web analytics

Anno 1346. Op weg naar Crécy

48
banner

Juli 1346. Nu de stabiliteit in Vlaanderen terug is kan de Engelse koning zich concentreren op zijn oorlog tegen Frankrijk. 116 oorlogsschepen bemand door 30.000 soldaten vertrekken vanaf het eiland Wight. Enkele dagen later zet het Engels leger voet aan de grond in Normandië. Vandaar rukken de Engelsen nu op in de richting van Parijs. Het ziet er naar uit dat de beslissende veldslag zich onder de muren van de hoofdstad zal afspelen. Edward III slaat alvast zijn kamp op in Poissy, 40 km ten westen van Parijs. Zijn tegenstander Filips van Valois houdt zich verscholen in de abdij van Saint-Denis, 10 km ten noorden van de hoofdstad. Ook in Noord-Frankrijk zijn de Engelsen wat van plan.

Op 16 juli 1346 arriveert Hugo van Hastings in Vlaanderen met 20 schepen en 600 boogschutters. Deze Hugo van Hastings komt de Vlamingen eraan herinneren om hun engagement van drie weken geleden hard te maken, een uitnodiging waar de gemeentelijke troepen maar al te graag op ingaan. Op 2 augustus verlaten ze hun haardsteden om zich onder het bevel van Hendrik van Vlaanderen te plaatsen. Hun doelwit is het graafschap van Artesië. De Vlaamse aanval wordt echter afgeslagen door een Frans garnizoen dat de brug van Estaires bezet houdt. Op 14 augustus steekt het Vlaamse leger de Leie over in Merville om vervolgens de stad Bethune in de tang te nemen.

Dat betekent meteen het signaal voor Edward III om Poissy achter zich te laten en zijn strijdkrachten in beweging te zetten in de richting van het noorden om zich daar te verenigen met het leger van Hendrik van Vlaanderen. Filips van Valois anticipeert hierop door nog sneller met zijn Franse leger richting Amiens te trekken en hij slaagt er warempel in om de Engelsen terug te drijven tussen de zee en de monding van de Somme, bij Saint-Valéry. Toch lukt Edward III er in om de Somme via een doorwaadbare plaats in de rivier over te steken. De Engelsen slaan hun kamp op bij het woud van Crécy en blijven daar wachten op de Fransen. De krijgsmacht van Edward III is dan al behoorlijk uitgeput door de herhaalde schermutselingen en de langdurige dagmarsen. Hij mag al tevreden zijn met 4.000 infanteristen, 7.000 boogschutters en 5.000 piekeniers.

Inmiddels is de koning van Frankrijk te Abbeville de Somme overgestoken en stoomt zijn massaal leger op richting Crécy. De marsen zijn versneld, de bijstand van zijn doorluchtigste baronnen is bepaald indrukwekkend; koningen, hertogen en graven à volonté. Ook onze Lodewijk van Nevers zal aan zijn zijde vechten. De heerbanen lopen zwart van de knapen en soldaten die duidelijk zin hebben in een potje oorlog.

Het bebloede lijk van Lodewijk van Nevers
Zaterdag 26 augustus 1346. Dat glorieus Frans leger verschijnt voor de uitgang van een passage waar de Engelsen zich bij het bos van Crécy verschanst houden. Enkele Franse ridders gaan tot bij Filips van Valois om hem te vragen even halt te houden, de mannen wat te laten rusten om zich dan achteraf in slagorde te scharen. De Franse manschappen hebben er immers een lange mars in de brandende hitte opzitten. De koning ziet een fantastische triomf tegen de Engelsen in het verschiet en wil van geen uitstel weten. Hij geeft het bevel aan zijn Genuese boogschutters om onverwijld op te rukken. De kronieken vertellen in geuren en kleuren hoe de confrontatie er aan toe gaat. De lucht wordt plots gitzwart en het begint hevig te onweren.

Het water stroomt in bakken op beide legers neer. Het is zo nat dat de boogschutters niet eens de vochtige pezen van hun voetbogen kunnen spannen. De Engelsen schieten wel hun pijlen waardoor de Franse voorhoede aarzelt en aanstalten maakt om te wijken. De Franse baronnen zien het met verontwaardiging gebeuren, Valois roept dat ze vooruit moeten stormen en niet moeten omkijken naar hun eigen Genuese huurlingen, ‘dat slecht volk belemmert alleen maar hun weg naar victorie’.

Het verslag komt van de vermaarde Franse kroniekschrijver Froissart. Terwijl de Fransen hun bevriende boogschutters met hun eigen paarden en zwaarden vertrappelen en neersteken worden ze plots zelf getrakteerd op een Engelse pijlenregen. Sommige exemplaren doorboren paard en man in één beweging. De fiere Franse ridders vallen en sukkelen op elkaar, hier in Crécy beleven ze – helaas voor hen – een haast perfecte make-over van de Guldensporenslag 34 jaar geleden. Filips van Valois is getuige van het debacle van zijn mensen en wil zichzelf in de strijd gooien, hoewel zijn entourage erop aandringt om zich van het strijdtoneel te verwijderen.

· · · · · · · · · · · · · · · · · · · · · ·

Auteur van 'De Kronieken van de Westhoek'

Related Articles & Comments

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *