web analytics

Anno 1383. Ieper zit in de tang

57
banner

De Engelsen en de Gentenaars zitten niet stil en zetten hun zegetocht verder. Ze trekken zonder slag of stoot door Sint-Winoksbergen dat zich met een verdrag overgeeft. Daarna veroveren ze Cassel, Belle, Mesen, Poperinge, Veurne, Nieuwpoort, Oostende, het West-Vrije, Blankenberge en al de andere kustplaatsen tot aan Sluis. Hadden ze een aanval gewaagd op Brugge, dan zou ook deze stad niet de minste tegenstand hebben geboden. De Bruggelingen mogen van geluk spreken dat de coalitie zich eerst wil focussen op de verovering van Ieper. De Ieperlingen zijn natuurlijk ook niet van gisteren en zien het gevaar op zich afkomen. Hun stad is versterkt met een aarden muur, diepe vesten en een ‘thuyn’ van staken en doorvlochten doornen. Aan de buitenkant van deze versterkingen bevinden zich uitgebreide voorsteden met vier parochies en hun respectieve kerken. Die van Brielen, Sint-Jan, Sint-Michiels en Sint-Kruis. De Ieperlingen beslissen om de tactiek van de verschroeide aarde toe te passen.

De voorbije eeuw hebben de stedelingen onophoudelijk problemen ondervonden met de wevers en de aangespoelde arbeiders uit deze buitengebieden. De beslissing om de voorsteden te vernietigen en in brand te steken moet dus niet al te moeilijk vallen voor het stadsbestuur. De mensen die er wonen kunnen terecht binnen de stadswallen waar er meer sociale controle is. Terwijl de vijand zeker geen gebruik zal kunnen maken van de infrastructuur daarbuiten. Ieper-stad wordt daarenboven nog bewaakt door een sterk garnizoen dat onder het bevel staan van ervaren kapiteinen. Het is een hele waslijst: de heer van Saimpy, Jan van Oultre (de burggraaf van de stad), diens zoon Boudewijn, de heer van Elverdinge, Pieter Van Der Zype, de heren van Izegem, van Staden, van Rollegem, Jan Blankaert, Jan van Moorsele, Jan Van Der Zype, Nicolas Van Belle, Francis Van Belle, Joris Van Belle en nog wel meer andere edellieden.

8 juni 1383. De geallieerden doemen op voor Ieper en zetten langs vijf zijden van de stad een beleg op. De Gentenaars zelf slaan hun kamp op bij de plek waar de Sint-Janskerk gebouwd stond. Het gaat over een krijgsmacht van 20.000 mannen die aangevoerd worden door Francis Ackerman, Pieter van den Bossche en Pieter De Winter. De andere vier aanvalsplekken nemen de Engelsen voor hun rekening. Vanuit Engeland blijven er troepen toestromen. De verse troepen doorlopen eerst de streken van West-Vlaanderen en trakteren de inwoners op de ene plundering na de andere. Dat gebeurt terwijl de belegeraars hun tanden stukbijten om binnen te breken in Ieper.

Het dapper verweer van de Ieperlingen zorgt evenwel voor voortdurend verlies van mensen bij de Engelsen en de Gentenaars. Een belegering die zich zowat uitspreidt over twee volledige zomermaanden. Voldoende tijd voor Filips de Stoute en de koning van Frankrijk om een krijgsmacht op de been te brengen en Ieper ter hulp te snellen.

De Gentenaars kiezen het hazenpad
Op 8 augustus bevinden de Fransen zich al in Artesië. De Engelsen beslissen om een ultieme alles-of-niets aanval te lanceren. De hele dag, van ‘s morgens tot ‘s avonds bestormen ze de vesten en werpen ze een hagel van schichten over Ieper-stad zodat de belegerden zich amper op de stadsvesten kunnen vertonen. Maar wanneer de aanvallers dan toch proberen de doornen obstakels te veroveren vechten de Ieperlingen met man en macht om een eventuele doorbraak te verijdelen. Het intensief gevecht eindigt op een status quo. ‘Dank zij Maria’, juichen de Ieperlingen die er meteen een variante van bedenken: Onze-Lieve-Vrouw van Thuyne. Voor de Engelsen en hun drieste bisschop is de maat vol. Deze stad is niet in te nemen. En met de Fransen op komst is het nu kwestie van zich tijdig uit de voeten te maken. Ze breken hun tenten op en dan gaat het richting Cassel, Bergen, Broekburg, Duinkerke, Grevelingen, Diksmuide en Nieuwpoort. De Gentenaars kiezen eveneens het hazenpad terwijl ze hun geschut en krijgsmateriaal moeten achterlaten.

Tijdens hun tocht naar hun thuisstad steken ze onderweg nog al de korenmolens in brand en leiden ze meer dan 1.000 gestolen ossen en koeien met zich mee. Het leger van Karel VI zet zich in Atrecht ondertussen al in beweging, doet Ariën-aan-de-Leie aan om dan op te rukken naar Sint-Omer. 180.000 voetgangers en 20.000 ruiters waar de Engelsen onmogelijk tegenop kunnen. Wat heeft deze Henry Spencer gedacht? Een Franse legerbende onder leiding van connestabel Olivier Clisson zoekt te Cassel alvast de confrontatie op met een Engels garnizoen die deze stad bezet houdt. De Engelsen wagen het er niet op om in de clinch te gaan en slaan op de vlucht naar Sint-Winoksbergen. De stad Cassel zelf valt in Franse handen, iets wat gepaard gaat met de gebruikelijke plunderingen en brandstichting. Ook de hele buitenomgeving wordt verwoest.

Op weg naar de veiligheid van de zee
6 september 1383. Het koninklijk leger bevindt zich bij het klooster van Ravensbergen. Hier slaat Karel VI zijn kamp op. De koning is in het gezelschap van Lodewijk van Male en diens schoonzoon Filips de Stoute. De Vlaamse gemeenten die zich overgaven aan de Engelsen proberen daar opnieuw op een goed blaadje te komen bij hem. De gemeentenaren willen duidelijk maken dat ze helemaal niet genegen zijn voor de Engelsen. De inwoners van Nieuwpoort gaan nog een stuk verder. Geholpen door enkele Vrijlaten stormen ze met de grafelijke standaard naar hun grote markt waar ze ook al ‘Vlaanderen de Leeuw’ scanderen. Een openlijke steun voor de graaf en daarbij gaan ze in de aanval op een deel Gentenaars en Engelsen die naar hier gevlucht zijn na hun afgang in Ieper. Dat leidt tot ontelbare doden bij de soldaten. Tot de Nieuwpoortnaars natuurlijk de rest van het Engels-Gentse leger op hun hals krijgen die nu natuurlijk op hun beurt zorgen voor een bloedige revanche.

Geen van de burgers en de Vrijlaten die zich op dat moment in Nieuwpoort bevinden zal deze slachting overleven. Al de woningen staan nu open voor plundering. Op een dertigtal plaatsen ontstaat daarbij brand. Terwijl dit drama zich afspeelt hier in Nieuwpoort zijn de Fransen begonnen met de belegering van Sint-Winoksbergen. De Engelsen die er in garnizoen liggen krijgen dankzij de tussenkomst van de hertog van Bretagne de kans om met hun goederen weg te trekken uit de belegerde stad en aarzelen geen seconde om dat ook te doen. Ze vertrekken richting Grevelingen waar de veiligheid van de zee lonkt. De inwoners van deze havenstad slaan zo veel mogelijk op de vlucht en gaan zich verstoppen in de bossen en in andere schuilplaatsen. Veel tijd om door te brengen in Grevelingen is er niet voor de Engelsen want op geen tijd vallen de Fransen er binnen. Ze doden er iedereen op hun weg, plunderen de huizen en steken ze in brand. Op bevel van de koning sparen ze de drie kerken van Grevelingen.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *