web analytics

Het gravensteen en de Steenakker

56
banner

Boudewijn krijgt volop kans om zijn status van graaf waar te maken. Daar heeft de dreiging van de Noormannen alles mee te maken. Het is deze eerste graaf die de Burg van Brugge versterkt met hoge torens, muren en bolwerken. Boudewijn blijft bezorgd dat de wildemannen uit het noorden hier plots weer zullen opduiken en bouwt in Brugge een burcht, de Burg. Goed versterkt, voorzien van stevige muren. Het kasteel moet in tijden van oorlog een veilig onderkomen zijn voor de inwoners, voor de vrouwen en de kinderen en hun bezittingen. De graaf laat ook een burcht bouwen in Gent. Met de heel toepasselijke titel ‘Gravensteen’.

Een beetje zoals de burcht in Antwerpen waar de inwoners hun veilige plek omschrijven als het ‘Steen’. De Steenakker aan de Leie in Wervik herinnert ons er aan dat Boudewijn hier een identieke burcht liet construeren. Ik kan deze bewering helaas niet staven door geschriften. Allemaal om weerstand te kunnen bieden aan de wildemannen uit het noorden De muren van de burg zijn volgens de kroniekschrijvers wel acht voeten breed en honderd voeten hoog en onmogelijk te verwoesten. Op een bepaald moment wordt de vrees voor de Noormannen realiteit. Daar komen ze aan! Boudewijn slaagt er herhaaldelijk in om hen nederlagen aan te smeren maar de woeste noordelingen hernieuwen telkenmale hun aanvallen met zo veel vers mensenvlees als ze maar willen.

Een schuilplaats in de buurt van Amersham
In het jaar 876 zeilen ze massaal het Scheldebekken binnen. Onder het bevel van hun zeekoning Hastings. Eens geland storten ze zich op het land van Cadzand waar ze onder andere de schone steden van Oudenburg en Rodenburg vernielen. In Brugge richten ze verschrikkelijke verwoestingen aan. Ze vernielen de abdij van Eeckhoutte en breken die af tot op de grond. De monniken die hier al zo veel goeds voor de gemeente hebben gedaan worden weggejaagd. Een aantal onder hen vindt een schuilplaats in de buurt van Amersham, gelegen op de weg naar Oostkamp. Ter hoogte van een stenen brug waardoor die plek de naam van ‘Steenbrugge’ zal blijven houden. De noordse roofpartijen dijen verder uit tot aan de mondingen van de Deule en de Scarpe waar ze door graaf Boudewijn van Vlaanderen en graaf Renier van Mons gestuit worden.

In 879 overlijdt de dappere Boudewijn in Atrecht. Hij heeft het land 25 jaar bestuurd als forestier en nog eens 5 jaar als graaf van Vlaanderen. Boudewijn van de Ijzer heeft zich bijzonder geliefd gemaakt bij de Vlaamse geestelijkheid. Niet moeilijk dat de middeleeuwse kronieken uitpuilen van de goede woorden over zijn figuur. De schrijvers prijzen Boudewijn de hemel in, deze vorst heeft tijdens zijn leven nooit iets aangevangen zonder eerst om raad en toestemming te vragen aan de geestelijke staat. Het lijk van de dode graaf wordt naar Sint-Omer (Sithiu) gevoerd en bijgezet in de kerk van Sint-Bertijns. Boudewijns hart en ingewanden vinden hun laatste plekje in de abdij van Sint-Pieters te Gent.

Boudewijn en Judith bezegelden hun voor Vlaanderen historische liefde met drie zonen. Karel, de oudste stierf al tijdens zijn jeugd, Boudewijn en Rudolf (Raoul). Wat Judith zelf betreft, tasten de geschiedschrijvers in het duister hoe haar leven verder verloopt. Dat ze vermoedelijk haar man overleeft en dat haar lichaam naast de ingewanden van haar man begraven ligt in Gent. Kroniekschrijver Despars beweert dat ze in Saint-Denis te Parijs ligt, op de begraafplaats van haar ouders en van de koningen van Frankrijk. Volgens Wikipedia en andere internetbronnen stierf de Frankische prinses en gravin van Vlaanderen Judith van West-Francië al op 25-jarige leeftijd in 870. 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *