web analytics

Anno 1382. Is er een toekomst met Filips van Artevelde?

55
banner

De winter 1381-1382 kondigt zich zorgwekkend aan. De burgers van Gent zijn de miserie en de oproer mee dan moe en ze kijken met beschuldigende vinger in de richting van de Witte Kaproenen. Waar heeft de dwaasheid van Jan Hyoens hen nu naartoe gebracht? De goede lieden leven in verdrukking, hun stad wordt bestuurd door kwaadaardige elementen die niet in staat zijn om deftig oorlog te voeren en evenmin capabel zijn om vrede te zoeken. Het slechtste is natuurlijk de wetenschap dat er geen betering zit aan te komen. Het arm volk zit zonder werk en zonder brood. Schrijnende toestanden die zorgen voor diverse opstanden. De hunker naar de tijd van Jacob van Artevelde leeft als nooit tevoren. Die zou de oproer absoluut gestild hebben en al zeker gezorgd hebben voor vrede!

24 januari 1382. Pieter van den Bossche beseft dat er grote problemen op komst zijn als hij er niet in slaagt om de Gentenaars te kalmeren. Misschien ligt er een oplossing bij de zoon van Jacob van Artevelde? Zou Filips van Artevelde (42) niet bereid zijn om het opperbestuur van Gent in handen te nemen? Filips leeft na de trieste dood van zijn vader een afgezonderd leven bij zijn echtgenote en zijn moeder en heeft zich nooit ingelaten met enige bestuurszaken in zijn stad. Hoewel hij zeer volksgezind is en de Gentenaars een groot vertrouwen hebben in zijn persoon. Hij mankeert nochtans zijn vaders bekwaamheid en behendigheid om een goed bestuurder te zijn.

Filips slaat in eerste instantie het aanbod af. Het volk is veel te nerveus en te ongedurig. Zijn vader heeft aan den lijve ondervonden waar deze nervositeit naartoe kan leiden. Van den Bossche blijft aandringen. Dankbaarheid moet hij inderdaad niet verwachten, het algemeen welzijn moet nu prioritair zijn. De stad verkeert in groot gevaar en Filips is voorbestemd om hun prachtige stad in zijn vroegere glorie te herstellen. Pieter van den Bossche kan nog niets beloven maar wel een ‘visseltje smijten’ bij het volk of ze Artevelde junior eventueel zouden zien zitten als hun nieuwe leider. Filips geeft enigszins met tegenzin toe dat hij deze vraag eens mag lanceren.

Ze zien wel. Het toegestroomde volk op de grote markt reageert meteen enthousiast op het voorstel van Pieter van den Bossche. Filips laat zich voor een eerste keer zien maar twijfelt nog altijd. Pieter van den Bossche en de dekens van de ambachten dringen nog eens aan. ‘Of hij het ambt van ruwaard of opperbestuurder op zich wil nemen?’ Na wat aandringen accepteert Filips van Artevelde de uitdaging. Hij zweert de voorrechten van het volk te respecteren en daarna ontvangt hij de eed van trouw van de dekens en de overheden, en natuurlijk ook van de Gentenaars zelf. Filips, als nieuwe leider van de opstandelingen vangt zijn bestuursmandaat aan met een wrede en niet verschoonbare daad: hij laat tien notoire burgers onthoofden omdat ze zich altijd al gedistantieerd hebben van de opstand. Een zuivere drogreden, in feite gaat het om bloedverwanten van diegenen die 36 jaar geleden zijn vader vermoord hebben.

Hoe hebben ze in dat godsnaam aangedurfd?
De druk door de schaarse en dure levensmiddelen dwingt de Gentenaars om – onder de vleugels van deze Artevelde – vrede te zoeken en te stoppen met deze rampzalige oorlog. Door toedoen van de graaf van Henegouwen, de bisschop van Luik en de hertogin van Brabant gaat er een vergadering door in Harelbeke. Een Gentse delegatie van twaalf man tekent er present. Onder hen Simon Bette en Ghijsbrecht De Grutere. Het gezelschap komt tot een vredesakkoord. Op één voorwaarde echter. Lodewijk van Male zal binnen de twee weken 200 burgers naar zijn keuze uitnodigen om naar het kasteel van Rijsel te komen waar hij vrij over hen wil beschikken.

Daags na hun terugkeer geven de twaalf op de grote markt in Gent tekst en uitleg over het afgesloten vredesverdrag. Dat gebeurt in aanwezigheid van Filips van Artevelde, Pieter van den Bossche, de dekens van de ambachten en een massa volk. De Grutere vertelt hoe moeilijk het geweest is om tot deze deal te komen. Hij leest de tekst van het verdrag voor, de inhoud ervan stuit op een algemeen stilzwijgen. Tot die extra voorwaarde naar boven komt. Pieter van den Bossche is furieus, hoe hebben ze het in godsnaam aangedurfd om dergelijk schandalig akkoord te ondertekenen? Hij is zo verbolgen dat hij zijn zwaard neemt en deze Ghijsbrecht De Grutere ter plekke doodsteekt.

Artevelde doet niet onder. Hij doodt eigenhandig de andere verrader Simon Bette. Op die manier worden twee lofwaardige mannen in de tegenwoordigheid van het volk ter plaatse vermoord. De nieuwe ruwaard bewijst meteen dat hij wreed genoeg is om aan het hoofd van de opstandelingen te staan. De tien andere afgevaardigden slaan op de vlucht, Gent weet meteen welk vlees ze in de kuip hebben. ‘De oorlog is nog niet gedaan’, speecht Van den Bossche, ‘we mogen onze wapens niet neerleggen tot we de dood van Jan Hyoens gewroken hebben. Vergeet de vrede, want die is alleen maar bedoeld om ons in de gevangenis te gooien.’ Wanneer Lodewijk van Male de Gentse reactie verneemt is hij al even formeel: aan deze Gentenaars zal hij nooit nog vrede verlenen.

 

· · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *