wapengezellen (11.000?) bezwijken er onder de grote overmacht. Zijn lijk wordt naar het grafelijk kamp gezonden waar ze het hoofd van de romp scheiden en op een staak vastmaken zodat de Gentenaars het kunnen ‘bewonderen’. De nederlaag en de dood van De Clercq brengen in elk geval nieuwe moed voor graaf Lodewijk van Male die nu al twee keer zijn tanden heeft stukgebeten op de versterkingen van Langerbrugge. Eind oktober worden de aanvallen tegen Gent nu nog verbetener en veelvuldiger.

November 1380. Er wordt gevochten van de ochtend tot de avond. De brug van Langerbrugge vormt het mikpunt van de ene na de andere aanval. De Gentenaars bieden dapper weerstand waardoor de leliaards niet de minste progressie boeken. Tot plots, in het midden van een nacht de mannen van Raes van Herzeele en Pieter van den Bossche uitbreken en helemaal onverwacht op de huid van de belegeraars vallen. Ze krijgen daarbij de hulp van een deel burgers uit de parochies van Sint-Michiels en Sint-Jacobs. De Gentenaars doden tijdens deze charge de aanvoerder van de Brugse leliaards Judoc van Halewijn. Voor Lodewijk van Male is het genoeg geweest, temmen zal hij die Gentenaars nooit.

Op 11 november biedt hij hen de vrede aan. De winter maakt verder oorlog voeren onmogelijk. De Gentenaars zeggen geen ‘neen’. Dus verbindt hij er zich nog maar eens toe om iedereen een algemene vergiffenis te schenken, meer specifiek aan de opstandige burgerij. Hij belooft hun leven, hun goederen en hun vrijheden te eerbiedigen. En zo eindigt het beleg van Gent nog op diezelfde 11de november. Veel meer dan een winterpauze is het echter niet. De veldtocht van 1380 eindigt tenslotte met de val van Geraardsbergen waar Wouter van Edingen zich opnieuw meester maakt van de stad.

Brand in de voorsteden van Kortrijk
De rust zal maar enkele weken aanhouden. De graaf pookt al in januari 1381 de Bruggelingen op om de goederen die de Gentenaars vorig jaar in hun binnenstad geroofd hebben en die ze momenteel openbaar aan het verkopen zijn, terug te vorderen. Die van Gent denken er nog niet aan. En dat zorgt in de februarimaand voor verhitte gemoederen. Lodewijk heeft tegen die tijd ook al een deel Gentse goederen die zich in Brugge bevonden laten aanslaan. Op 24 februari herbegint de ellende met een Gents offensief. Ze trekken met een grote krijgsmacht naar Ieper die ze terug onder controle krijgen, het vuur van de oproer ontbrandt weer helemaal.

Die van Gent versterken Deinze en verwoesten de hele buitenomgeving van Kortrijk. Ze stellen Raso Mulaert aan als hun ruwaard of bestuurder en die laat al onmiddellijk afroepen dat al diegenen die een ridder kunnen doden of vangen een beloning van 2 pond mogen verwachten. Een schildknaap of een gewone edelman is goed voor 1 pond. Dat resulteert in een heksenjacht, aangevuurd door geldzucht. Verscheidene edellieden worden gedood, onder hen Simon Rym een man van groot gezag. Tijdens het voorjaar van 1381 schiet de troepenopbouw weer op gang. Raso Mulaert verdeelt zijn stadsgenoten in vijf legerbenden en zendt die naar Dendermonde, Geraardsbergen, Kortrijk, Deinze en de Vier-Ambachten.

De voorstad van Kortrijk wordt verbrand, de Vier-Ambachten verwoest, het Land van Waas (met uitzondering van Beveren en Rupelmonde) valt in Gentse handen. Aalst krijgt een sterk Gents garnizoen op zijn dak terwijl Geraardsbergen ook onder hun controle komt. Van zowat overal roept Mulaert de bannelingen en weggestuurde misdadigers terug en dat zijn mannen die alleen maar kwaad bedrijven. Ondertussen mobiliseert graaf Lodewijk een leger van 20.000 man in Brugge. Hij trekt er rond 10 mei 1381 mee op richting Nevele waar hij de confrontatie wil aangaan met een leger van 6.000 man onder het bevel van Raso van Herzeele en Jan De Lannoy. Er ligt een ander Gents leger van ook al 6.000 manschappen in de kasselrij van Kortrijk. Hun aanvoerder Pieter van den Bossche vertrekt direct in de richting van Nevele om bijstand te verlenen.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *