web analytics

Anno 1478. Lodewijk XI doet het in zijn broek

97
banner

Rond die tijd zweert Maurice van Neuchâtel, de bevelhebber van het door de Fransen bezette Doornik om Oudenaarde aan te vallen. Hij viseert vooral de kapitein van de Gentse Groententers, Jan de Gheest, een man die hij absoluut wil vangen. Hij zweert dat hij hem levend aan een spit zal braden. Tussen die twee zal het duidelijk nooit meer goed komen. De twee vijanden ontmoeten elkaar inderdaad in Oudenaarde waar het tot hevige gevechten komt. De Gheest krijgt assistentie van de Gentse hoogbaljuw Jan van Dadizele die het bevel voert over 800 mannen, waarvan 300 Engelsen. Het zijn de Fransen die in het zand moeten bijten.

Ze verliezen maar liefst 400 soldaten en tot zijn vermoedelijk eigen afgrijzen valt Maurice van Neuchâtel in de handen van Jan van Dadizele. Die lacht zijn bod van 1.000 gouden kronen losgeld om weer op vrije voeten te komen weg met de bemerking dat hij zal moeten proberen de genade te bekomen van diegene die hij aan het spit wilde braden. Maar in plaats van zich kalm te houden verwijt de Doornikse bevelhebber de bewuste Jan de Gheest van een slechte en verachtelijke mens te zijn. Daardoor ontsteekt de Gheest in zo’n verschrikkelijke woede dat hij zijn gevangene brutaal de keel oversnijdt. Zijn lichaam verdwijnt naar Oudenaarde waar het begraven wordt in de kerk van de franciscanen.

Lodewijk XI doet het in zijn broek als hij het nieuws van deze nederlaag verneemt. We kennen hem ondertussen al goed genoeg dat hij het ook deze keer niet zal aandurven om een zuivere veldslag aan te gaan met zijn tegenstander. De koning speelt het veel smeriger. Hij splitst zijn leger op. Met een deel ervan vertrekt hij naar Steenvoorde en Merville en dan naar Belle om in al die Vlaamse stadjes zeker 600 van de rijkste burgers gevangen te nemen. Met daarbij natuurlijk de gebruikelijke plunderingen en brandstichtingen. De Fransen sparen enkel het klooster van Sint-Antonius. Ook Poperinge ondervindt een oorlogsbehandeling. Lodewijk stuurt vervolgens een schildknaap naar Ieper om de overgave van de stad op te eisen.

Als dat niet gebeurt zullen de Ieperlingen geconfronteerd worden met een onherstelbare verwoesting van hun heimat. Hier zijn ze natuurlijk niet van één slag dood, die van Ieper luisteren niet eens naar die verwaande eis, ze ontvangen de schildknaap en beloven om hem binnen de vier dagen een antwoord mee te geven. Ze gebruiken die tijd om boodschappers naar Brugge en Gent te sturen. Kan Ieper ondersteuning krijgen tegen deze Franse dreiging? Reken maar dat het antwoord positief zal zijn. De Brugse edelen en ambachtslieden nemen terstond de wapens op. Ze stellen zich onder het bevel van Jacob van Romont, Jan Van Nieuwenhove en Jan Breydel en snellen de bedreigde stad ter hulp. In hun spoor volgen de Vrijlaten en zeker 50 Spanjaarden die burgemeester Maarten Lem voor één maand op zijn kosten heeft ingehuurd. Ook Jan van Dadizele en Jan de Gheest reageren. Ze rukken op en ontmoeten de Fransen tussen Belle en Poperinge. De datum van de clash staat genoteerd op 1 juni 1478. Maar liefst 200 Franse ruiters sneuvelen, de rest kiest het hazenpad. Lodewijk XI trekt zich vertwijfeld terug in Atrecht.

Extra hulptroepen op komst voor Maximiliaan
Maximiliaan beschikt ondertussen nog over extra hulptroepen uit Brabant, Namen, Luxemburg en Holland. Dat leidt tot het heroveren van de stand Condé en andere sterkten. Al vlug gevolgd door de overgave van Quesnoy en Bouchain. Het Franse garnizoen van Mortagne moet ook al plaatsruimen voor de troepen van de aartshertog. De inwoners van Doornik zien het al voor zich dat Maximiliaan ook zal beginnen aan een beleg van hun stad. Ze nemen hun voorzorgen door met vereende krachten de Fransen uit hun stad te verdrijven, manschappen die zich direct overgeven aan de aartshertog. Henegouwen is in geen tijd opgekuist van de Franse bezetting. Omdat alles zo vlot verloopt wil die natuurlijk ook wel meer. Zijn legers verhuizen naar Artesië. Met 24.000 eenheden zijn ze en ze kamperen op drie mijlen van Atrecht. Dit keer zal de Franse koning wel degelijk het gevecht moeten aangaan.

Een eerste zoontje voor het gravenkoppel
22 juni 1478. Hertogin Maria van Bourgondië brengt haar eerste zoon ter wereld. Een opvolger geboren in Brugge. Dit gelukkig voorval wordt in de stad met algemeen klokkengelui aangekondigd. Niet alleen de Bruggelingen zijn door het dolle heen, bij al de inwoners van het land heerst grote vreugde om deze nieuwe prins die op termijn zal zorgen voor een stabiele toestand in Vlaanderen. Het doopfeest gaat door in de Sint-Donaaskerk. De bisschop van Doornik doopt de kleine die de naam ‘Filips’ ontvangt. Margareta van York, de oude hertogin van Bourgondië krijgt het meterschap terwijl de pasgeborene twee peters toegemeten krijgt; Adolf van Kleef-Ravenstein en Pieter van Luxemburg, de graaf van Saint-Pol. Ze zorgen alle drie voor kostbare geschenken voor de baby die er vooralsnog nog niet veel mee kan doen. De Brugse wethouders hebben evenmin op een cent gekeken; zilveren en gouden attributen, het kan allemaal niet op.

De doopplechtigheid gebeurt natuurlijk in aanwezigheid van verscheidene bisschoppen en abten en een hele sleep van edele heren en madammen. Er mankeert hier maar één belangrijke figuur: de papa van de kleine. Maximiliaan krijgt het nieuws van de geboorte in zijn legerplaats te Atrecht en verlangt vurig om zijn zoon te zien. Toch kan hij hier onmogelijk vertrekken. De aartshertog verwacht nu wel elk moment om eindelijk die veldslag te kunnen leveren tegen de Fransen. Hij blijft netjes bij zijn volk. De entourage van Lodewijk XI ziet ook wel in dat de troepen van de Duitser een grote kans maken om te winnen en adviseert hem om een nieuwe wapenstilstand af te dwingen.

De Fransman gaat daar op in, stelt een break van de oorlog voor van één jaar en belooft zijn garnizoenen uit Atrecht, Terwaan, Bethune en Kamerijk weg te trekken. Wel op voorwaarde dat Maximiliaan zijn troepen eerst zal terugtrekken. Maximiliaan stemt daar op 8 juli 1478 mee in en vertrekt naar Rijsel. Tegen de zin van zijn eigen legerstaf die hem verwittigt dat Lodewijk in zijn hele leven vermoedelijk nooit één keer zijn woord kon houden. Ook nu zal dit het geval zijn, de Fransen blijven netjes ter plekke. Alleen Kamerijk laten ze achter. Maximiliaan ervaart al direct aan den lijve met welke snertvent hij te maken heeft. Hij blijft nog ter plekke tot 2 augustus en beslist uiteindelijk om dan toch naar Brugge af te zakken. De vreemde kooplieden en de rijke burgers bieden hem hier verscheidene maaltijden en feesten aan.

De stadskas staat op springen
Oorlog en duur plezier terwijl de stadskas op springen staat. Ik vat het zo samen. Op 2 september 1478 komt het nieuw stadsbestuur met het onthutsend nieuws dat de stedelijke schulden al opgelopen zijn tot 17.000 pond. Om die put te dichten zullen ze de buitengewone accijnzen verdubbelen. Een zak tarwe zal op slag 8 pond meer kosten. In Gent is de situatie niet anders en ook hier komen de heren van de wet af met nieuwe belastingen. De Gentenaars staan bekend als zeer allergisch aan nieuwe taksen. Het verwondert me dus helemaal niet dat er rellen uitbreken. Oproer die gevolgd wordt door de dood van enkele aanstokers die de kroniekschrijvers wat meewarig als ‘belhamels’ omschrijven.

Kattenkwaad hebben ze nochtans niet uitgespookt! Enkele Franse legerbenden teisteren ondertussen de regio Luxemburg. Virton valt in hun handen, de hele omgeving ondervindt plunderingen en diefstal, de Fransen pikken zowat alles wat niet te groot en te zwaar is. De graaf van Chimay treedt in het veld met 10.000 manschappen, zet de scheve situatie recht en dwingt de vijand tot de overgave.

Voorjaar 1479. Het bestand met Frankrijk zal eindigen in juli en dus gonst het van de oorlogsbedrijvigheid in Vlaanderen. De steden roepen hun krijgsvolk onder de wapens en leveren talrijke milities. Maximiliaan beschikt daardoor over 28.000 mannen. Met dat schoon leger trekt hij nu naar Artesië om de Fransen lik op stuk te geven. De aartshertog slaat zijn kamp op in Terwaan waar een Frans garnizoen van 400 ruiters en 1.500 voetgangers ligt. De stad zelf is voorzien van het nodig geschut en heeft voldoende levensmiddelen om een lang beleg te kunnen uitzingen. En daarbij zijn de Fransen op komst met een heir van 3.000 ruiters, 14.000 voetsoldaten en 6.000 vrijwilligers uit de landbevolking. Een leger dat beschikt over ontzaglijk veel grof geschut.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *