web analytics

Lyssel op het eiland van de Deule

54
banner

Luik zit met de bibber en smeekt om hulp bij de keizer. 35.000 Duitsers zetten de scheve situatie recht en daardoor kan de graaf van Vlaanderen niet veel anders dan zich terug te trekken. Aan de oostelijke kant van Arras wachten de Vlamingen gespannen om de doorbraak van het Duitse leger te verhinderen. Ze bouwen op drie etmalen tijd een hoge wal met een diepe gracht ervoor, over een lengte van drie uren stappen.

Tussen Arques en Sint-Omer, op de rivier de Aa tot aan Ariën-aan-de-Leie. De Duitsers naderen zienderogen, in volle overtuiging dat ze numeriek in de meerderheid zijn. Op dergelijke versperring hebben ze echter niet gerekend! De Vlamingen verweren zich met een ongelooflijke moed en brengen na een veldslag met wisselende kansen uiteindelijk de vijand tot stilstand. De Duitsers laten 12.000 doden achter op het slagveld en kiezen daarna schandelijk voor de vlucht achteruit.

Ongelukkig genoeg krijgt Boudewijn af te rekenen met een verrader in eigen rangen. Jean de Bethune kan blijkbaar niet door dezelfde deur als graaf Boudewijn. Die vindt er niets beter op dan het keizerlijk leger de weg te wijzen om over de Schelde tot aan de oevers van de Deule bij het kasteel van Lillesbuc te komen. Rond het kasteel is er de voorbije jaren een bloeiende stad aan het groeien die omwille van zijn ligging op een eiland (île) de naam l’Isle of Lille krijgt.

De Vlamingen hebben het over Lyssel dat met verloop van de tijd zal muteren in Ryssel of Rijsel. De ingezetenen van het jonge Lyssel verweren zich dapper maar zijn natuurlijk niet opgewassen om hun stad te verdedigen tegen een leger van 20.000 mannen. Dat is evenmin het geval voor Doornik, het volgende doelwit van Hendrik III. Terwijl zijn Duitsers de stad leegroven vertrekt hij zelf naar Duitsland. Met bij zich een rijke buit van schatten en gevangenen die gedeporteerd worden naar het oosten. Doornik krijgt een ferm garnizoen om de komende winter de omgeving onder controle te houden.

Er komt een groot prinselijk kasteel
Deze nederlaag doet Boudewijn beseffen hoe belangrijk het is om de grenzen van zijn grondgebied te versterken. Dat zal meer dan nodig zijn als de keizer Vlaanderen nog een keer wil bespringen. Hij laat onmiddellijk werk maken van het herstellen van de verwoeste plaatsen. Er komen nieuwe sterkten en kastelen. Ook de Vlaamse steden krijgen een make-over. Ieper, Gent, Oudenaarde, Ariën-aan-de-Leie, Sint-Omer en andere plaatsen krijgen een gordel van kloeke muren, vermoedelijk allemaal nog aarden ophogingen. Oudenaarde mag zich verheugen op een sterk kasteel. Boudewijn focust zich in het bijzonder op zijn geboortestad Rijsel die vestingen en stadsmuren aangemeten krijgt naast een reeks van schone gebouwen.

Op de hoogste plek van de stad zal er weldra een groot prinselijk kasteel voor de graaf en zijn nakomelingen prijken. Boudewijn besteedt ook veel middelen aan de bouw van een nieuwe kerk, die van Sint-Pieters waar hij aanvankelijk veertig kanunniken aanstelt die er als kloosterlingen zullen leven onder het gezag van een proost. Die eerste proost is Fulcardus. De graaf wil hier in zijn kerk alleen maar verstandige en deugdzame geestelijken zien want zij zijn het die een positief imago zullen moeten schenken aan zijn stad Rijsel.

Anno 1055. Er komt een einde aan Boudewijns godsdienstige werken wanneer Godfried hem nog maar een keer om assistentie verzoekt. Hendrik heeft er nu niets beter op gevonden om Luxemburg af te scheuren van Lotharingen en aan diens rivaal Frederik te schenken. Boudewijn zou momenteel liever niet oorlogen maar zit gewrongen met het verbond dat hij met zijn collega ondertekende. Uit vrees voor een inval in West-Vlaanderen valt de graaf van Vlaanderen Doornik met geweld binnen waardoor de Duitsers daar hun pied-à-terre verliezen. Hij schenkt de stad en de ruime buitenomgeving aan zijn zoon Boudewijn VI van Bergen. Daarna rukt hij met zijn leger op naar Antwerpen waar de vijandelijke Frederik zich met zijn legerbenden verschanst. Tijdens de belegering verneemt Boudewijn V de komst van een massief Duits leger en ziet hij zich verplicht om naar Vlaanderen terug te keren. De risico’s voor een inval zijn immers te groot.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *