web analytics

Anno 1477. Hoog bezoek uit Duitsland

103
banner

Inderdaad, tijdens de avond van de 16de april arriveren de gezanten van de Duitse keizer hier binnen Brugge. Johannes van Baden, de aartsbisschop van Trier. Bisschop Joris van Baden, Lodewijk van Beieren, Jan Jooris (de kanselier van het keizerrijk) en een hele sliert prinsen en edellieden. De heren van Kleef-Ravenstein, van Gaasbeek en van Dadizele ontvangen de Duitsers in stijl en leiden hen naar het hof van hun hertogin. De delegatieleden verklaren dat hun keizer Maria plechtig verzoekt om te willen trouwen met zijn zoon aartshertog Maximiliaan. Die gewichtige zaak zou normaliter geen probleem mogen vormen aangezien zij en haar vader te Trier in 1473 al hun goedkeuring hiervoor hadden gegeven.

De delegatieleden vergeten daarbij te vertellen dat het wel de keizer was die toen de trouw heeft afgeblazen en dat die annulatie hoe dan ook de aanleiding is geweest tot de dood van Karel de Stoute. De situatie is nu natuurlijk helemaal veranderd. Maria, en vooral haar landen zijn stukken rijp fruit die klaar hangen om geplukt te worden door het Duitse keizerrijk. De bezoekers verpakken het huwelijksaanzoek onder het voorwendsel dat Maria van Bourgondië dringend nood heeft aan een echtgenoot die bekwaam is om haar landen te beschermen. Dat ‘rijp om geplukt te worden’ kan ik misschien ook nog wel wat verduidelijken. Het is Maria zelf die de voorzet heeft gegeven.

Ze schreef enkele brieven naar Maximiliaan en stopte er zelfs een diamanten ring bij. Voor wat haar betreft is de deal die haar vader sloot in Trier nog altijd geldig. Dat de Duitse delegatie zich hier nu in Brugge aanmeldt in het bezit van haar ring overtuigt Maria nu helemaal. Haar besluit staat vast: ze zal met niemand anders in het huwelijk treden dan met Maximiliaan van Oostenrijk. Haar keuze ontgoochelt natuurlijk de Franse koning maar ook hertog Adolf van Kleef-Ravenstein ziet dit niet graag gebeuren. Die had graag zijn zoon Filips uitgehuwelijkt aan Maria.

De Bruggelingen zwichten voor haar spontaniteit
‘s Anderendaags roept de hertogin haar raadsheren en de andere edellieden bij zich om de afwikkeling van dit huwelijk te bespreken. Om zich in alle rust te kunnen toespitsen op deze zaak van staatsbelang probeert ze eerst de kwestie van de Bruggelingen te regelen. In de namiddag vertrekt ze naar de grote markt en spreekt er met de dekens, de hoofdmannen en ook met enkele Vrijlaten. Rustige en bedaarde gesprekken zijn het. Als de Bruggelingen nu eens naar hun huizen zouden willen terugkeren dan kunnen er best enkele vrijheden bovenop. Wat voor haar vader altijd zo moeilijk was blijkt nu met Maria plots allemaal heel gemakkelijk. De Bruggelingen plooien voor haar beloften en vermoedelijk ook wel voor haar jeugdige charme en spontaniteit.

Nog voor de avond is de markt helemaal ontruimd. De hertogin houdt woord. Op 18 april 1477 zweert ze in het schepenhuis op alle oude en nieuwe voorrechten. Griffier Antonius De Louf leest haar eed luidop af voor het toegestroomde volk. De hoofdmannen en de dekens staan opgesteld in een gesloten park voor de Burg en leggen in de naam van de gemeente hun eed van trouw af aan hun nieuwe gravin. Maria stelt onmiddellijk 4 commissarissen aan om conform de voorrechten morgen over te gaan tot de aanstelling van 13 schepenen en evenveel raadsheren die zoals dat vroeger de gewoonte was moeten gekozen worden uit de 9 leden der stad.

Daarmee keert Brugge bijna 500 jaar terug naar de tijd van Boudewijn met de Schone Baard. De verkozen schepenen kiezen onder elkaar hun twee burgemeesters. Dat worden makelaar Jan De Keyt en poorter Jan Losschaert als burgemeester van de gemeente. De tijd van de twee tresoriers is voorbij. In hun plaats komen zes bedienden die voor de stadsfinanciën moeten zorgen. De wissel van de hoofdmannen blijft zoals vroeger. Met die uitzondering dat al deze ambtenaren niet langer dan twee achtereenvolgende jaren in dienst kunnen blijven. Maria kan zich nu volledig toespitsen op haar trouwfeest.

Een vorstelijk huwelijk in twee stappen
21 april 1477. De Staten zijn allemaal akkoord gegaan met het vorstelijk huwelijk dat in twee stappen zal uitgevoerd worden. De eerste fase gaat vandaag door in Brugge, een soort van voorhuwelijk kan ik het wel noemen. Waarbij hertog Lodewijk van Beieren in naam van Maximiliaan met prinses Maria zal trouwen. Volgens de gebruiken moet Lodewijk in zijn half harnas naast Maria in bruidskledij rusten in haar prachtige huwelijkskoets. Een blanke degen scheidt hen terwijl vier boogschutters er op toekijken dat dit wapen niet verplaatst wordt. De bisschop van Luik woont de plechtigheid bij in Brugge. Vier dagen later laat de hertogin Brugge achter zich en verdwijnt ze richting Gent.

Op 2 mei 1477 zorgt ze wel voor de wissel van het magistraat in het Brugse Vrije. Twee burgemeesters en twaalf schepenen die hier voortaan jaarlijks te vervangen zijn. De hertogin verklaart dat het Vrije niet meer als vierde Lid van Vlaanderen mag gerekend worden en nu weer integraal onder het grondgebied van Brugge valt. Zo zijn de Bruggelingen nu weer helemaal in hun oude rechten hersteld die ze kwijtgespeeld waren na hun aanvaring met Filips de Goede.

Lodewijk XI kan zich niet langer inhouden. Hij heeft definitief een kruis gemaakt over dat huwelijk. Op 4 mei 1477 neemt hij plotsklaps Atrecht in. Met dank aan de zorgeloosheid van gouverneur Philippe de Crevecoeur de heer van Esquerdes. Verraad lijkt een meer aangewezen omschrijving. Tegen die tijd heeft de Franse koning zowat heel Bourgondië ingepalmd en onder het bestuur van Joris de Trémouille geplaatst. Daarna focust hij zich op Picardië en Artesië. Vlaanderen is zijn volgend doelwit. Een of andere rebellie in Gent zou hem daarbij erg behulpzaam zijn. De koning stuurt een Vlaming ernaartoe om de gemoederen op te hitsen. Het gaat om zijn persoonlijke barbier, een zekere Olivier, geboortig van Gent aan wie hij de bijnaam van ‘Le Daim’ geeft.

De Gentenaars moeten ergens lucht gekregen hebben van zijn komst en onthalen hem met een stortvloed van beschimpingen. Barbier Olivier vlucht weg naar Doornik, een stad die zich neutraal opstelt in de kwestie tussen Maria en Lodewijk. Toch slaagt deze man er in om Doornik zo ver te krijgen om de Franse zijde te kiezen. Op 25 mei lijft Lodewijk deze Vlaamse stad zonder slag of stoot in. De toestand is nu toch wel heel precair voor Vlaanderen en in eerste instantie voor de Westhoek. De Fransen laten er alvast geen haar over groeien en beginnen aan een serie schadelijke invallen zodat de Vlamingen zich genoodzaakt zien om de wapens op te nemen en hun vijanden te beteugelen.

Op de Kezelberg van Moorsele
De Gentenaars wapenen zich het eerst en kiezen Adolf van Gelderland als aanvoerder. Je weet wel: de man die ze nu al voor een tweede keer uit zijn Kortrijkse gevangenis hebben bevrijd omdat hij zich aangegeven had als zijnde een Gentse poorter en lid van het ambacht van de goudsmeden. Ook Brugge en Ieper mobiliseren hun lieden, het Vlaams leger verzamelt zich in de buurt van Menen. Op de Kezelberg van Moorsele. Van hieruit vertrekt Adolf van Gelderland naar Spierre om het Frans garnizoen van Doornik aan banden te leggen, die daar de hele streek aan het verwoesten is. Op 25 juni 1477 leidt hij zijn volk naar Doornik. De Vlamingen laten zich gelden met het verwoesten van de voorsteden.

De Gentenaars en de Bruggelingen keren met een rijke buit beladen terug naar hun legerplaats. Adolf zelf blijft er met een handvol volk achter om de uit Doornik vertrokken garnizoenen te belagen. De Gentse poorter Gillis Van Der Gracht vindt dat maar een riskante bedoening en adviseert zijn aanvoerder om toch maar te vertrekken. Adolf wil er niet van horen, hij wil vechten, God zal hem wel helpen. Maar God helpt hem helemaal niet, na veel bewijzen van dapperheid krijgt hij twee spiesen door het lijf. Ook de gemelde Gillis en nog enkele andere edellieden verliezen het leven. Het lichaam van Adolf van Gelderland eindigt in de grond van de kerk van Onze-Lieve-Vrouw te Doornik. Bij zijn Vlaamse krijgslieden komt er ruzie van.

De ene verwijt de andere dat ze elkaar in de steek hebben gelaten om hun buit terug te brengen. Ja; ze hebben Adolf van Gelderland schandelijk verraden en hem aan de vijand overgeleverd. De Gentenaars breken daarop hun tenten op en keren met hun gestolen goed terug naar hun thuisstad. De Bruggelingen menen van hun voorbeeld te volgen maar de Kortrijkzanen overtuigen hen om alsnog te blijven. Of dat veel zal helpen is zeer de vraag. De soldaten beschikken over een rijke soldij (12 groten per dag) die ze met veel genoegen ter plekke aan drinken en spelen verteren. Hun leider Jacob van Gistel heeft daarbij de grootste moeite om zijn mannen in bedwang te houden.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *