web analytics

Anno 1385. Het bekende recept

59
banner

Het voorjaar van 1385 staat nog maar een keer in het teken van die van Gent. Aanvallen op Gent en uitvallen van de Gentenaars. Het bekende recept. Hele benden edellieden uit Brugge, Kortrijk, Oudenaarde, Dendermonde, Sluis en Aardenburg voeren haast dagelijks aanvallen uit op de stadsmuren van Gent en daarbij proberen ze maximale schade aan te richten. De Gentenaars, nu al flink ondersteund door de Engelsen, stormen naar buiten, zwerven op het platteland en richten er overal beestigheden aan. Tussen Oudenaarde en Kortrijk steken ze al de korenmolens in brand. Ze plunderen het kasteel van Petegem. Terwijl de wapenstilstand standhoudt kreunt Vlaanderen onder de druk van al die schermutselingen en vernieldrift.

Het bondgenootschap van de Gentenaars met de Engelsen is voor de plattelandsbewoners allerergst. Filips de Stoute doet er na zijn terugkeer van Kamerijk nog een flinke schep bij. Hij benoemt dappere bevelhebbers in de Vlaamse steden. Jan van Gistel in Brugge, Jan van Jumont in Kortrijk die trouwens sinds vorig jaar al uitgeroepen werd tot opperbaljuw van Vlaanderen, Pieter Van Der Zype in Ieper, Rogier van Gistel in Damme en Guido van Pontarlier in Aardenburg. Omdat de Gentenaars nog altijd aan voedsel geraken uit de regio van de Vier-Ambachten stuurt de graaf 200 ruiters ernaartoe om dit land te verwoesten. De militie wordt er door 2.000 Gentenaars onder leiding van Francis Ackerman besprongen en moet met verlies van enige manschappen de vlucht nemen. Een poging van Pieter van den Bossche om met verraad de stad Oudenaarde in te nemen mislukt, maar toch kunnen die van Gent een belangrijke kudde van koeien, schapen en varkens als buit naar hun thuisstad meedrijven.

Half mei 1385. De Engelsen arriveren in Cadzand met een oorlogsvloot van 100 schepen. Ze teisteren het eiland en zeilen vervolgens verder naar de Somme. Hier veroveren ze enkele Franse schepen volgestouwd met wijn en graan die terugvaren in de richting van Vlaanderen en de monding van de Schelde. Geholpen door de Gentenaars tasten ze nu Biervliet aan. Ze vallen deze stad aan te land en via het water. Maar hoe hevig ze de lokale vestingen ook beschieten, toch blijken hun pogingen tevergeefs. Willem de Haze, de bastaardzoon van de vorige graaf en Willem van Ostrevant verijdelen al hun aanvallen. Ze kunnen helaas niet vermijden dat de coalitiepartners bij hun vertrek enkele dijken doorsteken.

Toch is de grootste teleurstelling bestemd voor Francis Ackerman die weigert om met zijn kompaan van den Bossche naar Gent terug te keren. De leider wil het veld niet ruimen voor hij tenminste één stad veroverd zal hebben. Zijn keuze valt op Damme wanneer hij van zijn spionnen verneemt dat Roger van Gistel daar met een deel van zijn garnizoen is weggetrokken. Tijdens de nacht van 16 juli 1385 arriveren de Gentenaars voor Damme. Ackerman geeft het bevel om de stad te overrompelen. Pieter Vincke wil punten terugverdienen na zijn nederlaag in Oudenaarde en springt als eerste in de aanval. Hij en Laurens Durle slagen er in om via een schip op de Lieve en langs de Friese poort binnen te geraken en die open te draaien. De weinige burgers die komen aansnellen om weerstand te bieden worden door de binnendringende Gentenaars gedood.

Maar Ackerman stopt het bloedvergieten wanneer hij verneemt dat zich hier in Damme zeven edelvrouwen bevinden. Hij nodigt hen als een perfecte gastheer uit voor een diner. Vechten doet hij alleen tegen mannen, iets wat zijn tegenstanders niet kunnen beweren. Hij oogst er warempel wat sympathie mee. De verovering van Damme brengt de stad Brugge in grote benauwdheid. Deze haven is de sleutel tot de zee en zolang die in het bezit is van de vijand moet alle koophandel in Brugge noodzakelijk onderbroken worden. Pogingen van de Oost-Vrijlaten om Damme in te nemen lopen op niets uit. Ackerman krijgt daarbij de hulp van de Gentse hoogbaljuw Jacob De Scheutelaere die met een bende Gentenaars komt aangerukt.

Het lijkt er op dat alleen de graaf in staat zal zijn om Damme te deblokkeren. Filips de Stoute schiet inderdaad in actie. Op zijn verzoek verplaatst koning Karel VI zijn leger naar Brugge. 80.000 Fransen die nog de versterking krijgen van 20.000 Bruggelingen, Ieperlingen en Vrijlaten onder het bevel van de heren van Saimpy en van Rogier van Gistel.

Het vechten is voor de kleine garnalen
24 juli 1385. Deze ontzaglijke krijgsmacht strijkt neer voor Damme waar Francis Ackerman enkel de steun heeft van 1.500 manschappen. De Bruggelingen bewaren de noordelijke kant van de stad, laten het water van de vesten weglopen en vullen die dan ‘quant et quant’ met aarde. De Fransen van hun kant leggen een dam aan dwars door de haven en snijden zo de zeetoevoer af. Ze bederven het vers water in de stad dat zijn bron vindt in de vijver van Male. Aan moed ontbreekt het de Gentenaars alvast niet. Ze weren zich als leeuwen en weerstaan de ene na de andere bestorming waarbij ze veel Fransen en Vlamingen om het leven brengen.

Na een tijd gaat zich binnen Damme een zware ziekte manifesteren die zich als een lopend vuur onder de belegerden verspreidt. Ook de belegeraars krijgen er last van. De weken van heet weer en slecht water zorgen voor de ene besmetting na de andere. Een reden voor de koning en veel edellieden om naar Brugge terug te keren en het vechten over te laten aan de kleine garnalen. Een tijdelijke wapenstilstand van acht dagen wordt bruusk verbroken als enkele Franse batterijen door de belegerden afgeblokt worden. De Fransen hebben veel geluk als ze net op tijd een samenzwering in het naburige Sluis kunnen verijdelen. De plannen om de zeedijken te doorboren en de belegeraars te doen verdrinken gaan niet door. De verzetsstrijders in Sluis worden tijdens een bepaalde nacht gevangengenomen en in opdracht van de koning gedood.

27 augustus 1385. Francis Ackerman heeft het nu al vijf weken volgehouden. Hij kan alleen maar vaststellen dat hij niet hoeft te rekenen op hulp vanuit Gent en ook al niet op assistentie van de Engelsen. Koning Richard heeft thuis zijn handen vol met de Schotten en ook de wind zit in het verkeerde gat om Engelse schepen naar Vlaanderen te brengen. De levensmiddelen binnen Damme zijn opgebruikt. De voorbije dagen hebben ze zich al moeten voeden met het vlees van dode honden. Hij beseft dat de dood wenkt wanneer de Fransen de stad zullen innemen. Alleen een list kan hem redden. Tijdens de nacht laat hij al de vrouwen en kinderen en wie geen wapens kan dragen opsluiten in de kerken zodat ze niet in de weg zullen lopen.

Daarna positioneert hij zijn manschappen en de nog strijdbare inwoners op de vesten om die te verdedigen tegen een aanval die er straks zal volgen. Een fictieve aanval want die is een puur verzinsel van Ackerman zelf. Terwijl iedereen in de weer is om de posities in te nemen, muizen Ackerman en Jacob De Scheutelaere er in het holst van de nacht vanonder. Door gebruik te maken van Ackermans kennis van het terrein slagen ze er in om langs het vijandelijke kamp tot in het Vrije door te dringen. De Scheutelaere zal trouwens kort na zijn aankomst in Gent overlijden. Wanneer de krijgslieden hun vertrek de volgende morgen gewaar worden slaan ze ook al op de vlucht.

Ze stellen zich daarbij natuurlijk bloot voor de overmacht van Fransen en Vlamingen. Hun aftocht resulteert in de dood van ongeveer 600 vluchtelingen. Damme zelf is nu natuurlijk een hapklare brok voor het koninklijk leger. De Fransen trekken er zonder slag of stoot binnen. Veel te plunderen valt er niet want de Gentenaars hebben alles van waarde al lang naar hun thuisstad versast. Ze sparen de edele vrouwen die hier nog altijd ronddwalen. De vijand neemt zeker 260 Gentenaars en Engelsen gevangen. De Brugse stadskapitein Jan Valckier laat ze allemaal onthoofden op de Burg. Hun dode lichamen worden begraven op het Magdalenaveld buiten de Boeveriepoort.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *