web analytics

Anno 1471. Het veld van eer

50
banner

13 februari 1471. Karel de Stoute verschijnt met dat groot leger op een uitgestrekte vlakte die hij omdoopt tot ‘het veld van eer’, nu al in volle overtuiging dat hij de Fransen hier zal verslaan. Van bescheidenheid of twijfel heeft onze hertog in elk geval geen last. Op dat moment krijgt hij opnieuw te maken met een belangrijke overloper. De heer van Renti mag zich nu ook tot de groep verraders van Karel de Stoute rekenen. Die ondervindt wel dagelijks de kracht van de beloften en het geld van de Franse koning op zijn edellieden. Hij laat rond zijn kamp een gracht graven en plaatst er de wagens en karren om niet overvallen te worden.

Zelf doen ze verscheidene uitvallen tot bij de Somme. De Vlamingen veroveren daarbij de stad Piquigny die ze plunderen en verwoesten zoals alleen soldaten dat kunnen. Lodewijk XI durft zoals te verwachten geen rechtstreekse confrontatie aan te gaan, best wel begrijpelijk met zo’n bende volk tegenover je. Listen en bedrog zijn veel beter. De creativiteit van zijn zieke geest groeit met de dag. Dit keer stuurt hij vier mannen, gekleed als studenten in de godgeleerdheid naar de legerplaats van de hertog. Ze moeten proberen om in het geheim vuur in de Vlaamse voorraad van buskruit te droppen. Wanneer het viertal op ‘het veld van eer’ toekomt maken ze de Vlamingen wijs dat ze Parijse studenten zijn op weg naar huis. Maar hun leugen is zo doorzichtig dat ze door de mand vallen. De Vlamingen ontdekken hun bedrog.

Twee van van eindigen ondersteboven, met de voeten naar boven gericht aan de galg, terwijl de anderen zich kunnen redden door te vluchten. Van zodra het nieuws van die mislukte aanslag bekend wordt in Vlaanderen komt er alweer een serie van dankzeggingen aan God de vader. In Brugge gebeurt dat rond 16 februari 1471 met het instellen van enkele biddagen. De heer heeft toch maar weer netjes onze hertog Karel gespaard. Twee dagen later maakt de gevluchte koning Edward zich op om zijn landing in Engeland ten uitvoer te brengen. Hij vertrekt met een schoon gevolg van Brugge naar Zeeland. In de haven van Veere vindt hij een vloot van 18 grote oorlogsschepen die dankzij het initiatief van zijn zwager Karel de Stoute volledig uitgerust zijn en voorzien van krijgslieden. De overtocht zal direct van start gaan.

Hij wil de Fransman uit zijn kot lokken
21 februari 1471. Hertog Karel verlaat zijn ‘veld van eer’ met de intentie om de stad Amiens te gaan belegeren, of tenminste te doen alsof. In feite wil hij de Fransman uit zijn kot lokken om tot een veldslag over te gaan. Het leger van Lodewijk XI ligt daar inderdaad niet zo ver vandaan. Toch laat de Fransman zich opnieuw niet verleiden tot de actie. Zes weken gaan voorbij, een schijngevecht dat maar niet van start wil gaan. Pas dan beseft Lodewijk dat deze toestand niet kan blijven duren. Hij stuurt enkele brieven naar Karel met de vraag om te onderhandelen over een wapenstilstand en zelfs meer, ja over een ‘onwederroepelijke vrede’. Nog maar een keer.

Dat weet Karel de Stoute natuurlijk ook wel. Met die Franse rotzak kan je nu eenmaal niet tot blijvende akkoorden komen. Van de andere kant wil hij er persoonlijk niet de oorzaak van zijn om zijn volk onderhavig te maken aan bloedstortingen als het niet echt nodig is. Enkele gevolmachtigden van beide kampen gaan nu aan tafel zitten om te kijken wat er mogelijk is. Het praten draait uit op een wapenstilstand die moet duren tot 1 mei van 1472. Natuurlijk is het de Franse koning er enkel om te doen om tijd te winnen en vooral de rechtstreekse confrontatie uit de weg te gaan. Wanneer de gezanten bij Karel verslag uitbrengen over hun zending ontsteekt hij in woede. Hoe is het toch mogelijk dat ze in deze doorzichtige val konden trappen?

Een briesende hertog verlaat de tent en laat de gedeputeerden maar liefst vier uur alleen achter. Hij wil met niemand praten, pas dan keert hij enigszins afgekoeld terug met de boodschap dat er wel niets anders zal opzitten om de getroffen wapenstilstand te onderhouden. Maar dat het ferm tegen zijn zin is! ‘s Anderendaags trekt zijn leger zich terug naar Péronne. Een deel van zijn mensen gaan er binnen. De andere grenssteden en kastelen krijgen allen sterke garnizoenen te logeren om mogelijke vijandelijke aanvallen te trotseren. Hijzelf keert met de rest van het volk terug naar Vlaanderen. In Brugge onthalen ze de hertog met grote vreugde en krijgt hij overal gelukwensen te horen dat hij gezond en wel kon terugkeren.

Karel is niet de enige die baalt. Tussen al die Brugse dank en vreugde door spreekt men niet van de klachten der kooplieden. De getekende wapenstilstand heeft het met geen woord over het openmaken van de koophandel die dus zeker al voor een jaar opgeschort blijft. Dat zal ongetwijfeld een enorme impact hebben over ieders welstand. De schade bij de arme gemeente is nu al niet te overzien. De hertog voelt zich trouwens aangesproken door deze klachten, hij geeft nog maar eens aan dat zijn gezanten erg onvoorzichtig waren en dat het hem niets zou verwonderen dat ze stuk voor stuk door Lodewijk uitgekocht werden om dergelijk nadelig verdrag te aanvaarden.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *