web analytics

Anno 1467. Het is me de erfenis wel

54
banner

Karel van Bourgondië is 34 jaar als hij zijn vader opvolgt in al zijn landen en heerlijkheden. Het is me de erfenis wel. De geschiedschrijvers gaan eindelijk eens dieper in op zijn bijnaam ‘de Stoute’ of ‘de Stoutmoedige’. Omwille van zijn stoutmoedig en oplopend karakter menen ze. Ze schetsen het beeld van een opvliegende kerel met een niet al te aangenaam karakter. De nieuwe graaf van Vlaanderen, de 29ste in de rij, begint aan zijn regering in een slecht gesternte. Vlaanderen mag dan al 14 jaar in rust en voorspoed leven. De Gentenaars zijn hun nederlaag in Gavere helemaal niet vergeten. Ze hebben met geduld gewacht tot aan de dood van Filips om hun voorrechten terug op te eisen.

Het verwondert me zeker niet dat ze ook de belastingen op het graan afgeschaft willen zien. De uitvaartplechtigheid van zijn vader is nauwelijks achter de rug of Karel krijgt al Gentse gezanten over de vloer in Brugge om hem uit te nodigen voor een bezoek aan hun thuisstad. De nieuwe hertog is natuurlijk niet van gisteren (niet gemaakt van twee oude wijven zouden ze daarvan zeggen in de Westhoek). Hij weet goed genoeg wat de bedoeling is. Hij is dan ook helemaal niet gehaast om in te gaan op de uitnodiging. Maar uiteindelijk zal hij niet anders kunnen want hij moet er per slot van rekening toch ingehuldigd worden als nieuwe graaf van Vlaanderen.

De ‘blijde’ intrede zal uiteindelijk plaatsvinden op 28 juni 1467. Op de voorziene dag vertrekt hij met zijn hofhouding naar Gent. Onderweg stelt hij 363 ballingen in vrijheid. Ze zijn hem tegemoet gekomen om genade af te smeken. Aan de Porcellepoort ontvangen de Gentenaars Karel met grote eer. Predikheer Nicolaas Bruggeman verzoekt de graaf ootmoedig of deze poort voortaan weer elke dag zou mogen opengaan. Dat komt omdat die elke donderdag dicht moest conform de vrede van Gavere. Karel zegt niet ja en niet neen. Hij zal erover denken. Hoewel dat gebrek aan antwoord de Gentse poorters niet bevalt huldigen ze hem zoals het hoort tot graaf van Vlaanderen, in hun Sint-Pieterskerk.

Zoals de traditie dat wil begeeft de nieuwe graaf zich achteraf naar de Vrijdagmarkt waar de wethouders, dekens en hoofdmannen zich voor zijn voeten gooien. Ze aarzelen niet om tezelfdertijd de vraag van de Porcellepoort te herhalen en daarbij ook het herstel van hun eertijdse voorrechten te bepleiten, allemaal privileges die ze kwijtspeelden na de oorlog in Gavere. Karel is helemaal niet geneigd om de besluiten van zijn vader zo al onmiddellijk ongedaan te maken en vraagt de Gentenaars om hun aanvraag schriftelijk in te dienen zodat hij daarover kan beraadslagen met zijn hof. Ze mogen zijn antwoord binnen de drie dagen verwachten.

Het kort lontje van hertog Karel
De Gentenaars zien daar een diplomatieke truc in en zijn allesbehalve tevreden met dit voorzichtig uitstel. Ze vatten dwaas genoeg het plan op om al de volgende dag in actie te treden. Op 29 juni staan er grote festiviteiten gepland ter ere van de relikwies van de Gentse patroon Livinus. De processie zorgt altijd voor een grote volkstoeloop. Een deel oproerige Gentenaars beslist om het tijdens deze processie tot rellen te laten komen. En inderdaad, bij de intrede van het relikwieënkastje ontstaat er zo goed als onmiddellijk beroering. De werklieden slaan het tolhuis waar de graantaks wordt geïnd aan diggelen. Daarna lopen de hooligans naar de Sint-Jacobskerk om er de stormklok te klepelen.

Overal langs de Gentse straten hoort men het roepen van ‘te wapen’ en stormen de ambachten en de gilden met hun nieuwe standaarden naar de Vrijdagmarkt. Heel de stad staat in rep en roer. Graaf Karel zit net aan tafel wanneer hij het geschreeuw hoort. Hij springt woedend recht om zich ernaartoe te reppen. De heer van Gruuthuse die maar al te goed weet dat Karel over een kort lontje beschikt vreest dat hij zich daarmee in de penarie zal helpen en slaagt er in om hem een beetje tot bedaren te brengen voor hij naar buiten treedt. Of hij nu tot tien telde of niet weet ik niet, hij oogt in elk geval rustig wanneer hij met enkele edellieden naar de markt stapt en minzaam overleg pleegt met enkele kopstukken van de oproer. Wat zijn hun redenen om tegen hem op te staan? Hij wil toch alleen maar de welvaart van Gent behartigen, precies zoals zijn vader zaliger. Zijn woorden maken maar weinig indruk, niemand wil een stap verzetten en wegstappen van zijn standaard.

Karel herhaalt dat ze in rust en vrede naar huis moeten gaan en dat hij hun agressiviteit hier vergeeft. Zijn afsluitende verwittiging is er dan toch te veel aan. Wie hier gewapend op de markt blijft staan riskeert de doodstraf. Woorden die indruk maken. De processiegangers met hun relikwieënkastje van Sint-Livinus maken aanstalten om weg te stappen van de markt, vooral omdat er nog altijd geen represailles zullen volgen. Maar het zou natuurlijk Gent niet zijn als er niet ergens een pipo zou tussenhangen die denkt de slimste te zijn. De hansworst van dienst is vandaag Hoste Bruneel die met luide stem roept dat ze moeten blijven staan of dat ze anders zeker met de dood zullen bestraft worden. Waardoor de menigte tot stilstand komt en niemand zich nog durft te verroeren.

Het potje bij Karel de Stoute loopt nu helemaal over. Hij stapt woedend op hen toe en begint met zijn stok op de mensen te slaan. Eén tegen allen, Bruneel is vandaag niet de enige idioot. De massa blijft natuurlijk onbewogen en het is een woedende hertog die het zinloze van zijn actie inziet en briesend en foeterend met zijn edellieden terugkeert naar zijn hof. Hoe is het mogelijk dat hij het bestuur over Vlaanderen moet aanvatten met dergelijk affront?

In het hol van de leeuw
Zijn adviseurs proberen hem tot rust te brengen en dat kan ook gezegd worden van de Gentenaars. De heren van Gruuthuse, van Komen, van Maldegem, hoogbaljuw Nicolaas Triest en veel andere edellieden spannen zich in om de kalmte in Gent te laten terugkeren en bieden zich aan als bemiddelaars. De poorters benoemen terstond vier afgevaardigden uit hun eigen middens. Dat zijn Jacob van Raveschoot, Boudewijn Rhym, Jan van Loo en Pieter De Rycke. Het viertal stuurt nog diezelfde avond een smeekschrift naar de hertog. Ze beloven de wapens neer te leggen als er aan hun eisen voldaan wordt. Het gaat over de afschaffing van de korentaks, de vrije opening van de stadspoorten, dat de ambachten weer hun eigen dekens mogen kiezen en dat ze hun vroegere standaarden weer in bezit zullen krijgen. Daarbij komt nog de vraag tot een officieel onderzoek van het gemeentebestuur en de expliciete vraag dat niemand zal gestraft worden voor zijn burgerlijke ongehoorzaamheid.

De Gentse eisenbundel lijkt niet overdreven. Na een slapeloze nacht en veel beraadslagingen komt Karel de Stoute tot het besef dat hij hier in het hol van de leeuw zit. Zijn dochter Maria van Bourgondië vergezelt hem in Gent en hij zit met de daver op het lijf dat er iets zou overkomen aan het 10-jarig meisje. Zijn adviseurs raden Karel aan om akkoord te gaan met de Gentse eisen om erger te voorkomen. Tegen de volgende avond bezorgen boodschappers de door de hertog getekende en verzegelde brieven waarbij Gent in zijn vorige rechten hersteld wordt. Wat ze hier niet weten is dat er geen haar op Karels hoofd groeit die er niet aan denkt om deze beslissing te herroepen van zodra hij hier uit dit kokende Gent verdwenen zal zijn. Zijn brieven worden luidop voorgelezen op de markt. Sint-Livinus vertrekt dadelijk naar de Sint-Baafskerk, de vreugde bij de Gentenaars is onbeschrijfelijk. Nog voor hun vertrek naar huis zetten ze al hun stadspoorten wagenwijd open. Maar die grote blijdschap zal gauw overslaan in paniek en grote benauwdheid.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *