web analytics

Maximiliaan krijgt een buitengewoon onthaal

96
banner

Op 4 september 1477 ligt de nadruk opnieuw op de oorlog met Frankrijk. De Raad van Vlaanderen keurt alvast de financiering ervan goed. De honderdste penning door iedereen te betalen, betekent in realiteit dus een extra taks van 1% op de waarde van de eigendommen. Het aandeel van Brugge komt zo op 4.000 ponden. Maximiliaan neemt de verdediging van Vlaanderen ernstig. Hij laat Brugge versterken tegen onvoorziene aanvallen van de vijand. Hogere vestingen, de oude bolwerken worden hersteld en er komen er nieuwe bij. Elke poort krijgt een blokhuis. De aartshertog trekt zelf te velde aan het hoofd van een bende Vlamingen en zijn Duitse soldaten. Maximiliaan slaat zijn kamp op tussen Valenciennes en Douai.

Hier zullen ze proberen de Fransen tegen te houden die al begonnen zijn met hun aanvallen. Zijn komst scheelt een slok op een borrel voor Lodewijk XI die nu plots wel een serieuze verdediger op zijn pad vindt. Zijn troepen durven geen rechtstreekse veldslag aan. Hun krachten zijn flink verminderd, de mannen zijn vermoeid en bovendien zijn er in al de veroverde plaatsen soldaten achtergebleven om er plaatselijke garnizoenen te vormen.

De rest kan onmogelijk op tegen het leger dat de Duitser nu in stelling brengt. Om te vermijden dat de Fransen zich zouden moeten terugtrekken (een vlucht zou een echte schande betekenen) stelt de Fransman een wapenstilstand voor. Maximiliaan accepteert de voorgestelde deal, dan krijgt hij zelf voldoende tijd om zich overal in Vlaanderen te laten huldigen en kan hij zijn krijgsmacht naar behoren uitbouwen. Ze ondertekenen het bestand te Lens op 18 september 1477. De rest van september en oktober staan in het teken van de komst van de nieuwe graaf. Telkens opnieuw dezelfde procedure, een rondgang van de steden of versterkingen, het bevestigen van de lokale voorrechten gevolgd door een wederzijdse belofte van trouw.

Sluis komt het eerst aan de beurt en daarna komen Aardenburg, Oostburg en Damme. Op 26 september keert Maximiliaan terug naar Brugge. Niet voor lang echter want nu begint hij aan zijn tournee naar Ieper, Rijsel, Kortrijk, Oudenaarde, Aalst, Ath en Bergen. Daarna is het tijd voor Brabant. De aartshertog krijgt een buitengewoon onthaal in Brussel. In Leuven ziet hij zich geconfronteerd met een grote oproer geleid door beenhouwer Pauwels Leunken. Maximiliaans komst alleen al is voldoende om de rust te herstellen, de beenhouwer slaat op de vlucht maar wordt aangehouden en ter dood veroordeeld.

De landlieden zijn alweer de eerste slachtoffers
Voorjaar 1478. De wapenstilstand is nog niet voorbij maar de Fransen storen zich er niet langer aan. Ze vallen hier en daar al binnen in Henegouwen terwijl Lodewijk XI voortdurend extra volk mobiliseert om binnenkort een inval te doen in Vlaanderen. Maximiliaan krijgt in Antwerpen de tijding dat hij op komst is met 20.000 manschappen. Hij spoedt zich op zijn beurt naar Gent om de Vlaamse verdediging op punt te zetten. Jacob van Luxemburg, de bevelhebber van Douai krijgt opdracht om de Leiebrug bij Pont-à-Wendin af te breken en de weg naar Doornik open te breken. Zo kunnen de Fransen zeker geen hulptroepen en bevoorrading meer sturen naar hun garnizoen.

Op 9 februari 1478 slaat een Vlaams leger van 15.000 koppen zijn tenten op in de omgeving van Lens in Artesië. Het Frans garnizoen van Lens wil slag leveren tegen de Vlamingen. Na een doortastend gevecht vluchten de Fransen halsoverkop terug in de stad. Hun bevelhebber valt in Vlaamse handen en wordt naar het kasteel van Rijsel overgebracht. Maximiliaan leidt zijn leger nu naar Pont-à-Wendin. Van hieruit wagen de Vlamingen en vooral de Gentenaars een resem uitvallen tot aan de muren van Doornik. En telkens komen ze met veel buit terug in hun kamp. Zoals altijd in de oorlog zijn de landmensen de eerste slachtoffers. Omdat de bevelhebber van Ath sluiks zorgt voor de bevoorrading van Doornik krijgt hij nu het leger van Maximiliaan over zich heen. Ath komt weer in Vlaamse handen en zal gehouden worden door Pieter van Saint-Pol. Op 26 februari 1478 verschijnt de aartshertog weer in Gent waar zijn echtgenote haar verblijf aanhoudt.

De Duitse edelen strijken neer in Vlaanderen
Begin maart 1478. Nogal wat Duitse edellieden duiken op in Vlaanderen om Maximiliaan te helpen bij zijn oorlog tegen Frankrijk. Ze stellen zich onder het bevel van Philippe van Chimay en Jan De Greeck. Deze ontwikkeling ziet koning Lodewijk XI uiteraard niet graag gebeuren. Hij stuurt enkele mannetjes naar het hof van Bourgondië om enkele voorname heren uit te kopen om zijn kant te kiezen. Een van zijn spionnen loopt daarbij tegen de lamp. Maximiliaan laat de Fransman op 11 maart opknopen aan een boom. Tijdens deze maand vertrekt de aartshertog met een groot gevolg van edellieden naar Zeeland en Holland om er ingehuldigd te worden. Tijdens zijn rondgang ondervindt hij niet de minste problemen.

Die zijn er voor het zuiden van Vlaanderen. De aartshertog is nog maar pas zijn rug gekeerd als Lodewijk XI daar wil van profiteren. De Fransen zakken met een ontzaglijke krijgsmacht af naar Vlaanderen. Hier bij ons vrezen de steden voor een inval en ze roepen zonder uitzondering hun krijgsvolk te wapen. Brugge levert 800 soldeniers te paard, goed herkenbaar aan een wit gekroonde ‘B’ op zwart laken dat bezaaid is met gele kruisen. Een teken dat het de stad zelf is die deze soldaten betaalt. Op 20 april schikken de Bruggelingen zich onder het bevel van de heer van Briane. Tegen die tijd krijgen de Vlamingen dagelijks te maken met invallen en schermutselingen. Maximiliaan keert haastig terug uit Holland en bereikt Gent op 23 april.

 

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *